Opereren Willem M. in Roemenië onopgehelderd

Het OM eiste gisteren 3,5 jaar celstraf tegen NAVO-medewerker Willem M. Zijn contacten met Roemeense ministers bleven buiten de strafzaak.

Wat was NAVO-functionaris Willem M. van plan? Bij de inhoudelijke behandeling van zijn strafzaak, gisteren in Haarlem, werden opnieuw ongedachte details bekend over 's mans wegen in Roemenië. Zo bleek dat M. volgens documenten die op zijn werkkamer in het NAVO-hoofdkwartier in beslag zijn genomen, maar die gisteren pas aan het dossier werden toegevoegd, begin vorig jaar druk bezig was om in Roemenië een bank te kopen. M. had hierover contacten met PricewaterhouseCoopers. M. regelde onder meer dat bij de betrokken bank boekenonderzoek werd gedaan en trok alvast een directeur aan, een ex-medewerker van de Russische oliereus Lukoil. Hij gaf het plan een naam: Project Freedom.

Na alles wat eerder bekend werd - M.'s plannen om miljarden dollars in Roemenië te investeren, zijn gesprekken hierover met Roemeense ministers en leiders van de geheime diensten, zijn goede relaties bij oliemaatschappij Lukoil - leken het voldoende nieuwe feiten om de NAVO-man eens nader te ondervragen. Maar dat bleef uit. Willem M. had de nieuwe details nog maar net bevestigd of de aanklager en de rechtbank grepen in. Deze strafzaak, vinden zij, gaat niet over M.'s werk als Oost-Europa-adviseur bij de NAVO. Evenmin kwamen M.'s omvangrijke zaken en contacten in Roemenië aan de orde. Het gaat hier slechts om een financiële fraudezaak, zo luidt de visie van het OM - en zo werd de zaak ook behandeld.

En, zoals zo vaak bij financiële fraude, onder meer de Operatie Clickfonds, bleek ook nu de bewijspositie van het OM voor twijfel vatbaar. Van de vier ten laste gelegde strafbare feiten waren er na het requisitoir nog twee over. Officier van justitie H. Dijkstra vroeg vrijspraak voor oplichting en witwassen. Eerder op de dag had hij het tenlastegelegde feit witwassen nog vol overtuiging gehandhaafd. Als verwijten resteerden valsheid in geschrifte en criminele samenzwering. Tegen M.'s medeverdachten Willem van V. (eerder veroordeeld voor oplichting) en de Italiaan Pietro F., een veroordeelde cocaïnehandelaar, werd 2,5 jaar onvoorwaardelijk gevorderd, tegen M. zelf eiste Dijkstra 3,5 jaar - al had de aanklager moeite de zaken op een rijtje te houden: bij vergissing eiste hij in eerste instantie een jaar minder tegen M.

In de kern komt het verwijt tegen M. en zijn medeverdachten erop neer dat zij valse waardepapieren, afkomstig uit Colombia, hebben gebruikt om geldhandel te bedrijven en daarmee geld te verdienen. Het aanvankelijke idee van witwassen, zei Dijkstra, bleek in het onderzoek onjuist omdat het waardepapier vals was.

De fiscaal-economische politie (FIOD-ECD) stuitte op een groep ondernemers in de periferie van de financiële wereld die onder leiding van Willem M. probeerden te verdienen aan handel in geld of waardepapieren. Over de geloofwaardigheid van die geldhandel zijn twijfels mogelijk, verklaarde een deskundige van ABN Amro. Maar Willem M. zag in 's mans toelichtingen een bevestiging dat met deze geldhandel enorme rendementen zijn te halen. M. had voor zichzelf nóg een uitzondering in petto: hij handelde niet voor zichzelf, maar in het belang van Roemenië.

In strafrechtelijke zin was zijn belangrijkste verweer dat hij nooit van de vervalsing van de Colombiaanse documenten heeft geweten. Weliswaar heeft M. de valsheid van sommige stukken erkend, zodat een kleine veroordeling voor valsheid in geschrift in de rede ligt, maar dat ging om ondersteunende stukken - niet de Colombiaanse waardepapieren zelf. De aanklager zegt dat M.'s kennis van de vervalste Colombiaanse stukken blijkt uit een anoniem werkpapier dat in zijn omgeving is gevonden. Daarin is de opzet van oplichting via geldhandel exact beschreven zoals die later is uitgevoerd. M. ontkent echter dat stuk te hebben geschreven. Ook vindt het OM dat M. had moeten weten dat de documenten vals waren. Bij beide punten stelde de vice-president van de rechtbank, M.J.M. Verpalen, na het requisitoir meteen vragen.

Intussen blijft de context waarin Willem M. heeft geopereerd onopgehelderd. En geen enkele autoriteit heeft er onderzoek naar gedaan: een NAVO-medewerker met een verleden als inlichtingenman meldt, via de Roemeense geheime diensten, bij zakenlui en ministers in Roemenië plannen voor miljardeninvesteringen. Hij zegt als privépersoon te handelen maar voert gesprekken op trips voor de NAVO. Hij claimt goede werken na te streven maar omringt zicht met zakenlui uit Nederland van laag allooi. ,,Wie kan nou geloven dat een man die op het NAVO-hoofdkantoor de aankoop van een bank voorbereidt een crimineel is?'', probeerde advocaat Plasman nog.

Aanklager Dijkstra had er geen oog voor. Dit was een fraudezaak, meer kon hij er niet van maken. In het requisitoir stond hij alleen stil bij het ,,mogelijke misbruik'' dat M. van zijn ,,ambtelijke positie'' had gemaakt. Hij wilde alleen ,,de vraag opwerpen''. Want: ,,Wij hebben dat niet onderzocht.''

De enige die het heikele onderwerp niet uit de weg ging was Willem M. zelf. In een slotverklaring zette M. nog maar eens uiteen tegen welke achtergrond hij zijn werk voor de verdragsorganisatie had verricht. Hij moest de NAVO-leiding niet alleen adviseren over Midden- en Oost-Europa, rapporteren inzake veiligheid en de hervorming van inlichtingendiensten in de kandidaat-lidstaten van de NAVO, hij organiseerde ook ,,brainstormsessies'' en ,,themaconferenties'' over veiligheid en werd bovendien ,,landen-coach'', verantwoordelijk voor de ,,dossiers Russische Federatie, Belarus, Roemenië, Moldavië, Bulgarije, Servië-Montenegro, Kroatië, Israël en het Vaticaan'', aldus M. Daarnaast was hij verantwoordelijk voor ,,reorganisatie en hervomingen inlichtingen- en veiligheidsdiensten''. Zijn kennis van zaken in de financiële wereld kwam hem daarbij goed van pas, want financiering van zijn werkzaamheden bleek altijd een probleem. ,,Financiering dient geheel zelfstandig verzekerd te worden uit niet-NAVO/EU-budgetten om de politieke onafhankelijkheid te garanderen en te behouden'', aldus M. Daar was hij mee bezig, met het zoeken van sponsors, financiers, zakenpartners. Het Roemeense project ,,begon tegen deze achtergrond'', besloot hij. En, beklemtoonde hij, ook zijn Nederlandse bazen bij de Militaire Inlichtingendienst wisten ervan. ,,Ook de Nederlandse MID was voortdurend op de hoogte door maandelijkse de-briefing''.

WWW.NRC.NL dossier Willem M.