PHILIP JECK

Hoewel Philip Jeck ooit begon in de hiphop, hebben de klanken die hij tegenwoordig aan zijn verzameling draaitafels en minidiscspelers ontlokt weinig meer te maken met de acrobatische turntablism-toeren in die sector.

De schaal van zijn eerste grote project, Vinyl Requiem ('93), voor twee filmprojectoren, negen diaprojectoren en 180 platenspelers, plaatst hem eerder in dezelfde `arty' categorie als collega-draaitafelmanipulator Christian Marclay.

In stukken als Wholesome en Veil, respectievelijk opener en afsluiter van zijn nieuwe, deels live opgenomen cd 7, is de herkomst van het bronnenmateriaal mooi weggewerkt.

Het resultaat is sfeervolle, amorfe en onthecht klinkende muziek die niet had misstaan op On Land, het ambient-meesterwerk van Brian Eno. Museum wordt bepaald door de krassende geluiden van uitloopgroeven. Bush Hum is, de titel draait er geen doekjes om, de bloedspannend gemanipuleerde brom van een platenspeler van het merk Bush.

Soms laat Jeck herkenbare flarden muziek van zijn platen door, zoals de springerige jazzblazers in `Now You Can Let Go'. Maar zijn kracht ligt juist voorbij die herkenbaarheid, in een suggestieve klankenwereld waarin abstractie een uiterst meeslepende deugd blijkt te zijn. Philip Jeck is meester over zijn materiaal, een man die zelfs de goedkoopste platenspelers tot volwaardige muziekinstrumenten laat emanciperen.

Philip Jeck: 7 (Touch TO:57) distr. Konkurrent.