Oor voor de wensen van de samenleving

Van sommige inzendingen aan de tentoonstelling De Elite van morgen? straalt de wanhoop af. Je ziet ze al zitten piekeren, de veertien jonge en veelbelovende architectectenbureaus die uitgenodigd zijn zich op anderhalve vierkante meter te profileren als de aanstormende elite. Laten we zoveel mogelijk werk zien? Of liever juist geen werk en alleen een krachtig beeldend statement? En hoe ziet dat er dan uit? Het gevolg is een tentoonstelling die geen moment verveelt, maar wel veel vragen oproept, en vaak meer weg heeft van een oefening in tentoonstellingsvormgeving dan in architectuur.

Met deze tentoonstelling, de eerste in het nieuwe onderkomen dat ontworpen is door de jonge en veelbelovende Almeerse architect René van Zuuk, grijpt het Architectuurcentrum Amsterdam (Arcam) terug op een helaas jonggestorven traditie die twintig jaar geleden begon, namelijk het organiseren van een Biënnale van jonge architecten. Na drie keer hield die biënnale op, nu pakt Arcam de draad weer op. De lijst deelnemers van toen leest als de who's who van de hedendaagse Nederlandse architectuur: Jo Coenen (nu rijksbouwmeester), Sjoerd Soeters (voorvechter van het neotraditionalisme, dat inmiddels ook in Nederland school heeft gemaakt), Benthem Crouwel (o.a. Schiphol), CePeZed (o.a. Race Planet langs de snelweg bij Delft). Dat de aandacht voor het jeugdige elan in de bouwkunst sindsdien is gegroeid, blijkt alleen al uit de lijst instanties die Arcam heeft geraadpleegd bij de zoektocht naar deze veertien uitverkorenen: Archiprix (jaarlijkse prijs voor de beste studentenplannen), Europan (bedoeld om jonge architecten ook buiten hun eigen land aan bouwopdrachten te helpen), de Prix de Rome, het Berlage Institute (postdoctoraal onderwijs), het Fonds voor de Beeldende Kunst Bouwkunst en Vormgeving.

Des te onbevredigender is het dat Arcam zich niet uitspreekt over twee prangende vragen. Kennelijk is er ondanks al die aandacht een manco, waar deze tentoonstelling in voorziet – maar welk? En, nog belangrijker, wat waren de criteria om deze veertien te kiezen, en niet bureaus als – ik noem er maar een paar – Urban Affairs, VMX, NL Architects of Arcams eigen René van Zuuk. Bij de verantwoording had dan meteen ook kunnen worden gesignaleerd dat deze nieuwe elite het bewijs is van de toenemende internationalisering van de architectuur. Diverse bureaus zijn gedeeltelijk of geheel niet-Nederlands van samenstelling, zoals het Engels-Canadese S333, het Zwitsers-Nederlandse team van Blue, de Duitsers van Kempe Thill en het Kroatische duo Puljiz en Medic. Dat is een betrouwbare indicatie dat hier een klimaat heerst waarin mensen uit het buitenland willen studeren en werken. Dat is mooi, maar wat zegt het over het al dan niet Nederlandse karakter van de Nederlandse architectuur?

Dat communicatie toch al niet het sterkste punt is van architecten, blijkt ook uit de inzendingen. Die van Wingender Hovenier heet `Werken 850 kg' en bestaat uit betonnen elementen op een pallet die op het eerste gezicht op de letters van een alfabet lijken. Waar kijken we naar? Miniatuurafgietsels van de footprints van hun gebouwen? (Zo ja, dan hebben ze een respectabel oeuvre gerealiseerd). De gezwollen begeleidende tekst – `Het maken van gebouwen is de voornaamste legitimatie van ons werk. Met zorg omsluiten ze de ruimte binnen en buiten het gebouw' – biedt geen soelaas, evenmin als het vouwblad van Arcam zelf.

Ook de bureaus Next en Onix hebben ervoor gekozen om hun projecten ondergeschikt te maken aan een gebaar. Next heeft een sculpturale toren gemaakt van het wittige kunststof waarmee modelletjes worden gemaakt, zeg maar waarmee architecten al ontwerpend hun gedachten uitwerken. In die toren zijn uitsparingen voor briefkaarten waarop hun `eigenlijke' projecten staan afgebeeld, zoals het stedenbouwkundige plan voor een verlaten fabrieksterrein, de verbouwing van een pakhuis in de Amsterdamse Jordaan tot woning en werkplaats, en het ontwerp – een kaart van onbereikbaar Nederland – waarmee ze tweede werden bij de prijsvraag van het Bouwfonds vijf jaar geleden.

Het Groningse bureau Onix laat het bij een hoge luchtige toren van houten balken, die in al zijn kaalheid misschien van allemaal het meeste gevoel voor ruimte en dus voor architectuur oproept. Uit het begeleidende boekje, een weergave van de gesprekken die ze op het bureau over dit dilemma hebben gevoerd, blijkt dat ze lang hebben overwogen om maquettes van hun werk, bijvoorbeeld een eco-boerderij in Haren of appartementen in Paterswolde, op een of andere manier in die toren te stoppen. Toch maar niet gedaan, deze constructie moet maar ,,een gebouwde stolling'' zijn van hun denken – voor wie tenminste al weet wat dat denken inhoudt.

Wie er naar mijn idee de gelukkigste mengvorm heeft gevonden van presentatietechniek en inhoud, is GroupA, oftewel Group for Architecture, die voor video heeft gekozen. Met een 3D-brilletje en een koptelefoon op betreed je hun wereld. De vormgeving daarvan is duidelijk beïnvloed door MVRDV, met zijn voorliefde voor het op elkaar stapelen van statistieken en binaire reeksen tot die zelf bijna een gebouw vormen, maar het resultaat is effectief: het grote scherm is vooral beeld en sfeer, de kleine schermen aan de achterkant geven meer gerichte informatie.

Is dit de elite van morgen? Dat weet ik natuurlijk ook niet. Volledig zal deze lijst in ieder geval niet zijn. Ik zie wel dat er een generatie aan het werk is die weinig last heeft van dogma en veel gevoel heeft voor de verlangens van de samenleving, met name waar het gaat om flexibiliteit en tijdelijkheid. En de werkelijkheid van het bouwen is hard, maar veel moeilijker dan jezelf op anderhalve vierkante meter samenvatten kan het haast niet zijn.

Tentoonstelling: De Elite van Morgen?, Arcam, Prins Hendrikkade 600, Amsterdam, t/m 31 jan. Informatie: tel. 020-6204878 of www.arcam.nl