Minder alert door donkere kantoren

Op Nederlandse kantoren is het veel te donker. Hoogleraar Ton Begemann van de Technische Universiteit Eindhoven vindt dat te weinig licht tot minder alerte werknemers leidt. De oplossing: speciale tl-buizen die meer licht produceren.

Tl-licht staat niet bekend om zijn gezellige uitstraling. Toch kunnen juist deze lampen nuttig zijn bij de behandeling van tal van kwalen: winterdepressie, jetlag of vermoeide werknemers in nachtdienst. Fabrikanten als Philips en Davita brengen dit zogeheten `heldere licht' op de markt.

Waarom licht zo'n belangrijke invloed heeft, is nog altijd onderwerp van veel verhitte debatten. Meer eensgezindheid is er over de behandeling voor al deze aandoeningen en kwaaltjes: stel de `slachtoffers' bloot aan extra licht. En dat gebeurt dan ook. In het geval van winterdepressie, ook wel Seasonal Affective Disorder (SAD), zijn er diverse ziekenhuizen die lichttherapie als behandeling aanbieden. Maar telkens een rit naar het ziekenhuis is niet praktisch, zeker niet voor milde gevallen van wintermoeheid.

Om toch aan de lichtbehoefte te voldoen, brengt Philips lichttherapieapparaten op de markt onder de naam Bright Light. Zijn Duitse concurrent Davita doet hetzelfde, maar dan onder de naam Vilux. De producten van beide fabrikanten zijn gebaseerd op het principe van het leveren van zeer grote hoeveelheden licht. Dat levert praktische problemen op. De hoeveelheid licht die nodig is voor de behandeling van SAD, is enorm en kan oplopen tot 10.000 lux, net zoveel licht als vijf gloeilampen van 100 watt op ongeveer 20 centimeter afstand. Maar het gebruik van gloeilampen is nauwelijks mogelijk. Die produceren zoveel hitte dat de jetlaggende gebruiker of SAD-patiënt na een lichtbad een bruin korstje zou hebben.

En dus gebruiken Bright Light en Vilux speciale tl-buizen, ook wel fluorescentielampen genoemd. Die staan bekend om hun veel lagere warmteproductie. Ze hebben echter ook een ander nadeel: het licht is vaak kil. Dat heeft alles te maken met de techniek achter een tl-buis. De speciale lampen in lichttherapieapparaten zijn echter zodanig aangepast dat ze niet alleen helder zijn, maar ook licht afgeven dat veel lijkt op normaal daglicht.

Het principe van een fluorescentielamp is niet nieuw. De lamp bestaat uit een buis gevuld met een gas, meestal argon, soms krypton. Dit zijn beide edelgassen, wat wil zeggen dat argon noch krypton met andere stoffen een chemische verbinding kan aangaan. Het gebruik van deze relatief dure gassen is noodzakelijk, want een tl-buis bevat verder nog kwik, dat nodig is voor de lichtproductie en dus niet met het gas mag reageren. Op de buis wordt spanning gezet, waarna het kwik gasvormig wordt en ultraviolet licht begint uit te stralen.

Om te begrijpen hoe kwik licht kan geven, is een kleine natuurkundeles nodig. Licht ontstaat doordat de kwikatomen veranderen door de elektriciteit. Elektronen, negatief geladen deeltjes die om de atoomkern cirkelen, worden door die elektriciteit als het ware in een hogere baan om de atoomkern geslingerd. Erg lang houdt zo'n elektron dat niet vol. Al snel valt het terug in zijn oorspronkelijke baan. De extra energie die het elektron door zijn eerdere slinger heeft opgedaan, komt daarbij vrij en wordt uitgezonden in de vorm van ultraviolet licht.

Daarmee is een tl-fabrikant er nog niet. Het soort licht hangt af van de hoeveelheid energie die vrijkomt. Bij kwik komt zoveel energie vrij dat er potentieel gevaarlijke ultraviolette straling ontstaat. Dat is prettig om bij bruin te worden, maar het verhoogt ook de kans op kanker. Om bij te zien helpt het bovendien niet echt: ultraviolet licht is voor het menselijk oog niet zichtbaar. Om die reden bekleden fabrikanten de buizen met pigmenten, die het ultraviolette licht in zichtbaar licht omzetten. Deze pigmentstoffen doen in feite hetzelfde als het kwik: ze nemen de ultraviolette straling op in de vorm van energie, elektronen worden op en neer geslingerd, en opnieuw is licht – maar dit keer zichtbaar – het resultaat.

Het zijn die pigmenten die bij `helder licht'-lampen anders zijn. ,,In een normale tl-buis zitten meestal een stuk of drie pigmenten'', zegt ir. Gerrit van den Beld van Philips Lighting. ,,Ieder pigment heeft zijn eigen kleur. Hoe meer verschillende kleuren een fluorescentiebuis afgeeft, hoe meer het licht lijkt op zonlicht, dat uit een mengeling van letterlijk alle regenboogkleuren bestaat. In lampen voor lichttherapie zitten daarom extra pigmenten, die bovendien van hogere kwaliteit zijn. Dat leidt tot een betere mix van meer kleuren.''

De hogere kwaliteit én kwantiteit van de gebruikte pigmenten verklaart deels de hoge prijs van een apparaat voor lichttherapie. De goedkoopste exemplaren kosten al gauw zo'n 180 euro. Dat bedrag komt overigens ook tot stand door het toepassen van speciale elektronica, die ervoor moet zorgen dat de tl-buizen niet gaan flikkeren, zoals bij gewone fluorescentielampen wel eens het geval is. Ook de afschermende kap, die ultraviolette straling filtert, is prijzig.

Of al die moeite om meer kleuren uit een tl-buis te persen ook tot een beter gezondheidsresultaat leidt, is volgens Van den Beld niet helemaal zeker: ,,Blauw licht lijkt het meest effectief te zijn, maar voor de rest zijn de pigmenten ook nuttig omdat ze de gebruikers er gezond uit laten zien''. Waarmee Van den Beld maar wil zeggen: de lijkbleke huidskleur die sommige ouderwetse tl-buizen veroorzaken, heeft nog nooit iemand vrolijk gemaakt – laat staan iemand in een winterdip.