Een mooie valse euro is zo gemaakt

Volgens MKB-Nederland worden winkeliers overspoeld met kwalitatief goede, valse eurobiljetten. Met zilveroxide, een goede drukpers en het Japanse toray-systeem zijn niet van echt te onderscheiden biljetten te maken.

Of hij een vaasje van een paar euro met een biljet van vijftig euro kon afrekenen? De verkoopster van de accessoirewinkel Keck en Lisa in Utrecht vertrouwde het niet helemaal. Ze bekeek het biljet goed en constateerde dat het vals was. Dit was de eerste keer en ze wist niet wat te doen. ,,Sorry, maar deze is vals. Die mag ik niet aannemen'', zei ze ten slotte maar tegen de ,,Oost-Europees uitziende jongen'', en gaf het biljet terug. De verkoopster van boekwinkel De Wijze Kater aan de overkant had niks door en accepteerde wel een vals biljet. Bijna elke winkel in de Zadelstraat bleek die dag doelwit te zijn geweest van de wisseltruc met vals geld. Beide winkels gebruiken sindsdien een UV-lamp en controleren elk biljet.

Winkeliers in het hele land, zo blijkt uit berichten van organisatie MKB-Nederland, klagen dat zij overspoeld worden met valse bankbiljetten die niet van echt zijn te onderscheiden. Tot en met oktober 2003 kreeg De Nederlandsche Bank (DNB) ruim 18.000 valse biljetten aangeleverd, waarvan bijna 67 procent biljetten van vijftig euro zijn. In heel Europa werden in de eerste zes maanden van vorig jaar circa 230.000 valse bankbiljetten onderschept.

De huidige vervalsingen zijn met een UV-lamp niet meer te onderscheiden van echte biljetten. De detailhandel eiste daarom vorige week dat De Nederlandsche Bank nog meer echtheidskenmerken vrijgeeft dan de tien nu bekende. Bovendien willen ze nieuwe apparatuur om bankbiljetten te controleren. DNB vindt het niet nodig meer openheid van zaken te geven over de in totaal veertig echtheidskenmerken. De tien bekende zouden voldoen. Winkeliers en consumenten moeten beter controleren, bijvoorbeeld met een vergrootglas, houdt DNB vol. Volgens Els Prins, secretaris betalingsverkeer van MKB-Nederland, is dat praktisch onmogelijk. ,,Leuk bedacht van achter een bureau, maar zie je het al voor je als het druk is?''

Een vervalser zal niet proberen om álle echtheidskenmerken na te bootsen, legt een deskundige op het gebied van valsemunterij uit, die niet met zijn naam in de krant wil. Een vervalser richt zich op de kenmerken die bij het grote publiek bekend zijn en die door DNB aangegeven zijn als dé kenmerken om valse biljetten er uit te pikken, zoals bijvoorbeeld het watermerk.

Watermerken kunnen op papier zijn gedrukt, waarschuwt DNB in een pas uitgegeven brochure. Dat procédé kan op een offsetpers worden uitgevoerd. Men drukt dan met dekwit, een inktsoort. Deze behandeling leidt tot een watermerk dat betrekkelijk makkelijk van echt is te onderscheiden. Niet van echt te onderscheiden is volgens kenners het proces van `chemical watermarking'.

De geheimen van dit procédé bevinden zich in de openbare bibliotheek in Den Haag. Daar zijn alle octrooien te vinden, ook die van Joh. Enschedé. Een vervalser zoekt simpelweg een octrooi uit de jaren vijftig. In het kort komt het erop neer het rubberdoek voor de beoogde stempel uit te snijden en op de juiste manier op het papier te drukken. Het met de stempel bedrukte papier moet een etmaal in een ruimte met hoge luchtvochtigheid intrekken. Het watermerk ontstaat doordat in het papier vezels uit elkaar barsten, waardoor er meer of minder licht wordt doorgelaten. Het effect van de veiligheidsdraad, waarover de brochure van DNB eveneens rept, is te bereiken met zilveroxide, te koop in de fotowinkel, en dit te mengen met dekwit inkt.

Een vergrootglas is nodig om de microtekst te lezen, schrijft DNB. ,,Ook de kleinste lettertjes moeten scherp zijn.'' Wie met een vergrootglas, binnenkort in iedere winkel naast de kassa aanwezig, het biljet bekijkt, ziet inderdaad schijnbaar lastig na te maken fijne lijnen en letters in verschillende patronen naast elkaar liggen. Deze zijn naar verluidt na te bootsen, met het Japanse `toray-systeem'. Hiermee is een zeer fijn raster weer te geven, tot 200 lijnen per centimeter. In de balk onder de aanduiding 50 euro zien we verschillende kleurtonen naast elkaar. Ook voor deze zogeheten irisdruk is het toray-systeem te gebruiken.

Papier is natuurlijk het eerste waar een valsemunter naar kijkt. Dé lakmoesproef was tot voor kort het UV-licht. Bijna iedere winkel heeft tegenwoordig een UV-lamp om biljetten mee te beschijnen. Een vervalsing met witmakers licht meteen in haar geheel op. Papier zonder deze witmakers is te koop bij bedrijven die voor restaurateurs materiaal leveren, of bij handelaren in grafische materialen.

Het papier moet op linnenbasis zijn en rond de 90 grams gewicht hebben. Bij dezelfde bedrijven zijn meestal ook chemicaliën te koop om de `nat-vastheid' van het papier te verhogen, zoals cellulose acetaat. Hierdoor rekt of krimpt het papier niet meer als het nat wordt. Een A3-vel dat aan de voorwaarden voldoet komt op rond de 1 euro. Uit zo'n vel kunnen volgens experts 15 briefjes gemaakt worden.

Het klinkt in de oren van een leek misschien lastig, en diverse andere geavanceerd klinkende technieken zijn niet eens vermeld, maar verscheidene kenners zeggen dat ,,iedere boerenlul'' de beschreven processen kan uitvoeren. Zelfs het als onneembaar geachte hologram. De benodigde offsetmachines, zoals de Heidelberg Gto 52 of vergelijkbare drukpersen, zijn via internet ,,voor een habbekrats te koop'', zeggen deskundigen.

Een woordvoerder van Europol wil niet reageren op de uitleg van de expert. ,,In het algemeen kan ik zeggen dat er zeer goede falsificaties in omloop zijn.'' Vervalsers profiteren volgens hem vooral van de snelle technologische ontwikkelingen. Veiligheidsexpert Hans van Zanten van ABN Amro houdt vol dat goed namaken ,,absoluut niet makkelijk is''. Na lezing van de uitleg van de monetair expert weigert hij verder commentaar te geven.

De valsemunterij-expert: ,,Banken doen alsof de euro bijna niet is na te maken, maar dat zeggen ze om het vertrouwen in het geld niet te ondermijnen. De meeste mensen hebben geen tijd om bankbiljetten onder lampen of tegen het licht te houden, of met een vergrootglas te bekijken. En dan volstaan `redelijk' lijkende vervalsingen.'' Volgens hem zijn er waterdichte beveiligingen voor de bankbiljetten mogelijk, ,,maar dat kost geld natuurlijk''. De mensen die het probleem van het valse geld kleiner voorstellen dan het is, steken volgens hem hun kop in het zand. ,,Wacht maar even op wat uit het voormalige Oostblok hier naartoe gaat komen.''