Onderzoek militair 4

In alle terughoudendheid lijkt ook de commentator van NRC Handelsblad van 7 januari, de Zwarte Piet in de affaire rond het schietincident van 27 december bij het OM te leggen.

Deze verliest daarbij uit het oog dat de stroom geruchten en de reacties daarop verontrustender zijn dan het schietincident zelf. Ze geven een indicatie van de commotie die zal ontstaan bij veel ernstiger incidenten. Alle aandacht wordt nu onterecht gevestigd op de interactie tussen openbaar ministerie en de militairen. Dat is een schadelijke ontwikkeling, omdat de relatie tussen de militairen en de Iraakse bevolking van veel groter belang is.

De mensen die vinden dat Nederland in Irak aanwezig is uit liefdadige overwegingen, zullen eventuele wandaden van de Nederlandse troepen als verdachtmakingen betitelen. Wij vinden de incidenten tussen de bevolking en de troepen logisch, omdat de laatsten in de ogen van de eersten deel uitmaken van een bezettingsmacht. De zeer beperkte periode dat die aanwezigheid aanvaardt wordt loopt ten einde. Het politieke proces dat een einde moet maken aan deze bezetting vindt in Washington plaats. De Nederlandse regering heeft daarop geen invloed, slechts de optie om terug te trekken of een verlengstuk te blijven van het Amerikaanse beleid. Het wordt hoog tijd dat het debat over deze situatie serieus gevoerd wordt.