De missie van Bot

Minister Bot (CDA, Buitenlandse Zaken) heeft juist gehandeld door in Berlijn begrip te tonen voor het Duitse begrotingsbeleid, dat aanleiding was voor een splijtende ruzie tussen Nederland en Duitsland over het Stabiliteitspact van de Europese Unie. Bot kon moeilijk anders doen dan de zaak gaan sussen. De fricties tussen beide landen zijn hoog opgelopen. Nederland accepteert niet dat de Bondsrepubliek haar begrotingsproblemen afwentelt op de EU door de regels van het Stabiliteitspact te schenden. Duitsland, de aanhoudende Nederlandse vermaningen zat, haalde bij monde van minister van Financiën Eichel vorige maand hard uit door te zeggen dat Nederland de sfeer vergiftigt met zijn eis tot strikte naleving van het pact.

Die eis is terecht, al besloten de EU-ministers van Financiën zeer tegen de zin van de Europese Commissie de strafprocedure van het pact tegen Duitsland en Frankrijk op te schorten. De zware woorden van Eichel waren ongehoord, maar wat schiet Nederland op met zijn scherp geformuleerde stellingname als het daardoor zijn belangrijkste politieke en economische partner in Europa van zich vervreemdt? Nederland en Duitsland kunnen zich geen vergiftigde betrekkingen permitteren; van die twee Nederland nog het minst. Bot deed er dus verstandig aan om de Nederlandse toon over het pact te matigen. Hij wees er bij zijn Duitse gesprekspartners ook op dat ons land belang blijft hechten aan naleving van de Europese begrotingsregels. Kortom, in Berlijn sprak de door de wol geverfde diplomaat.

In Den Haag kregen Bots woorden gisteren een politiek-venijnige lading toen de VVD'er De Grave zich roerde. Hij zei dat Bot nog aan zijn rol moet wennen en dat een knappe diplomaat iets is anders is dan een minister. De Grave is indiener van een motie in de Tweede Kamer die de regering oproept om via de Europese Commissie naleving van het Stabiliteispact af te dwingen door een uitspraak van het Europese Hof van Justitie. Die motie kon vorige maand rekenen op de instemmming van de Kamer, premier Balkenende en Bots voorganger De Hoop Scheffer. Kabinetsbeleid dus – en daarvan zou Bot niet op de hoogte zijn, aldus De Grave. Gisteren werd bekend dat de Europese Commissie naar het Hof stapt om te proberen de gewraakte strafprocedure voor overtreding van het pact te herstellen. Bot liet zich daarover weinig enthousiast uit. Dat wringt met het officiële Nederlandse standpunt. In die zin had De Grave gelijk: een minister wordt geacht het kabinetsbeleid onverkort uit te dragen.

De Kamer kan nu twee dingen doen: de boel kalmeren of dit vuurtje nog eens oppoken. Dat laatste zou onverstandig zijn. Hoe het juridisch ook afloopt, Bot moet de gelegenheid krijgen om verder te werken aan verbetering van de Duits-Nederlandse relatie. Zijn charme-offensief moet een vervolg krijgen. Nu de EU-Commissie het Hof inschakelt hoeft Nederland Duitsland niet meer te kapittelen. Ook de premier dient zich deze kwestie aan te trekken. Of er nu wel of geen `chemie' is tussen hem en zijn collega Schröder in Berlijn, het gaat om een vriendschapsband tussen twee landen die onder druk staat en die geen verdere verslechtering verdraagt. Los van de persoonlijke band tussen de twee regeringsleiders dwingen politieke en zakelijke belangen tot het soort rechtstreeks en daardoor meestal constructief overleg dat vroeger heel gewoon was tussen (toen nog) Bonn en Den Haag. Beide landen zullen hun standpunt over het Stabiliteitspact wel handhaven. Maar voor beide geldt dat politieke deëscalatie een nationaal en een Europees belang dient.