`Minder opleggen, meer uitleggen'

Kritiek op het Internationaal Monetair Fonds komt in alle smaken. Doorlichter Selowsky weet hoe het beter moet.

`The IMF votes Dean.' Die typering in The Wall Street Journal viel het Internationaal Monetair Fonds (IMF) afgelopen maandag ten deel. Reden was de conclusie die het IMF had getrokken over het Amerikaanse begrotingsbeleid, dat op termijn onhoudbaar zou zijn. De kritiek op de belastingverlagingen was kennelijk aanleiding om het IMF dan maar meteen in het kamp van Bush' op dit moment kansrijkste Democratische tegenkandidaat, Howard Dean, te plaatsen.

Amerikaanse conservatieven, progressieve antiglobalisten, door financiële crises getroffen landen: de kritiek op het IMF komt van vele kanten en zwol de afgelopen jaren sterk aan. Anderhalf jaar geleden richtten de aandeelhoudende landen van het IMF daarom het Independent Evaluation Office op, dat op gepaste afstand van het IMF diens beleid onderzoekt. In zijn jongste rapport houdt dit bureau een van de meest controversiële aspecten van het IMF-beleid tegen het licht: de begrotingsrichtlijnen die het IMF aan landen in crisis oplegt, die gebruik willen maken van zijn financiële steun. De klachten daarover komen er doorgaans op neer dat het IMF voor een verscheidenheid aan landen en omstandigheden rigoreus hetzelfde recept uitschrijft: het koste wat kost op orde brengen van de begroting. Met name tijdens en na de Azië-crisis van 1997-1998, waar het IMF grootschalig insprong, groeide de afkeer van de IMF-receptuur.

Die kritiek blijkt volgens Marcelo Selowsky, assistent-directeur van Independent Evaluation Office, en auteur van het rapport Fiscal Adjustment in IMF-supported Programs, maar voor een deel terecht. ,,De meest rauwe kritiek op het IMF is niet onderbouwd. Er is niet één mechanisme of regel of manier van aanpak, maar er is variëteit in het beleid. Programma's worden aangepast per land. Er is ook geen bewijs dat het IMF altijd per definitie bezuinigingen voorstaat.'' Selowsky, deze week in Nederland op bezoek bij het ministerie van Financiën, weerlegt in zijn onderzoek ook de veronderstelde starheid van de IMF-programma's. ,,Programma's zijn flexibel en worden aangepast naar mate de tijd verstrijkt.''

Dat betekent niet dat de manier waarop het IMF tot nu toe met het begrotingsbeleid van crisislanden omsprong boven kritiek verheven is. Zo is er, legt Selowsky uit, vaak een te groot optimisme bij IMF-economen over het economische herstel van een land in crisis. Daardoor wordt er te vroeg aangedrongen op te grote bezuinigingen. Enerzijds omdat er de gedachte is dat de economie dat wel aankan. Anderzijds omdat er een weerstand is tegen het idee dat bij het economische herstel de overheid de particuliere sector verdringt bij de vraag naar kapitaal. Niet dat Selowsky het met dat laatste per definitie oneens is maar, zo luidt zijn bezwaar: er wordt door het IMF te veel opgelegd, en te weinig uitgelegd. ,,Er worden nooit beweegredenen gegeven waarom juist dit of dat beleid wordt gekozen. Dat is onze belangrijkste aanbeveling: dat het IMF veel en veel meer gaat uitleggen.''

De kortzichtigheid van IMF-programma's is een ander veelgehoord kritiekpunt. Selowsky verdedigt enerzijds het IMF als hij stelt dat het fonds nu eenmaal niet voor de lange termijn optreedt. Dat is meer het domein van bijvoorbeeld de Wereldbank. Hij vindt wel dat ook in een tijdsbestek van één tot twee jaar meer kan worden gedaan. Het fonds is bijvoorbeeld niet krachtig genoeg in het optreden tegen belastingontduikers, om zo de overheidsinkomsten van een land op te schroeven en de begroting op orde te brengen. ,,Het IMF zegt `daar is tijd voor nodig'. Daar heeft het ten dele gelijk in, maar zelfs in een korte tijd is veel mogelijk. De meeste belastingonduikers zijn bekend, en er is geen nieuwe wetgeving nodig. Er is vaak enkel een gebrek aan politieke wil.'' Selowsky geeft een voorbeeld uit Ecuador, waar een kordaat nieuw hoofd van een hervormde belastingdienst de inkomsten uit de btw-heffing met maar liefst drie procentpunten van het bruto binnenlands product wist op te schroeven.

Werkt, om een ander kritiekpunt te noemen, het IMF bezuinigingen op sociale terreinen zoals gezondheidszorg en onderwijs inderdaad in de hand? ,,Alleen de aanwezigheid van het IMF heeft daar geen invloed op,'' stelt Selowsky. ,,Het fonds wordt vaak pas geroepen als er al een crisis is, en de uitgaven aan publieke zaken al zijn afgenomen.'' Maar het IMF zou volgens hem wel een rol moeten en kunnen spelen om te zorgen dat er geen maatschappelijke schade komt. ,Sociale schade is vermijdbaar als vóórdat een crisis ontstaat, er bekeken wordt welke maatschappelijke sectoren beschermd moeten worden.''

Het rapport over de begrotingsvoorschriften is het derde product van Selowsky's bureau. ,,We proberen drie rapporten per jaar uit te brengen. Nu zijn we bezig met een evaluatie van de lopende programma's voor armoedebestrijding, de Argentinië-crisis en de manier waarop het IMF landen technische hulp biedt. Die technische hulp, bijvoorbeeld hoe instellingen kunnen worden opgebouwd, vinden veel landen het belangrijkst.''

Achterin elk rapport staan de reacties van het IMF-personeel en de directie op de kritiek die is geleverd. Maar wat wordt er verder mee gedaan? ,,We zijn geen Rekenkamer,'' stelt Selowsky. ,,We zijn geen instantie die controleert of onze conclusies worden overgenomen. Het is de verantwoordelijkheid van de raad van bestuur van het IMF om te handelen.

Kritiek op het IMF zal er altijd blijven, denkt Selowsky. ,,Het IMF zit bij een crisis altijd in de frontlinie. Als landen meer uitgeven dan ze verdienen, dan moet je bezuinigen, met of zonder het IMF. Je moet nu eenmaal een medicijn slikken voordat je beter wordt.''