Luchtagenten sinds 1968

In de Verenigde Staten bestaat het `Sky Marshal Program' sinds 1968. Het werd toen ingesteld om kapingen van vliegtuigen op routes naar Cuba tegen te gaan, een toen geregeld voorkomend fenomeen.

Het programma werd uitgebreid in 1985. In dat jaar werd TWA-vlucht 847 gekaapt na vertrek uit Athene. De kapers, sjiitische moslims uit Libanon, dwongen het toestel, een Boeing 727, uit te wijken naar Beiroet. De Amerikaanse passagiers werden naar diverse locaties in Libanon gebracht, wat een eventuele bevrijdingsactie bemoeilijkte. De gijzeling van de passagiers duurde twee weken. Eén passagier, een Amerikaanse marineofficier, werd om het leven gebracht.

Na dit incident gelastte president Reagan een uitbreiding van het sky marshal-programma, met de bedoeling om agenten te kunnen laten meevliegen op vluchten van Amerikaanse maatschappijen over de gehele wereld. In augustus werd de wet van kracht om het `Federal Air Marshal Program' mogelijk te maken. Sindsdien vlogen dagelijks enkele tientallen door de Federal Aviation Administration opgeleide agenten op vluchten die door henzelf willekeurig werden gekozen op 11 september 2001 waren er 33 actief. Alleen de bemanningen van de toestellen waar de agenten aanwezig waren, werden hiervan op de hoogte gesteld.

Na de kapingen van 11 september heeft president Bush het programma verder uitgebreid. Er is nu geld voor tweeduizend marshals. Zij vallen sinds december 2003 onder de douane- en immigratiedienst. Sindsdien zijn er veel problemen rondom het programma geweest. Er waren in korte tijd te veel agenten aangenomen die niet goed genoeg werden opgeleid, hun antecedenten werden niet voldoende onderzocht, er was niet genoeg munitie voor hun wapens en de werkweken van de agenten waren zeer lang. Het verloop onder de agenten is groot.