Tweekoppig monster

Tweekoppige monsters zijn niet alleen maar voorbehouden aan griezelfilms. Ze waren ook al jarenlang in het Europese bedrijfsleven rond. De Koninklijke/Shell Groep is het klassieke voorbeeld. Twee afzonderlijke beursgenoteerde firma's, een Britse en een Nederlandse, zijn eigenaar van de werkmaatschappijen.

In de ogen van velen was de rampzalige herwaardering van zijn olie- en gasreserves door de oliegigant vorige week net zozeer het gevolg van slecht leiderschap van topman Phil Watts als van de plompe en bureaucratische tweekoppige bestuursstructuur. Diverse andere Europese conglomeraten hebben de laatste tijd hun dubbele beursnotering ongedaan gemaakt, zoals de Belgische bank Fortis en de verzekeraar Zurich Financial Services. Is het tijd voor Shell om hetzelfde te doen? Misschien, want dubbele beursnoteringen verhogen het risico van wanbeheer. Zulke structuren worden gewoonlijk bedacht om de nationale gevoeligheden bij een transnationale fusie te ontzien. Daardoor wordt één probleem opgelost, maar worden andere problemen in de wereld geholpen. Er zijn extra kosten verbonden aan het onderhouden van twee hoofdkantoren. Er is meer bureaucratie, waardoor het centrum in het duister kan tasten over de ontwikkelingen in het veld. Het kan ook moeilijk blijken de bestuurscultuur van de ene firma samen te laten gaan met de manier van doen van de andere. Dubbele beursnoteringen krijgen nooit de voorkeur. Toch betekent dit niet dat alle bedrijven met een dubbele notering ten ondergang gedoemd zijn of dat zakenbankiers oude voorstellen uit de la moeten trekken voor het opdoeken van de huidige bestuursstructuur van Shell.

Het Brits-Australische mijnconcern BHP Billiton heeft het sinds zijn oprichting in 2001 bijvoorbeeld beter gedaan dan de sector als geheel. Evenmin hoeft een Brits-Nederlandse fusie riskanter te zijn dan een Brits-Amerikaanse of Brits-Australische fusie. Reed Elsevier heeft snel orde op zaken weten te stellen na de ontmanteling van de Brits-Nederlandse bestuursstructuur die gepaard ging met zijn dubbele beursnotering.

Welk deel van de schuld Phil Watts ook op zich moet nemen voor de herwaardering van de reserves, de problemen van Shell hebben eveneens te maken met zijn tweehoofdige structuur. Dat heeft onder het topmanagement tot onvoldoende verantwoordelijkheidsbesef geleid. Niettemin duiden de ervaringen van andere bedrijven erop dat het antwoord op dergelijke problemen niet noodzakelijkerwijs hoeft te liggen in het ongedaan maken van de bijna honderdjarige dubbele beursnotering van Shell. Maar Shell kan ook gewoon een voorbeeld blijken van een bedrijf met een dubbele notering, dat niet goed functioneert. Het concern is tot nu toe zo gelukkig geweest geen grote problemen te hebben ondervonden die deze zwaktes blootlegden. Dat is nu veranderd.

Onder redactie van Hugo Dixon.

Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com.

Vertaling Menno Grootveld.