Jonathan Rhys-Meyers

Jonathan Rhys-Meyers was eigenlijk té androgyn om David Bowie te spelen in `Velvet Goldmine'. Hij lijkt wel een meisje. In `The Emperor's Wife' speelt hij nu een kamerheer die eunuch wordt.

Er zijn jongensmeisjes en meisjesjongens. Die laatsten mogen nu weer sterren worden. Puppy's zijn het, nimfen met een piemel en roodglanzende monden als kutjes. Ze pruilen. Hun haren willen gaan golven als Tadzio's lokken in Dood in Venetië, maar worden steil op hun plaats gehouden door hedendaagse gel of vet, waardoor ze meer op stiekeme nazi-idolen lijken. Geperverteerd en arisch tegelijkertijd.

De regisseurs die acteurs casten als Michael Pitt, uit Bully en Murder by Numbers, de volwassen geworden Macaulay Culkin, ooit Home Alone, nu een Party Monster, of Jonathan Rhys-Myers, vanaf deze week te zien in The Emperor's Wife, die weten dat. Die exploiteren schaamteloos de wufte man-vrouwelijkheid van hun hoofdpersonen. Ze geven er hun rollen een misschien wel aanvankelijk onbedoelde dubbele bodem mee. Of zou zo'n rol als kamerheer in The Emperor's Wife van Julien Vrebos, die nu in de Nederlandse bioscopen in première gaat, op het jonge lichaam van de op 27 juli 1977 in Dublin geboren acteur geschreven zijn? In een historische toekomst wordt de kamerheer van de keizer verliefd op diens nieuwe bruid. Om haar te kunnen ontmoeten laat hij zich castreren. Maar ook toen hij zijn heer nog wel trouw diende was hij al seksloos, in zijn kille plicht.

De enige keer dat Rhys-Meyers waarschijnlijk in een in Nederland uitgebrachte film een onverdachte man speelde en bescheiden meisjesidool mocht worden was in Bend It Like Beckham (2003), als trainer Joe, weliswaar van een meisjesteam, waarin een meisje uit een traditionele Sikh-familie furore maakt. Net als dat meisje wilde hij zelf ook niet deugen toen hij jong was: gebroken gezin, van school getrapt, in de biljarthal ontdekt door een castingbureau en toen hij de rol niet kreeg het gezicht geworden van een soepmerk. Acteren houdt hem sindsdien van de straat, zegt hij in interviews. Film, televisie, het is hem om het even.

Zijn bioscoopdoorbraak kwam met Michael Collins in 1996, toen regisseur Michael Jordan hem als een `jonge Tom Cruise' aan de wereld voorstelde. De sleutelrol van zijn filmografie tot nu toe kwam twee jaar later, toen hij de op David Bowie geïnspireerde Brian Slade speelde in Velvet Goldmine, de glamrockopera van Todd Haynes. Rhys-Meyers was bijna té androgyn voor `the thin white duke'. Met zijn wulpse lippen leek hij trouwens meer op een jonge Mick Jagger.

Regisseurs zijn hem blijven casten om zijn ongrijpbare verschijning: als jonge homo in B. Monkey (1998), tegenover Asia Argento, als drugsverslaafde soldaat in Ride with the Devil (1999) van Ang Lee, als Shakespeariaanse schurk in Titus (1999). Nu is hij bezig met de opnamen van Oliver Stones epos Alexander, waarin hij generaal Cassander speelt.