Een technische manager

Piet Schenk, ex-directeur van Mercedes, sloot zijn loopbaan af als directeur bij Nationaal Park De Hoge Veluwe.

Toen Piet Schenk (68) vijf jaar geleden met pensioen ging bij Daimler-Benz, waar hij de scepter zwaaide over de divisie personenwagens van Mercedes, was hij nog niet helemaal uitgewerkt. Na zijn vertrek uit de autobranche dook hij dan ook al snel op een andere plek op: het Nationale Park De Hoge Veluwe, waar hij tot april vorig jaar directeur was.

Een buitenstaander vindt deze overstap van een sterk commerciële omgeving naar een meer publieke functie misschien vreemd, maar voor Schenk was het een logische keuze. ,,Ik was al een tijdje van plan me in te gaan zetten voor het natuur- en wildbeheer'', vertelt Schenk. Omdat hij van mening was – en is – dat er ,,het nodige te verbeteren valt'' op dat gebied en omdat hij meende met zijn commerciële achtergrond misschien iets te kunnen bijdragen.

Bovendien, verklaart Schenk, is hij een boerenzoon. ,,De behoefte om in de natuur te zijn, zit diep in mijn genen.'' In zijn nieuwe functie, met een dienstwoning diep verscholen in de 5,5 duizend hectare van 's lands grootste nationale park, kon die behoefte worden bevredigd.

Als klein jongetje wilde Schenk boer worden; zijn voornemen was om de boerderij van zijn vader over te nemen. Maar de boerderij werd onteigend en Schenk realiseerde zich dat hij `een bloedhekel' had aan melken, en binnen het boerenbedrijf vooral lol had in het sleutelen aan de tractor. Hij ging naar de autotechnische school, en werkte vervolgens zijn hele leven in de autobranche. Hij had negen jaar een eigen dealerbedrijf en stapte na enkele omzwervingen in 1974 over naar het huidige Daimler-Chrysler, toen nog Agam, waar hij bijna 25 jaar bleef werken.

Dat hij daar zo lang bleef, is volgens Schenk opmerkelijk, ,,omdat ik me al snel verveel als ik de problemen ergens heb opgelost''. Maar bij Mercedes wisten ze hoe ze hem moesten aanpakken. ,,Zodra ik een klus had afgerond, zorgden ze voor een nieuwe.''

Hij bekleedde steeds managementfuncties, onder meer als interim-manager van een aantal dealerfilialen van Mercedes, ,,die rode cijfers schreven, maar zwarte cijfers moesten gaan schrijven''. Van meet af aan hield hij zich vooral bezig met de commerciële managementkant, maar hij had toch vaak baat bij zijn achtergrond; klanten en medewerkers vertrouwden hem snel omdat hij kon meedenken over de technische problemen van auto's.

Toen Schenk vijf jaar geleden directeur werd van het Nationale Park De Hoge Veluwe, waren de problemen groot. Het Nationale Park, waar het Kroller Muller museum deel van uitmaakt, trok te weinig bezoekers en de onderlinge verhoudingen tussen directie en medewerkers waren slecht. Maar dankzij zijn ervaring bij Mercedes wist Schenk die problemen effectief aan te pakken. ,,Ik wist al dat negen van de tien keer de echte problemen binnen een organisatie bij de top zitten. Dat was hier ook zo, de onderlinge verhouding tussen personeel en directie moest worden hersteld. Het bed moest eens flink worden opgeschud.''

Voor de slechte communicatie over en weer bedacht hij een aantal onconventionele maatregelen. Zo schorste Schenk nogal eens vergaderingen, om met personeelsleden, zoals bos- en faunabeheerders, het park in te trekken. Daar liet hij ze, op hun eigen werkgebied, uitleggen wat volgens hen de oplossingen waren voor bestaande of dreigende problemen. ,,Dit zijn geen kantoormensen, je moet ze laten werken waar ze zich thuis voelen: buiten'', aldus Schenk.

Ook zijn commerciële ervaringen uit de autowereld kon Schenk naar eigen zeggen inzetten op de Hoge Veluwe. Hij organiseerde onder meer een veelbesproken Van Gogh-tentoonstelling. Met resultaat: het jaarlijkse bezoekersaantal, dat bij zijn aantreden rond de 500.000 schommelde, bedroeg in 2003 675.000. De omzet steeg fors, en het park staat volgens hem ,,weer op de kaart''.

Toen de problemen vorig jaar grotendeels opgelost bleken, vond Schenk het welletjes: hij legde zijn functie officieel neer in april, en is sinds september écht met pensioen. Al moet hij toegeven dat het nu, na een paar maanden rust, weer begint te kriebelen. Vandaar dat hij toch enkele bestuursfuncties heeft geaccepteerd. Maar zijn heilige voornemen is om nog hoogstens tien dagen per maand te werken.

Dit is een wekelijkse rubriek over mensen die vooruitkijken naar of terugblikken op hun loopbaan.