Kwelgeest van president Chirac

Minister van Binnenlandse Zaken Nicolas Sarkozy, Frankrijks populairste minister, wil in 2007 Chirac opvolgen als president. Geen middel wordt daarbij geschuwd.

Bordjes in het paleis van het Franse ministerie van Binnenlandse Zaken wezen gisteren de weg naar de `jaarlijkse' persconferentie over veiligheid en criminaliteit. Dat `jaarlijkse' moest het gewone karakter van de bijeenkomst onderstrepen. Weliswaar kwamen er 250 journalisten op af, waarvan een derde buitenlands, en bleek zelfs de grote ontvangstzaal aan de krappe kant, voor minister Nicolas Sarkozy was het nadrukkelijk business as usual. Dat de pers de presentatie van zijn beleidsresultaten vantevoren had afgeschilderd als een zoveelste fase in de oorlog tussen hem en president van de republiek, Jacques Chirac – ach, zo zei hij zoetsappig, iedereen moet schrijven wat hij wil, hoor, maar hij herkende zich niet altijd in de analyses.

Nooit aan de verwachtingen voldoen, is kennelijk het devies van `kleine Nicolas', een halfspottend koosnaampje dat verwijst naar de jeugdige leeftijd waarop hij als ambitieus standje de politieke arena betrad, maar dat op de inmiddels 49-jarige kwelgeest van Chirac hoe langer hoe minder van toepassing lijkt. De overrompeling behoort onmiskenbaar tot zijn wapenarsenaal.

Onbekommerd heeft Sarkozy zich uitgelaten over de wenselijkheid van een wettelijke limiet van twee presidentiële ambtstermijnen en wat besmuikter heeft hij ook gezinspeeld op een maximumleeftijd. Beide suggesties sluiten de kandidatuur van Chirac uit voor de presidentsverkiezingen van 2007. Ook heeft de minister zich laten ontvallen ,,niet alleen tijdens het scheren'' aan die verkiezingen te denken. En even onverhoeds vertelde degene die doorgaans de nummer twee van de regering wordt genoemd na afloop van een ontmoeting, vorige week, met de Chinese president de gastheer gevraagd te hebben hoe het is ,,om van nummer twee nummer één te worden''.

Geen wonder dat ieder woord van `Sarko' omineus wordt. Zo hield de Macchiavelli van Binnenlandse Zaken zijn gehoor gisteren weliswaar doodkalm voor: ,,U moet niet alle inhoudelijke oplossingen terugbrengen tot een kwestie van macht en strijd tussen personen'', maar misschien, nee, waarschijnlijk, nee, eigenlijk zo goed als zeker bedoelde hij het tegendeel. Legde hij trouwens niet de nadruk op dat `alle'? Ook een opmerking als ,,ik zal er alles aan doen om de spanningen te verminderen'' gaat als vanzelf begeleid door alarmschellen en zwaailichten in het hoofd van de toehoorder.

Het is ondanks alles mogelijk dat toch bedoeld werd wat gezegd werd: de minister koos gisteren voor de rol van het braafste jongetje van de klas. De `spanningen' zijn naar zijn smaak kennelijk hoog genoeg opgelopen, voor het moment. Hij heeft Jacques Chirac in elk geval zover uit zijn tent gelokt dat deze in reactie op de staatshoofd-achtige ontvangst van zijn eigen minister in China en op diens hiërarchische observatie hardop memoreerde: ,,Toen ik nog niets was, werd ik ook ontvangen door de Chinese president.'' Voor eerste minister Jean-Pierre Raffarin geldt hetzelfde. Die achtte het de hoogste tijd om tijdens zijn nieuwjaarsreceptie te onderstrepen dat hij, na de president, de hiërarchische nummer twee was.

Sarkozy laat iedereen zelf bedenken hoe kinderachtig het is. Hij had trouwens nog andere pijlen op zijn boog. De door de gehele pers bij voorbaat gaullien genoemde persconferentie bijvoorbeeld, die, herinnerend aan de grote persbijeenkomsten van president Charles de Gaulle, de bedoeling zou hebben om de voorgebakken toespraken-zonder-vragen-na-afloop van de huidige bewoner van het Elysée in ongunstig daglicht te stellen. De avond ervoor richtte Sarkozy in zijn eigen, pal tegenover dat Elysée gelegen paleis een diner aan voor honderd leden van de rechtse meerderheid, dat wil zeggen: de presidentiële meerderheid.

Het feestmaal had zogenaamd de onschuldige bedoeling om de genodigden te bedanken voor hun steun voor door Sarkozy ingediende wetgeving – overigens op zichzelf een zeer Franse manier van democratie beoefenen – , maar over die lezing zaaide de minister zelf weer twijfel door sardonisch te stellen: ,,Kan ik er wat aan doen dat, als ik honderd UMP-leden uitnodig, ze ook alle honderd komen opdagen?''

Nee, daaraan kan de minister niets doen, zomin als aan het feit dat zijn nieuwjaarsreceptie, morgen, temidden van het dozijn dat de president gaf en de talloze van collega-ministers, bij voorbaat is uitgeroepen tot politiek moment van de eerste orde. Iedereen hoopt op een nieuwe knuppel in het hoenderhok.

Intussen luiden de analyses dat Sarkozy rechts verdeelt door te dwingen tot een keuze tussen hem en Chirac. Hij zou erop aansturen de laan te worden uitgestuurd, ten behoeve van een mooie martelaarsrol. Hij staat hoog in de peilingen, hoger dan Chirac zelf, en veel hoger dan zijn premier Raffarin. Sarko kan een gokje wagen.

Maar waarom vindt de strijd nu al plaats? Drie lange jaren een martelaarsrol spelen zonder ministerieel podium lijkt zelfs voor een Sarkozy een onmogelijke krachttoer. Misschien dat hij zich daarom gisteren hardop verbaasde over het feit dat de pers zich zo druk maakt over iets dat pas plaatsheeft in 2007. Misschien was dat oprecht bedoeld en ging het Sarkozy inderdaad alleen om het nieuws dat hij de criminaliteit met 3,38 procent heeft teruggedrongen.