Goed nieuws

De in 1998 overleden Amerikaanse econoom Julian Simon was een optimist. Tegen de populaire meningen van doemdenkers en onheilsprofeten in hield hij vol dat het over het geheel genomen beter gaat met de mensheid en met de aarde. ,,De menselijke soort is in vrijwel ieder opzicht beter af dan vroeger. Nagenoeg alle maatstaven van menselijk materieel welzijn tonen vooruitgang'', zei hij. En ook: ,,Mijn voorspelling is dat de materiële omstandigheden oneindig veel beter zullen worden voor de meeste mensen, in de meeste landen. Binnen een à twee eeuwen zullen de meeste mensen een hogere levensstandaard genieten dan we nu in de westerse landen kennen.''

Met stapels feiten nam Simon stelling tegen het ecopessimisme van uitstervende soorten, verslechtering van het milieu en schaarste aan grondstoffen. In de jaren '70, toen de wereld in de ban was van de `grenzen aan de groei' en de oliecrises, sloot hij een beroemd geworden weddenschap af met de bioloog Paul Ehrlich. De grondstoffenprijzen zouden, beweerde Simon, tien jaar later niet zijn gestegen, maar gedaald. Hij won de weddenschap. Vandaag de dag zou hij zonder twijfel de Kyoto-verdwazing over de aanpak van de opwarming van de aarde hebben bestreden.

Op het gebied van economische ontwikkeling wees hij erop dat wereldwijd meer en meer mensen langer leven, gezonder zijn, onderwijs volgen, beter gevoed zijn, grotere materiële welvaart kennen, enzovoort. De reden voor die algehele vooruitgang: de onuitputtelijke menselijke creativiteit. Daarom was Julian Simon ook geen pleitbezorger, zoals Ehrlich, van beperking van de bevolkingsgroei: hoe meer mensen, des te meer beschikbaar menselijk vernuft. Met die demografische stelling ben ik het niet eens. De groei van de wereldbevolking in de komende vijftig jaar naar 9 miljard mensen vormt een bron van onoverzienbare spanningen, vooral in ecologisch kwetsbare, politiek instabiele en economisch onderontwikkelde regio's. De hoogste bevolkingsgroei vindt plaats in landen die de minste kansen bieden. Daar leidt de bevolkingsgroei niet tot meer creativiteit, maar tot grotere druk op schaarse goederen. Niet voor niets heeft de UNDP, de ontwikkelingsorganisatie van de Verenigde Naties, vorig jaar vastgesteld dat er een unieke gelegenheid voor welvaartsgroei bestaat als landen zich in een demografische fase bevinden van gedaalde geboortecijfers terwijl de vergrijzing nog niet heeft toegeslagen. Dan is de verhouding tussen de economisch actieve bevolking enerzijds en kinderen en ouderen die onderhouden moeten worden, het gunstigst.

De visie van Simon kijkt over de golven van de conjunctuur. Er blijft in de economische ontwikkeling altijd sprake van bubbles, booms and busts. Ofwel overspannen verwachtingen, overspannen groei en overspannen neergang. Niettemin steekt het optimistische wereldbeeld schril af tegen het permanente pessimisme van bijvoorbeeld de campagne `Keer het tij!' waarmee de Socialistische Partij op het ogenblik ageert tegen het beleid van het kabinet- Balkenende.

Deze actie volgt op `Stop de uitverkoop van de beschaving' waarmee de SP een paar jaar geleden campagne voerde. Dat was middenin de periode van ongekende economische voorspoed en, inderdaad, het gaat op het ogenblik economisch gezien wat minder in Nederland. Maar het welvaartspeil in Nederland (bruto nationaal product per hoofd van de bevolking in constante prijzen) bedroeg in 2002 (laatst bekende jaar) met 22.340 euro nog altijd 200 euro meer dan in 1998, vijf jaar eerder.

Vertrouwen in vooruitgang is iets anders dan verwachten dat er nooit tegenslagen zijn. Dat is het verschil tussen de korte en de lange termijn. Er zijn periodes waarin het economisch slecht gaat, zoals er ook landen zijn die in een negatieve spiraal verkeren. Het gaat om het algemene beeld. Zo worden ontwikkelingslanden niet armer, maar gestaag rijker. Ondanks de toename van de wereldbevolking neemt het aantal mensen dat van een dollar per dag moet leven, niet toe maar af. Dit is vooral dankzij China en India, maar in beide landen samen woont tweevijfde van de wereldbevolking.

Vernietiging van welvaart is vrijwel altijd een gevolg van rampzalig beleid, economische afsluiting, politieke onderdrukking en (burger)oorlog. Twee indicatoren voor wanbeleid zijn kapitaalvlucht en emigratie. Beide zijn aanwijzingen voor gebrek aan vertrouwen en aan mogelijkheden tot ontplooiing. Het kan lang duren, maar in de meeste gevallen komt er een keer ten goede.

De Aziatische landen die eind jaren '90 in een spiraal van financiële crises belandden, groeien weer. Zelfs Argentinië, het land dat in de tweede helft van de 20ste eeuw wereldkampioen neergaande spiraal was, toont tekenen van herstel. De Oost-Europese landen hebben zich goeddeels ontworsteld aan de economische erfenis van het communistische systeem; in Rusland en andere ex-sovjetrepublieken duurt de overgangsperiode langer, maar was de uitgangspositie na zeventig jaar dramatischer.

Het nieuwe jaar is begonnen met het financiële miljardenschandaal bij Parmalat, met de bewering dat een kwart van de bekende soorten in de natuur kan verdwijnen door opwarming van de aarde en met de dreiging van een dollarcrisis. De aandacht voor slecht nieuws zal in de media ongetwijfeld de overhand houden. Ook in deze rubriek. Daarom is het nuttig om de overtuiging van Julian Simon in herinnering te roepen. Zijn optimisme kende overigens grenzen. Na zijn voorspelling dat het over de brede linie beter zal gaan, volgde zijn uitspraak: ,,Ik voorspel ook dat de meeste mensen zullen blijven beweren dat de levensomstandigheden alleen maar slechter worden.''

rjanssen@nrc.nl