Bezuinigen op profijt

Tussen de portemonnee van de burgers en de schatkist bestaat druk financieel tweerichtingsverkeer. Veel huishoudens staan al met al meer dan de helft van hun inkomen aan de fiscus af. Reken even mee. Op elke aankoop in de winkel drukt 6 dan wel 19 procent omzetbelasting (BTW) die neringdoenden aan hun klanten in rekening brengen en vervolgens aan de belastingontvanger afdragen. Daar komen accijnzen bij – op tabak, alcohol, diesel en benzine – vermeerderd met een keur aan milieuheffingen. Bij aankoop van een personenauto is een zeer fors bedrag aan BPM verschuldigd.

Al deze heffingen zijn begrepen in de prijzen en daardoor betrekkelijk onzichtbaar. Daarnaast worden burgers rechtstreeks aangeslagen: voor de inkomstenbelasting, premies voor drie volksverzekeringen, de gemeentelijke onroerendezaakbelasting, heffingen van het waterschap. Om de belastingpijn voor werknemers wat te verzachten, houden werkgevers en uitkeringsinstanties sociale premies en loonbelasting al in op het brutoloon. Die ingehouden loonbelasting wordt verrekend met de verschuldigde inkomstenbelasting. Dan zijn we er nog niet. Autorijders betalen motorrijtuigenbelasting en parkeerbelasting. Wie een huis koopt is 6 procent overdrachtsbelasting kwijt. Bij een nalatenschap van enige omvang roomt de fiscus successierecht af.

Tegenover al deze gedwongen afdrachten aan de schatkist staan bedragen die particuliere huishoudens van de overheid terugontvangen: AOW, kinderbijslag, uitkeringen aan werklozen en arbeidsongeschiktverklaarden. Al dit van de overheid ontvangen inkomen is op de bankafschriften even goed zichtbaar als de op aanslag betaalde belastingen.

Net zoals sommige belastingen in de prijzen verstopt zitten, zijn er ook verborgen overheidssubsidies. Wie de trein neemt, betaalt aan het loket slechts de helft van de kostprijs. De andere helft past de overheid bij – ongeveer 4 eurocent per afgelegde kilometer. De bezoeker van een toneel- of muziekuitvoering betaalt slechts een fractie van de kosten uit eigen zak. Per voorstelling bedraagt de subsidie gemiddeld 118 euro per bezette stoel. Ouders met kinderen op de basisschool toucheren jaarlijks voor elk kind 2.700 euro, omdat funderend onderwijs zonder eigen bijdrage ter beschikking staat. Bezitters van een eigen huis worden in de watten gelegd, doordat zij slechts een beperkt bedrag wegens woongenot bij hun belastbare inkomen hoeven te tellen, terwijl betaalde hypotheekrente vrijwel onbegrensd aftrekbaar is.

Tot twintig jaar geleden is nooit geprobeerd het financiële tweerichtingsverkeer tussen overheid en gezinnen goed in kaart te brengen. Vooral de verdeling van verborgen belastingen en subsidies was onbekend. Sinds 1981 heeft het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) enkele malen een studie gepubliceerd over de mate waarin gezinnen `profijt van de overheid' hebben. De meest recente profijtstudie verscheen een maand geleden. Daaruit blijkt dat belastingheffing, uitkeringen en verborgen subsidies de inkomensverschillen kleiner maken. De 20 procent van de huishoudens met de hoogste inkomens ontvangt circa 55 procent van de totale brutobeloning voor arbeid en kapitaal. Hun aandeel in het herverdeelde inkomen loopt met dertien punten terug tot 42 procent. De armste 30 procent (hoofdzakelijk studenten en bejaarden) heeft weinig inkomen uit arbeid en vermogen. Hun aandeel in het herverdeelde inkomen neemt toe tot bijna 10 procent.

Deze maand liggen er, zoals gebruikelijk, stapels belastingalmanakken in de winkel. Nauwgezette bestudering van deze fiscale gidsen levert bij het invullen van de aangifte voor de inkomstenbelasting allicht een besparing van 500 tot 1.000 euro op. De calculerende burger dient er ook de SCP-studie bij te pakken. Die leert hem dat iemand uit Zwolle die naar een toneeluitvoering in Amsterdam treint op één avond voor meer dan 200 euro profijt van de overheid geniet. Voor beleidsmakers in Den Haag bieden de uitkomsten van de

SCP-studie anderszins stof tot nadenken.

Het afgelopen jaar zijn de uitkeringen losgekoppeld van de CAO-lonen en de eigen bijdragen voor gezondheidszorg verhoogd. De huursubsidie is verlaagd. Vooral gezinnen met lage inkomens zijn door deze en andere bezuinigingsmaatregelen getroffen. Door de tegenzittende conjunctuur zijn ook dit jaar nieuwe bezuinigingen op de overheidsuitgaven onvermijdelijk. Het lijkt redelijk dat daarbij eerst eens wordt gekeken naar verborgen subsidies, voor zover die hoofdzakelijk aan de hoogste inkomensgroepen ten goede komen. De door het SCP toegerekende overheidsuitgaven voor het hoger onderwijs (3.420 miljoen euro) en podiumkunsten (380 miljoen euro) blijken disproportioneel ten goede te komen aan de hoogste inkomensgroepen. De 20 procent met de hoogste inkomens profiteert met een aandeel van liefst 55 procent ook buitensporig van de totale fiscale subsidie voor eigenwoningbezitters (door

het SCP becijferd op 3.110 miljoen

euro).

De overtuiging wint geleidelijk veld dat de bestaande fiscale behandeling van het eigenwoningbezit niet houdbaar is. Het collegegeld kan omhoog, mits studenten daarvoor kunnen bijlenen. Maar ook andere posten komen bij bezuinigingsoperaties in aanmerking. Zo zijn overheidssubsidies voor toneel en opera bedoeld om mensen de toneel- en concertzaal in te krijgen (paternalisme), zonder dat hoge prijzen de toegang belemmeren voor mensen met een smalle beurs (inkomenspolitiek). De afgelopen dertig jaar is de belangstelling voor gesubsidieerde podiumkunsten echter niet toegenomen en hebben, ondanks de subsidie, lagere inkomensgroepen hun weg naar onze cultuurtempels niet gevonden. Subsidies voor toneel en klassieke muziek kunnen daarom bij komende bezuinigingen niet buiten schot blijven.