`Overlevingskans joden hing af van woonplaats'

De overlevingskans van Nederlandse joden in de Tweede Wereldoorlog was sterk afhankelijk van waar zij in Nederland woonden. Dit beeld van jodenvervolging wijkt af van de bestaande opvattingen.

Dat stellen historicus en politicoloog Marnix Croes en socioloog Peter Tammes in het onderzoek Gif laten wij niet bestaan, waarop zij dinsdag hopen te promoveren aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Het is de eerste maal dat de jodenvervolging in Nederland historisch en sociaal-wetenschappelijk benaderd wordt. Voor het eerst worden percentages van overlevende joden geordend op plaats en provincie gepubliceerd.

Daar waar de lokale verzuiling sterker was dan elders en de verschillende religieuze gemeenschappen meer op zichzelf waren gericht, waren minder overlevenden onder de joodse bevolking. In de gemeenten waar procentueel meer katholieken woonden, was de overlevingskans van joden gemiddeld hoger. Een groter aandeel gereformeerden leidde daarentegen tot een kleiner percentage overlevenden. Croes en Tammers brengen de uitkomst van dit aspect van hun studie in verband met de mate van georganiseerd verzet. Waar meer verzet was, kwamen meer joden om. De Duitse politie richtte haar aandacht op verzetsgroepen die het actiefst waren en daarmee het meest opvielen, zo verklaren de onderzoekers het verschijnsel. In Zuid-Nederland heeft bijna de helft van de joden de oorlog overleefd. In Zeeland, waar in 1941 slechts 174 joden woonden, overleefde 55,8 procent de oorlog. Ook in Utrecht was de overlevingskans groot: 51,1 procent van de Utrechtse joden heeft de bevrijding meegemaakt. In Drenthe en Groningen was de overlevingskans veel kleiner: respectievelijk 20 en 22,1 procent van de joden maakte het einde van de oorlog mee.

In Nederland overleefde gemiddeld ongeveer 27 procent van de vooroorlogse joodse bevolking de oorlog, terwijl in België bijna de helft in leven bleef en in Frankrijk driekwart de bevrijding mee kon maken. Uit de studie van Croes en Tammes blijkt dat joden met een andere nationaliteit dan de Nederlandse of Duitse de beste overlevingskansen hebben. De kans op overleving hangt volgens de onderzoekers niet samen met de hoogte van het aantal NSB-stemmers of met het al dan niet op de hand van de Duitsers zijn van de burgmeester.

De onderzoekers schatten het aantal joden dat in de Tweede Wereldoorlog heeft geprobeerd onder te duiken op minimaal 27.995. Het werkelijke aantal ligt volgens de onderzoekers mogelijk nog enkele duizenden hoger.