Onderzoek militair 3

Wat betreft het schietincident in Irak staan niet alleen het privé-belang van de Nederlandse sergeant-majoor die het desbetreffende schot zou hebben gelost en de geloofwaardigheid van het openbaar ministerie op het spel, maar ook het functioneren en de veiligheid van de Nederlandse militairen in Zuid-Irak.

De publieke beschuldigingen van het OM roepen bij de uitgezonden militairen nog meer onzekerheid op over de toepassing van de geweldsinstructies. De toepassing daarvan bij een bedreigende situatie is bijzonder lastig: dergelijke situaties ontwikkelen zich snel, zijn vaak onduidelijk en er staat bovendien veel op het spel; niet alleen eigen lijf en leden, maar ook de veiligheid van collega's en burgers die zich in de directe nabijheid van het voorval kunnen bevinden.

Door de wijze waarop het OM is omgegaan met deze kwestie wordt het beoordelingsvermogen van de militair in negatieve zin beïnvloed: er ontstaat twijfel over het eigen professionele beoordelingsvermogen, waarbij klaarblijkelijk door het OM snel en op een onzorgvuldige wijze vraagtekens kunnen worden gezet. Dit gaat ten koste van de veiligheid van de militairen en bemoeilijkt de taakuitvoering.De publieke discussie richt zich nu op de geweldsinstructies van de uitgezonden militairen. Zijn die inderdaad zo beperkt en strikt dat de toepassing van geweld leidt snel kan leiden tot een publieke veroordeling en dat met alle gevolgen van dien voor de opgedragen taken? Indien de als dienstgeheim geclassificeerde geweldsinstructies openbaar worden gemaakt, kan de politieke en publieke discussie worden verdiept en kan het speculatieve karakter daarvan worden beperkt.

De vraag is of belangen worden geschaad met een dergelijke openbaarmaking. Mijns inziens niet. De geweldsinstructies zijn niet voor niets slechts dienstgeheim geclassificeerd. Dat is de laagste denkbare classificatie, waardoor bij schending per definitie het algemene of militaire belang slechts in zeer beperkt zal worden geschaad.