Waanzinnige kunstwerken

In Gent is een tentoonstelling met tekeningen en schilderijen van psychiatrische patiënten. Een theater van de gekte met intrigerende kunststukjes.

De Duitse kunsthistoricus en psychiater Hans Prinzhorn verzamelde rond 1920 kunstwerken gemaakt door psychiatrische patiënten. De Prinzhorn-collectie (5.000 objecten van 435 patiënten) verdween, werd in de jaren zestig op een zolder teruggevonden en is sinds 2001 te zien in de Psychiatrische Universiteitskliniek Heidelberg. Tot eind maart worden 300 werken getoond in het Gentse Museum dr. Guislain, dat zich bevindt in een psychiatrisch ziekenhuis.

Museum Guislain selecteerde Gesamtkunstwerken, veelal met een wereldbeeld, leerstelsel, een religieus of geheim systeem, kalenders of grafische verbeeldingen van woordreeksen.

Prachtig is het collagestripboek van Rudolf Heinrichshofen uit 1919 met zijn karikaturale kijk op actuele gebeurtenissen, die hij doorspekt met biografische belevenissen in inrichtingen, de mysterieuze dood van zijn broer en de trektochten als hij weer eens is ontsnapt. In spottende gedichten roept hij uit: ,,O psychiatrie, ik walg van je.''

Subtieler zijn de miniaturen van horlogemaker Heinrich Hermann Mebes (geboren in 1842) in een zelfgemaakt boekje. Ze zijn minutieus uitgewerkt in stemmige kleurstellingen; de teksten geschreven in volmaakt schoonschrift. Mebes houdt zich bezig met vragen omtrent goed en kwaad, dood en verlossing, en verweeft dit met alchemistische en mystieke symbolen, kosmische kringlopen, scheppingsmythen en christelijke motieven. Hij verlangt naar de almacht van God, omdat Hij triomfeert over schuld en angst.

Volgens de toenmalige diagnose werden deze creaties vooral gemaakt door patiënten die leden aan schizofrenie en dementia praecox, maar ook manie, psychopathie en soms epilepsie kwamen voor.

De nazi's misbruikten de Prinzhorn-collectie op de tentoonstelling Entartete Kunst (die vanaf 1937 rondreisde) door te wijzen op de analogie met moderne expressionistische, dadaïstische en non-figuratieve kunstwerken van mensen als Oskar Kokoschka, Otto Dix en Paul Klee, om zo de `zieke, ontaarde geest' van de kunstenaars aan te tonen.

Patiënten hadden destijds nauwelijks eigen bezittingen; vaak werden creatieve uitingen heimelijk gemaakt en weggeborgen, vervaardigd op gevonden papier, in kladblokjes, schriftjes, agenda's, maar ook in bijbeldikke boeken. Het gaat veelal om collages, gemengde technieken: uitgescheurde of geknipte afbeeldingen in combinatie met pentekeningen, schilderingen en al dan niet fragmentarische, cryptische teksten.

Zo omcirkelt Barbara Suckfüll op papier bestek, servies, een aardappel en een worst die op tafel liggen en brengt langs deze contourlijnen teksten aan: ,,DIT. BROODJE. BRACHT. DE RODE. HOLZMEIER. NAAR. HET. MIDDAGETEN. EN HET LIGT. NU. NOG. OP. DE. VENSTERBANK. EN. IK. SCHRIJF. DUIVEL. DAT. IS. VAN. JOU.'' En zo ontstaan prachtige grafische werken.

Paul Kunze was geobsedeerd door macht, uniformen en seks, terwijl Oskar Herzberg een `Dissertatie over kastraten' schreef en met waterverf de komeet Haley als een kruis met afhangende lichtsluiers schilderde. Else Blankenhorn ontwierp bankbiljetten, aquarellen in groen, blauw en rood, voorzien van vrouwenfiguren en waardeopdruk (200 centuplonen en quaduplonen goud). Een verzetsdaad omdat ze in het gesticht niet over eigen geld kon beschikken?

Het zijn veelal intrigerende kunststukjes, omdat je de achterliggende gedachtewereld van de maker slechts ten dele doorgrondt of omdat de betekenis in nevelen gehuld blijft. Vaak zijn het obsessief gemaakte werken vol eindeloos uitgewerkte ingevingen, vervaardigd met totale opgave en in diepe concentratie.

De ellende die veel patiënten doormaakten, komt schrijnend tot uitdrukking in de tekeningen van Emma Hauck. Zij smeekt haar echtgenoot, `haar hartendiefje, lief beertje, met duizend hartelijke groeten en kussen', haar te komen halen. Maar allengs nemen de woorden in haar werk af tot alleen `komm' overblijft. Ze herhaalt nog slechts dit woord, verdicht het en bouwt het in grafische lagen op tot donkere zuilen die vruchteloos tot in de hemel reiken. Carl Heinz Stockhausen droeg een gefilmde compositie aan haar op, K. Michel een gedicht.

Tegelijk is in museum Guislain de fototentoonstelling `Menselijk, al te menselijk', met teruggevonden portretten van patiënten, alsook een indrukwekkende permanente expositie over de geschiedenis van de psychiatrie, met onder andere een hersensnijmachine.

Geheim schrift. Tot 31 maart in Museum Dr. Guislain, Jozef Guislainstraat 43 in Gent.

Zie voor openingstijden:

www.museumdrguislain.be