Proces tegen Bank of England

De Britse centrale bank, de Bank of England (BoE), verschijnt vandaag voor het eerst in de geschiedenis voor de rechter. Deloitte & Touche, curatoren van de frauduleuze Bank of Credit and Commerce International (BCCI) die in 1991 spectaculair failliet ging, eisen een schadevergoeding van 1 miljard pond (1,45 miljard euro), omdat de BoE als toezichthouder zou hebben gefaald.

De curatoren zeggen dat de BoE waarschuwingen over malversaties bij BCCI doelbewust heeft genegeerd en de vergunning had moeten intrekken. De rekeninghouders – van kleine spaarders tot Arabische miljardairs – verloren in totaal 7 miljard pond bij de grootste bankfraude ooit.

De zaak is uniek omdat de centrale bank tot nu toe immuun was voor rechtsvervolging. Daaraan kwam een einde toen de rechtskamer van het Hogerhuis, de hoogste beroepsinstantie, in 2001 de curatoren toestemming gaf hun zaak door te zetten. Deloitte & Touche vertegenwoordigt zo'n 6.500 belanghebbenden in BCCI.

De BoE ontkent gefaald te hebben. Maar een cruciaal memo uit 1982 omschrijft de BCCI als ,,een financiële Titanic''. Drie voormalige gouverneurs van de BoE, hoge ambtenaren en politici zullen in de getuigenbank moeten verschijnen voor potentieel lastige vragen. Aangenomen wordt dat ook oud-premier John Major en zijn minister van Financiën, Nigel Lawson, moeten getuigen in een zaak die tot anderhalf jaar kan duren. Als de BoE verliest, moet de belastingbetaler voor de schade opdraaien; een nachtmerrie voor minister Brown (Financiën), die daartoe in zijn oppositiejaren juist had opgeroepen.

De fraudezaak licht mogelijk ook opnieuw het deksel van de tweede BCCI-beerput: de financiële netwerken van internationale geheime diensten waarin de bank een grote rol speelde. Er is speculatie dat MI6 rekeningen van de bank gebruikte voor het betalen van agenten en dat de bank een doorgeefluik was voor geld naar verzetsstrijders in Afghanistan, onder wie mogelijk Osama bin Laden, tijdens de Russische bezetting. De bank speelde tevens een hoofdrol bij het witwassen van drugswinsten, de financiering van dictatoriale regimes, wapentransacties tussen het Westen en Arabische landen. Jack Straw, de Britse minister van Buitenlandse Zaken, heeft vorig jaar met een beroep op de `nationale veiligheid' weten te voorkomen dat sommige documenten openbaar worden.

De BCCI werd in 1972 opgericht door een groep Pakistanen en groeide van een kleine Aziatische bank uit tot een financiële grootmacht met vestigingen in zestig landen. Het hoofdkantoor was in Londen, maar het financiële toezicht was verdeeld over verschillende landen, waaronder de Kaaiman-eilanden. De fraude begon eind jaren zeventig toen de bank met boekhoudkundig goochelwerk en valse rekeningen verliezen maskeerde van de grootste aandeelhouder, een Arabisch scheepvaartbedrijf. Die liepen op toen de BCCI banken in de VS overnam, en daarbij de Amerikaanse financiële autoriteiten ontliep.