Thuiskomst van rusteloze geesten

Etnische Haida-indianen gaan de musea van Noord-Amerika af op zoek naar de stoffelijke resten van hun voorouders. Met deze zogeheten repatriëring willen ze hun voorouders opnieuw begraven. ,,We hebben onze voorouders nu, maar we komen terug voor de rest.''

De doodse stilte van Skidegate, een afgelegen indianendorp aan de noordwestkust van Canada, wordt slechts doorbroken door het gekraai van raven en een elektrische zaag. Voor de deur van het huis van Andy Wilson, een bungalow aan de kust met uitzicht op een benevelde, stille baai, zijn twee mannen bezig hout te bewerken onder een tentdak. Wilson, een robuuste vijftiger van de Haida-bevolking, kijkt toe terwijl zijn vriend Terry zorgvuldig het geraamte aflevert van een kleine, lichthouten kist. Wilson en zijn mensen maken er honderden.

De kisten zijn bestemd om de stoffelijke resten te begraven van leden van de Haida-bevolking die in de negentiende eeuw zijn gestorven. Honderden van hen krijgen een laatste rustplaats in hun gebied van herkomst, de Queen Charlotte Islands voor de kust van Canada en Alaska, na ongeveer een eeuw te hebben doorgebracht in opslagruimtes van een groot aantal musea. De Haida van vandaag maken er werk van om de stoffelijke resten bij die musea op te eisen, een proces dat bekend staat als `repatriëring'.

Repatriëring van inheemse objecten door musea is de laatste tien à vijftien jaar in zwang in Noord-Amerika. Aangespoord door toegenomen respect voor indianenvolken worden mondjesmaat voorwerpen van bijzondere waarde aan stammen ter beschikking gesteld. In de Verenigde Staten bestaat sinds 1990 zelfs een wet met richtlijnen over wat in aanmerking komt voor teruggave. Maar ondanks die theoretische toenadering blijft het eigendomsrecht van inheemse museumstukken in de praktijk een vrij stekelige kwestie.

De Haida zijn een van de meest actieve groepen op dit gebied – niet in de laatste plaats omdat hun skeletten een eeuw geleden zeer in trek waren. Overschotten van honderden Haida, van beenderen en schedels tot hele geraamtes, werden aan het einde van de negentiende eeuw en het begin van de twintigste verzameld door antropologen. Musea vormden een markt voor `exemplaren' van inheemse rassen die met uitsterven werden bedreigd, en de Haida werden in de negentiende eeuw gedecimeerd door een pokkenplaag. Hun overschotten worden nu over het algemeen bewaard in de catacomben van musea.

Dat past niet bij het geloof van de Haida dat een overledene dient te worden begraven in zijn geboorteplaats om rust te vinden, zegt Wilson, voorzitter van de repatriëringscommissie in Skidegate. De beenderen, ooit ,,geplunderd'' door verzamelaars, vertegenwoordigen de ,,rusteloze geesten'' van hun voorouders, zegt hij. ,,Wij hopen dat hun geesten tot rust zullen komen wanneer wij hen thuis brengen. De manier waarop andere mensen ons hebben behandeld was volslagen oneerbiedig.''

Wilson en zijn mensen hebben de afgelopen jaren stoffelijke overschotten gerepatrieerd van meer dan 450 Haida-voorouders. Dat ongekende succes is voor een groot deel te danken aan hun systematische werkwijze. Ze zijn in de jaren negentig vrijwel alle grote musea in Noord-Amerika afgegaan, waaronder het Museum of Civilization in de Canadese hoofdstad Ottawa, het Museum of Natural History in New York en het Field Museum of Natural History in Chicago. Nu zijn ze in onderhandeling met het Smithsonian in Washington. Wanneer alle beenderen uit de VS terug zijn, willen de Haida hun grenzen verleggen naar Europa.

Voor de Haida is het repatriëringsproces een soort groepstherapie om misstanden uit het verleden recht te zetten en het lot van hun volk weer in eigen hand te nemen. Vele leden van de eilandbevolking van ongeveer 6.000 mensen zijn betrokken bij het project. Vrijwilligers organiseren traditionele Haida-feestmaaltijden met zang en dans voor bezoekers om geld in te zamelen. Schoolkinderen maken knopendekens waarin de botten worden gehuld. Middelbare scholieren helpen met het beschilderen van de kisten. ,,Het is belangrijk voor iedereen om het verleden af te sluiten'', zegt Wilson.

Het verleden van de Haida, een trots volk met een geavanceerde cultuur, liep fout in de tweede helft van de negentiende eeuw. Een zieke blanke zeeman bracht pokken naar de Queen Charlotte Islands. De Haida hadden geen weerstand tegen de vreemde ziekte en bezweken bij bosjes; van een bevolking van naar schatting 10.000 in 1863 waren er rond de eeuwwisseling nog slechts 600 over. De overlevenden ontvluchtten hun oude nederzettingen en verzamelden zich in de moderne dorpen Skidegate en Old Masset. De oude nederzettingen liggen er tot op heden verlaten bij.

De afgelegen spookdorpen bleken schatkamers voor blanke handelaars in gewilde Haida-kunstobjecten, van gebruiksvoorwerpen tot totempalen. Palen met houtsneden van raven, adelaars, beren en walvissen, in grafische Haida-vormen met grote, solide ogen, werden massaal neergehaald en in stukken gezaagd om tentoongesteld te worden. Zogeheten doodspalen hadden bovenaan een kist met de overblijfselen van een prominente inwoner van de nederzetting en ook die waren in trek.

Wilson verkende in zijn jeugd de overblijfselen van de oude dorpen, maar verdiepte zich pas in wat er was gebeurd toen hij langdurig rust moest houden na een ongeluk. Hij besloot zijn leven een positieve wending te geven en heeft sindsdien een groot aantal musea bezocht in Noord-Amerika, op zoek naar zijn eigen wortels. ,,We hebben verschrikkelijk veel doorstaan, en nu zijn we klaar om terug te eisen wat ons toekomt'', zegt hij.

Het repatriëringsinitiatief is met name aangeslagen bij de jongere generatie Haida. Zij hebben de trotse geschiedenis van hun volk herontdekt, nadat deze voor het grootste deel van de twintigste eeuw was verworpen door de blanke autoriteiten bij het onderwijs en de kerk. De nieuwe generatie Haida meet zich de oude identiteit aan van een krachtig, bijna intimiderend volk. Activistische leiders maken aanspraak op het eigendomsrecht van de Queen Charlotte Islands, in hun eigen taal Haida Gwaii, ofwel `thuisland van de Haida'. Hun voorouders hebben de archipel nooit afgestaan aan de blanken in een verdrag. Met hun internationale naamsbekendheid en traditionele standvastigheid vormen de Haida van nu een van de meest formidabele opponenten voor de autoriteiten van British Columbia bij het aanhoudende getouwtrek om land aan de westkust. ,,De jongeren beseffen dat we als natie heel wat kunnen bereiken wanneer we ons verenigen,'' zegt Wilson.

Eén van die jongeren in Nika Collison, medevoorzitter en onderhandelaar van de repatriëringscommissie. Gedreven spreekt zij van een kans om de haar volk in ere te helpen herstellen door de voorouders een laatste eer te bewijzen. ,,Onze maatschappij en cultuur zijn hoog ontwikkeld door de mensen die hier leefden voordat ik werd geboren. Hen willen we nu terughalen,'' verklaart ze.

Als onderhandelaar met de musea heeft Collison schik in de milde beduchtheid die de repatriëringsbeweging de instellingen inboezemt. ,,Eerst waren ze bang voor ons'', zegt ze. ,,We hebben een reputatie van wilde vikingen en een geschiedenis van oorlogvoering die zich doortrekt naar de wereld van vandaag. Maar in werkelijkheid zijn we niet eng. Ons doel is de musea zover te brengen dat ze onze voorouders willen teruggeven, niet omdat dat moet maar uit begrip voor het belang dat wij eraan hechten.''

Collison nam een geleidelijke ontdooiing waar bij haar langdurige contacten met de musea. ,,Ze zien inmiddels ook in dat het verkeerd is geweest om beenderen weg te halen.'' De meeste instellingen waarmee de Haida te maken hebben gehad, verwelkomen hun verzoek. De Haida sloegen onlangs hun grootste slag met de repatriëring van ongeveer 150 overschotten van het Field Museum in Chicago.

Maar wat betreft Colin Richardson, spreker namens de Haida-bevolking, is de zaak nog niet is afgedaan met de teruggave van de beenderen. Met een oog op de collectie van Haida-objecten verklaart hij tijdens een kleurrijke overdrachtsceremonie van de beenderen in het Field Museum strijdlustig: ,,we hebben onze voorouders nu, maar we komen terug voor de rest.''

Een week na de overdracht van de resten en hun terugreis naar Haida Gwaii, overziet Wilson de sluiting van de kleine kisten. Ze worden begraven op een locatie die alleen de Haida kennen, ,,zodat niemand ze weg kan halen of opnieuw kan verstoren.'' Wilson hoopt dat zijn eigen kinderen zich bewust zullen blijven van wat er met hun voorouders is gebeurd – en trots zullen zijn op hun Haida-identiteit. ,,Mensen dachten dat de Haida tot het verleden behoorden,'' zegt hij. ,,Maar we zijn springlevend.''