Klimaatvoorspellingen

Dat het warm is voor de tijd van het jaar, blijkt uit de huidige bloei van sommige bomen en de zang van sommige vogels. De lente begint steeds vroeger. De gemiddelde temperatuur stijgt in de wereld en volgens het KNMI warmt Nederland sneller op dan andere gebieden omdat de wind vaker dan vroeger uit het zuidwesten komt. Dat spaart verwarmingskosten, maar brengt ook de natuur in de war. Toch is het speculatief om in een groot wiskundig model de stijgende lijn door te trekken van nu naar vijftig of honderd jaar later. Klimaatverandering verloopt grillig. Er zijn veel theorieën over de vorming van wolken. Er is kans dat ten gevolge van de opwarming van de aarde de warme golfstroom naar West-Europa wordt onderbroken en dan krijgt Nederland met de zelfde winterse temperaturen te maken als Montreal in Canada.

Hoewel steeds meer wetenschappers het er onderling over eens zijn dat de opwarming van de aarde mede veroorzaakt wordt door de uitstoot van broeikasgassen door verbranding van fossiele brandstoffen, zijn er ook andere plausibele verklaringen die nog niet zijn weerlegd. De opwarming kan mede veroorzaakt worden door de zon, die in 1000 jaar niet zo actief is geweest als in de afgelopen halve eeuw. Op de zon hebben mensen geen invloed en de hevige energie-uitbarstingen daar kunnen even plotseling ophouden als ze begonnen zijn. Op de klimaatsvoorspellingen zijn talloze andere theorieën gegrondvest. Zo zou volgens wetenschappers de Noordpool binnen honderd jaar verdwijnen. Er is inderdaad jarenlang poolijs verdwenen, maar uit recente onderzoeken waren juist tekenen te bespeuren dat het ijs de laatste jaren wat aangroeit. Er zou zelfs sprake kunnen zijn van een cyclus van groei en krimp van het poolijs.

Afgelopen week voorspelde het wetenschapstijdschrift Nature dat bij verdere opwarming van de aarde in 2050 tussen de 13 en 37 procent van de bestaande plant- en diersoorten op land kunnen zijn verdwenen. Dat zijn ruime marges. De huidige situatie in sommige wereldregio's werd geëxtrapoleerd over de hele wereld over de komende vijftig jaar. Geen wonder dat de wetenschappers zelf zeiden dat ,,verder werk nodig is om empirisch vast te stellen'' hoe deze verbanden liggen. Ze hebben het over ,,onzekerheden'' in de gebruikte methoden. Het aanpassingsvermogen aan het klimaat van sommige soorten kan groter zijn dan verwacht. De wetenschappers erkennen zelf dat het kappen van regenwouden en het asfalteren en bebouwen van natuurgebieden zeker even ernstig kunnen zijn voor dieren en planten als het klimaat. De bestrijding van de kaalslag van de natuur heeft in ieder geval sneller resultaat dan de beperking van de uitstoot van broeikasgassen.

Milieuorganisaties hebben de neiging dit soort scenario's als stellige voorspellingen te zien. Het is verstandig om zuinig met natuur en energie om te springen. Het gaat om eindige voorraden, die in honderden miljoenen jaren zijn gevormd. Maar behoedzaamheid is geboden met verregaande conclusies over de huidige verandering van het klimaat. Hier past een nuchtere, wetenschappelijke houding.