Leider Sri Lanka wenst jaar langer aan te blijven

President Chandrika Bandaranaike Kumaratunga van Sri Lanka heeft haar politieke opponenten opnieuw te grazen genomen. Tot ieders verrassing deelde ze gisteravond op de staatstelevisie mee dat haar presidentiële termijn niet al volgend jaar, maar formeel pas eind 2006 afloopt. Met die `onthulling', zo zeggen analisten, heeft de 58-jarige Kumaratunga haar politieke opponenten verder in het defensief gedrongen.

De al jaren durende machtsstrijd tussen president Kumaratunga en haar premier én politieke aartsrivaal Ranil Wickremesinghe kwam twee maanden geleden tot een uitbarsting toen Kumaratunga drastisch ingreep in de vredesbesprekingen tussen de regering en de Tamil Tijgers. Terwijl premier Wickremesinghe in Washington verbleef, riep president Kumaratunga de noodtoestand uit en zette ze drie direct bij het vredesproces betrokken ministers uit het politieke kamp van Wickremesinghe uit hun functie. Ze was bang dat de regering teveel concessies zou doen aan de Tamil Tijgers die een grote mate van autonomie in het land willen.

Kumaratunga, die in november 1994 voor het eerst voor een periode van zes jaar tot president werd gekozen, werd in december 1999 herkozen. Dat gebeurde daags na een aanslag op haar leven door een Tamil vrouw, waarbij 26 mensen werden gedood en zij zelf blind werd aan een oog. Volgens waarnemers droeg die aanslag bij aan de overwinning op de toenmalige tegenkandidaat Wickremisinghe.

Gisteravond zei Kumaratunga op televisie dat ze zich in december 2000 officieel heeft laten beëdigen voor haar tweede termijn als president. Weliswaar gebeurde de plechtigheid slechts in aanwezigheid van haar minister van Justitie en haar toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, en wist verder niemand in het land er iets van, maar de consequentie is wel dat de tweede termijn van zes jaar logischerwijze pas eind 2006 afloopt. Voor die tijd hoeft niemand te rekenen op haar vertrek.

Tot dusver werd algemeen afgesproken dat Kumaratunga uiterlijk december 2005 zou aftreden als president, afgaande op de publieke inzweringsplechtigheid die in december 1999 vlak na haar herverkiezing plaatsvond. Maar, legde ze gisteravond haarfijn uit, die beëdiging was op dat moment eigenlijk niet nodig omdat haar eerste termijn van zes jaar pas een jaar later afliep. Dat ze zich toch al liet beëdigen, was ingegeven door de wens om het volk én haar politieke opponenten te laten zien dat ze heel goed in staat was haar taken uit te oefenen. Ook zou ze een publieke klopjacht op haar politieke tegenstanders hebben willen voorkomen.

,,Het is aan mij om te beslissen of ik tot eind 2006 wil aanblijven als president of niet'', zei de president gisteren.