Krekar blijft nog gevangen

Mullah Krekar, de leider van de Ansar-al Islam beweging uit Iraaks Koerdistan, moet nog drie weken in de gevangenis blijven. Dat heeft het gerechtshof in Oslobepaald.

De Noorse politie krijgt door de verlengde detentieperiode meer tijd om bewijzen te verzamelen tegen Krekar. De mullah woont al enkele jaren in Oslo waar hij een vluchtelingenstatus heeft. Justitie verdenkt hem van betrokkenheid bij terroristische aanlagen. Een lagere rechtbank had hem eerder vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs. Het hof van beroep draaide deze beslissing terug omdat het vooral veel waarde hechtte aan getuigenissen van enkele vermeende plegers van aanslagen. Die hebben verklaard dat Krekar een rol zou spelen bij de planning en uitvoering van dit soort acties.

Krekars advocaat, B. Meling, stelt evenwel dat deze getuigenissen zijn afgelegd tegenover strijders van de PUK, de Patriottische Unie Koerdistan, die de Ansar al-Islam probeert te elimineren. Volgens hem zijn de verklaringen ,,notoir onbetrouwbaar.'' Maar het hof oordeelde gisteren dat de optelsom van aanwijzingen dat Krekar iets met terrorisme te maken heeft toch dermate ernstig zijn dat hij niet kan worden vrijgelaten.

De Ansar al-Islam is door de VS in verband gebracht met het terreurnetwerk Al-Qaeda. Bewijzen dat Krekars moslimextremistische groep ook daadwerkelijk achter aanslagen zit zijn evenwel nooit gevonden. De organisatie van ongeveer 700 strijders streed in Iraaks Koerdistan voor uitbreiding van zijn invloed. Tijdens de oorlog in Irak werd het door de Ansar gecontroleerde gebied hevig gebombardeerd. De Amerikanen werkten samen met onder andere de PUK.

Justitie, die veel informatie uit de VS heeft gekregen, heeft tot 2 februari de tijd om meer bewijzen op tafel te krijgen. Daarna buigt een rechtbank zich opnieuw over verlenging van de detentie.