Onderzoek militair 1

Door toedoen van een in Irak gelegerde Nederlandse militair is een Irakees omgekomen. Het slachtoffer maakte zich, naar verluidt, schuldig aan plundering. Tegen de Nederlandse militair loopt een strafrechtelijk onderzoek, voorshands i.v.m. verdenking van respectievelijk moord, doodslag of dood door schuld. Half Nederland valt over dit onderzoek.

Indien dit zich in Nederland had voorgedaan, zou het onderzoek van justitie brede publieke instemming hebben gekregen. Want wij leven in een rechtsstaat, en we doen niet aan eigenrichting. Waarom in vredesnaam zou de gebeurtenis in Irak niet door de rechter beoordeeld mogen worden aan de hand van te bewijzen feiten, wettelijke regels en de geweldinstructie die voor de militair gold? Moet Nederland het voorbeeld van de VS maar volgen en naar willekeur straffeloos verdachten en omstanders doden? Moeten wij voor onze inzet in Irak de enige rechtvaardiging (het helpen bevorderen dat daar een rechtsstaat gevestigd wordt) loslaten? Nederland mag in Irak geen misdrijven begaan. Ons slachtoffer in Irak is niet de Nederlandse militair, hoezeer sommigen dat ook menen, maar de Irakese plunderaar.

Wat zou de politieke nasleep en de collectieve psychische schade zijn, als Nederland in Irak tot `dader' zouden verworden? De vergelijking met `Srebrenica' gaat natuurlijk mank, maar een trauma van vergelijkbare omvang ligt op de loer als wij nu het recht niet zijn loop laten hebben.

Een bijkomend effect (maar niet de rechtvaardiging) van een strafrechtelijk onderzoek en een eerlijk proces zal zijn, dat het de veiligheid van de Nederlandse troepen in Irak vergroot. Berichtgeving daarover in de media verkleint het risico op wraakacties tegen de Nederlandse militairen. De Irakezen zien dat wij hen niet als vogelvrij beschouwen.

Daarom: er zijn veel argumenten voor de fracties in de Tweede Kamer, voor Defensie en voor de militaire vakbonden om nog eens na te denken alvorens in de gordijnen te klimmen.