Normhandhaving

Het gaat om normen en normhandhaving. Het debat over normen en waarden leidt tot niets, aldus de stelling van Kribbe en Van Middelaar (Opinie & Debat, 3 januari). Dit is weliswaar juist, maar onvoldoende om een duurzame, op menselijke waardigheid gerichte beschaving te handhaven. Dat laatste vereist morele principes en voldoende zelfdiscipline van burgers.

Morele principes zijn namelijk niet afhankelijk van de willekeur van de omgeving en van het eigen belang. Daardoor ontvangt de mens zijn vrijheid en eigenwaarde. Morele principes zijn dus van een andere orde dan de waarden als geluk, familie, baan, waarden die Kribbe en Van Middelaar noemen.

Het morele principe kan het best worden geduid met de omschrijving dat je bepaalde dingen uit overtuiging ,,gewoon niet doet'', ook indien de sociale omgeving dat wel doet, met de nadruk op `gewoon'. Morele, op menselijke waardigheid gerichte, levensbeginselen zijn dus verre van eng, maar juist bevrijdend, omdat zij de mens losmaken van zijn dierlijke natuur die gericht is op zelfbehoud ten koste van anderen. Juist door dingen niet te doen, wordt ruimte geschapen, ontstaat vrijheid voor de medemens. Dat dit veelal niet gebeurt, is geen onwil maar onmacht. Mensen willen wel vrij en onafhankelijk zijn van hun sociale omgeving, maar zijn daar niet (meer) toe in staat vanwege gebrek aan zelfdiscipline. De onmacht en niet de onwil is de kern van de malaise in onze samenleving.

De onmacht wordt gevoed door angst om niet mee te tellen, niet voor vol te worden aangezien. In plaats van eigenheid en persoonlijkheid te ontwikkelen, past men zich aan om `Idol' te worden in de ogen van anderen. De neiging om alleen te willen zien en gezien worden, leidt tot een afwezigheid van `zijn'. Tegen een dergelijke tijdgeest is het kruid der normhandhaving niet opgewassen. Het roer moet om. Dat kan door middel van de opvoeding en het onderwijs. Deze moeten beide gericht zijn op een zodanige ontwikkeling van de persoonlijkheid dat men zich later staande kan houden in een hem of haar onwelgevallige omgeving. Wie dát kan, kan het leven aan.