Fantastische spaarpot met 190 miljard tekort

Spaarzaam Nederland heeft een pensioengat van 190 miljard euro. Willen jongeren daar wel aan meedoen? Want wie moet straks de rekening betalen?

Het goede nieuws is: de pensioenpot zit voor tweederde vol. Of is de pot juist voor eenderde leeg?

Het Centraal Planbureau (CPB) becijfert dat de pensioenfondsen maar 70 procent hebben van het bedrag dat nodig is om de toekomstige pensioen uit te betalen inclusief volledige loon- of prijscompensatie (indexatie). Het ,,gat'' van 30 procent komt overeen met zo'n 190 miljard euro.

Zoals onderdirecteur C. van Ewijk het twee maanden geleden op een congres uitlegde: u kijkt 's ochtends uit het raam en ziet dat een goeie middenklasse auto weg is. Niet alleen bij u, maar in de hele straat, in de hele stad, in het hele land.

Is spaarzaam Nederland uniek met zijn gat van 190 miljard euro? Landen als Duitsland, Italië en Frankrijk die nauwelijks gespaard hebben, kampen niet met gaten, maar met kraters. Ook landen waar werknemers wel sparen, hebben pensioengaten. Adviesbureau Hewitt schatte deze week het pensioengat van de 100 grootste Britse beursgenoteerde bedrijven op 72 miljard euro.

Het gat dat het CPB becijfert is het verschil tussen het bedrag dat de pensioenfondsen nu bezitten (ruim 450 miljard euro) aan vermogen hebben en wat zij in een ideale situatie nodig hebben, wanneer zij de pensioenen blijven verhogen met de inflatie of de loontrend.

Deze verhoging, de indexatie, is nooit een recht geweest, reageert pensioenexpert G. Verheij van werkgeversorganisatie VNO-NCW. In de kleine lettertjes van de pensioenafspraken staat hooguit dat indexatie een streven is, maar altijd afhankelijk van de financiële positie van het pensioenfonds.

De gegroeide praktijk is dat de meeste pensioenfondsen de indexatie steeds hebben betaald. Dat kon ,,fluitend gebeuren, al was het voor de deelnemers niet altijd zo zichtbaar hoe dat precies werd gefinancierd'', zegt Verheij. In de beleving van mensen was indexatie een recht geworden, erkent hij.

Maar sinds twee jaar is alles anders, en dat komt niet alleen door de sluipende beurskrach, jarenlange ondermaatse pensioenpremies en stijgende toezeggingen. Het CPB heeft, voor het eerst, de marktwaarde van de pensioenverplichtingen uitgerekend. Pensioenfondsen moeten sinds 1997 hun beleggingen op marktwaarde becijferen, en over twee jaar ook hun verplichtingen. Ook de ondernemingen zelf moeten bij de becijfering van hun pensioenverplichtingen op deze nieuwe regel overschakelen.

Dit rekenwerk op marktwaarde levert een pijnlijke conclusie op. Aan het begin van de jaren negentig hadden de pensioenfondsen formidale stille reserves, doordat de rente relatief hoog was. Hoe hoger de rente, hoe lager de waarde van toekomstige verplichtingen. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid becijferde vier jaar geleden dat de pensioenfondsen eind 1998 een extra appel voor de dorst hadden van 65 miljard euro, die zij aan toekomstige generaties moesten overdragen. Helaas. Dat geld is verloren gegaan in de beurskrach, terwijl de pensioentoezeggingen in waarde zijn gestegen.

Om het gat te dichten richting honderd procent kapitaaldekking voorziet het Planbureau verdere premiestijgingen. De afgelopen drie jaar zijn de premies al 40 procent gestegen tot bijna 15 procent van de brutolonen. Het CPB telt daar nog eens 10 procent bij.

De vuistregel is dat werkgevers tweederde van de premie betalen, de werknemers de rest. Dit jaar krijgen zo'n 1,5 miljoen gepensioneerden geen of minder indexatie. De premieschokken dreunen in een stagenerende economie, met stijgende werkloosheid en een stijgend overheidstekort. Werkgevers willen steeds duidelijker de kostenstijging bij pensioenen keren, en leggen, zoals bij VendexKBB, meer risico's bij werknemers. Philips en Akzo Nobel hebben een vergelijkbare inzet, maar daar verzetten de vakbonden zich al bijna een jaar. De overheid zelf heeft ook een maximum gesteld aan zijn premies, zodat de pensioenregeling versoberd moest worden.

De voor tweederde gevulde pensioenpot is ,,een fantastische buffer'' om de vergrijzingskosten op te vangen, zegt het CPB. Dat is het goede nieuws. Maar het Planbureau stelt als eerste hardop de vraag of toekomstige generaties nog wel meebetalen als zij moeten instappen in pensioenregelingen met tekorten.

Het kabinet zwijgt over de noodzaak het gat te vullen. Zo worden de pensioenen steeds duidelijker opgeknipt in een uitkering die gerelateerd is aan het loon en een indexatie. De eerste uitkering is redelijk zeker, daarvoor is kapitaal gespaard en daar zijn regels voor. Maar voor de financiering van die indexatie stelt het kabinet geen regels, zodat de uitkomst nu niet alleen op papier onzeker is, maar ook in de praktijk.