Kankerverwekkende stoffen in kweekzalm

Gekweekte zalm bevat kankerverwekkende chemicaliën. Eet hem daarom niet meer dan een keer per maand, adviseert een groep wetenschappers. Hoe betrouwbaar is hun advies?

Amerikaanse en Canadese wetenschappers adviseerden vorige week in het wetenschappelijk tijdschrift Science om de consumptie van gekweekte zalm te beperken tot een keer per maand. De vis blijkt hogere concentraties kankerverwekkende chemicaliën te bevatten dan wilde zalm. Het verschil kan oplopen tot een factor tien.

Het onderzoek roept een reeks vragen op. Hoe betrouwbaar is het? Moet het Voedingscentrum zijn advies – een tot twee keer per week vis eten – nu aanpassen? En wat betekent het voor het Nederlandse bedrijf Nutreco, 's werelds grootste producent van gekweekte zalm.

,,Wij gaan ons advies voorlopig niet aanpassen'', zegt toxicoloog Leon Jansen van het Voedingscentrum. Volgens hem zijn er wel vraagtekens te stellen bij het onderzoek. Daarbij zitten aan de consumptie van zalm ook positieve kanten. Van de zogeheten omega-3-vetzuren in de vis is bekend dat ze de kans op een hartinfarct aanzienlijk verkleinen. Maar volgens voedingsdeskundige prof.dr. Frans Kok van de Wageningen Universiteit zijn er stoffen die de werking van omega-3-vetzuren te niet kunnen doen. Dat heeft zijn groep twee jaar geleden ook aangetoond, voor kwik. Kok: ,,Of dat voor de nu onderzochte chemicaliën ook geldt, weet ik niet.''

De woordvoerder van Nutreco vraagt zich af wat de waarde van de studie is. ,,Dat zalm verontreinigingen bevat is al lang bekend'', zegt hij. Het is volgens hem ook bekend dat visvoer de belangrijkste bron van verontreiniging is. En dat visvoer gemaakt van schaaldieren en vissen uit Europese wateren, meer kankerverwekkende chemicaliën bevat dan het visvoer dat gemaakt is van dieren uit bijvoorbeeld Noord- en Zuid-Amerikaanse wateren. ,,Daarom proberen we ons visvoer zo veel mogelijk uit de Stille Oceaan te halen.''

Er zijn ook andere geluiden. ,,Ik vind dit erg interessant'', zegt toxicoloog dr. John Groten van TNO Voeding in Zeist. Volgens Groten begeeft het onderzoek van de Amerikanen en Canadezen zich op een terrein waarop Europa slecht thuis is: dat van de chemische mengsels. In Europa worden risico-analyses tot nog toe gedaan aan enkelvoudige stoffen. Men meet bijvoorbeeld de concentratie dioxine in gekweekte zalm, en bepaalt aan de hand daarvan hoeveel zalm je mag eten zonder al te veel gevaar te lopen. Maar zalm bevat vaak meer verontreinigingen. Pcb's, toxafeen, mirex, DDT, lindaan (allemaal zogeheten organochloorverbindingen die tot de jaren zeventig van de vorige eeuw veelvuldig werden ingezet als pesticide, en zich via het water en de bodem uiteindelijk opstapelen in vogels, vissen en zoogdieren). De vraag is: beïnvloeden die stoffen elkaars werking? Groten: ,,Bij TNO doen we al vijftien jaar onderzoek aan chemische mengsels, maar wij zijn een van de weinige instituten in Europa.'' In de VS is dat anders. Daar heeft het nationaal milieuagentschap, het Environmental Protection Agency (EPA), drie jaar geleden richtlijnen opgesteld voor risico-analyses van chemische mengsels. TNO-onderzoeker Groten zat in het internationaal wetenschappelijk comité dat de richtlijnen beoordeelde.

Voor hun onderzoek gebruikten de Amerikaanse en Canadese onderzoekers die risico-analyse van de EPA. ,,Daar verschuilen we ons achter'', zegt dr. David Carpenter, een van de auteurs, desgevraagd. De wetenschappers combineren de risico's van drie soorten chemicaliën: dieldrin, toxafeen en pcb's. Dàt is het nieuwe aan hun verhaal. En daardoor komen ze tot hun alarmerend advies.

Groten houdt een slag om de arm. Risico's zijn niet zomaar op te tellen. ,,Je moet een onderscheid maken tussen stoffen die wel en niet kankerverwekkend zijn'', zegt hij. Stoffen die niet kankerverwekkend zijn, maar bijvoorbeeld wel schade aan organen, afweer of zenuwstelsel kunnen veroorzaken, zijn niet zonder meer te combineren. Ten eerste treedt pas schade op bij een bepaalde mate van blootstelling, de zogeheten grenswaarde. Bovendien kan de ene stof op de lever werken, en de andere op witte bloedcellen. ,,Je moet dus kijken of de chemicaliën hetzelfde werkingsmechanisme hebben, en of ze de lever, of de bloedcellen zo erg lastig vallen dat er ook schade optreedt.''

Anders is dat bij kankerverwekkende stoffen. Die veroorzaken schade aan het DNA. De redenering is dat twee van zulke stoffen twee keer zoveel schade aan het DNA veroorzaken dan één stof doet. En vervolgens ook twee keer zoveel kans geven op het ontstaan van kanker. Zowel toxafeen, als dieldrin en de pcb's staan geclassificeerd als `waarschijnlijk carcinogeen'. Van toxafeen is bekend dat het veranderingen in het erfelijk materiaal veroorzaakt, maar van dielrin is dat veel minder zeker. Dat blijkt ook uit de richtlijnen van de EPA. ,,Er is beperkte informatie over de mutageniciteit van dieldrin'', staat in het rapport. Omdat uit dierproeven blijkt dat dieldrin toch allerlei verschillende vormen van kanker kan veroorzaken, staat het geclassificeerd al een waarschijnlijk carcinogeen. Voor de pcb's geldt hetzelfde. Dat men de drie stoffen toch combineert noemt Groten ,,een worst case scenario''.

Volgens Groten krijgen chemische mengsels in Europa langzaam meer aandacht. Er zijn genoeg gebieden waarbij het onderzoek van belang kan zijn: het slikken van combinaties van medicijnen, het saneren van vervuilde bodems, het eten van verontreinigd voedsel.