KLM akkoord met bewapende air marshals

De KLM gaat onder voorwaarden akkoord met de inzet van zogenoemde air marshals op internationale vluchten. Over enkele weken start een proef van zes maanden door de Koninklijke Marechaussee, de KLM en het ministerie van Justitie.

De komende weken wordt er een protocol opgesteld waarin de voorwaarden worden uitgewerkt. De KLM wil dat er afspraken worden gemaakt over de eindverantwoordelijkheid in het toestel, die volgens de luchtvaartmaatschappij altijd bij de gezagvoerder moet berusten. Tevens wil de KLM goed afspreken wie aansprakelijk is indien een passagier als gevolg van ingrijpen door een air marshal gewond raakt. Ook de taken en bevoegdheden van de marshals moeten nauwkeurig worden beschreven, aldus de KLM.

De KLM heeft kort na de aanslagen van 11 september 2001 het ministerie van Justitie gevraagd om na te denken over de inzet van air marshals. Dat er nu daadwerkelijk een proef wordt gehouden, heeft volgens de KLM vooral te maken met de eis die de Amerikaanse autoriteiten stellen aan buitenlandse luchtvaartmaatschappijen om bewapende agenten mee te sturen op geselecteerde vluchten. ,,Voor wie daar niet aan voldoet, wordt het Amerikaanse luchtruim gesloten'', aldus de woordvoerder van de KLM.

Bij Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen vliegen al jaren bewapende air marshals mee.

De Vereniging van Nederlandse Verkeersvliegers (VNV) verzet zich al enige tijd tegen de komst van bewapende marshals. Voorzitter Henk de Vries van de VNV stelt dat de komst de verantwoordelijkheid van de gezagvoerder voor de vliegveiligheid en de goede orde en discipline aan boord ,,op grove wijze worden aangetast''.

Het te sluiten protocol moet tegemoet komen aan de eisen van de piloten om procedures en randvoorwaarden op te stellen. De vliegers dringen met name aan op de inzet van `intelligente wapens' die alleen door de marshal zelf kunnen worden bediend en die zo min mogelijk schade aan het toestel kunnen toebrengen. De Vries stelt dat piloten altijd het laatste woord moeten hebben bij de beslissing een agent al dan niet aan boord te nemen op een individuele vlucht.