Afghanistan mag niet wegglijden

Zonder grotere internationale inspanning zal zich in Afghanistan een debacle aftekenen, meent J. Schaberg.

Tegen verwachtingen in aanvaardde de loya jirga op 4 januari een nieuwe grondwet voor Afghanistan. Afshin Ellian plaatst daarbij in Opinie & Debat van 10 januari een aantal kritische noten. Maar ondanks alles, zo zegt hij, is Afghanistan aan het democratiseren en als de internationale troepenmacht de krijgsheren hun macht weet af te nemen en het centrale gezag wordt hersteld, is er hoop. Maar daar zit het probleem. De internationale euforie bij de aanvaarding van de grondwet was groot, maar de aandacht kortstondig.

Alles draait thans om Irak, men vergeet dat het mislukken in Afghanistan even desastreuze gevolgen heeft als een mislukken in Irak. De volgende stap in het proces zijn de voor juni geplande verkiezingen, maar die dreigen nu al door veiligheidsproblemen in de knel te komen. Als die dit jaar niet kunnen doorgaan is het met het gezag van de regering Karzai gedaan, is chaos onontkoombaar en zal de internationale gemeenschap tenslotte afdruipen, Afghanistan in ellende achterlatend.

De secretaris-generaal van de VN, Kofi Annan, heeft onlangs zijn bezorgdheid uitgesproken over de voortgang in Afghanistan. Hij stelt voor, de eeuwige internationale dooddoener, een conferentie in Bonn te houden om het pad uit te zetten en van landen toezeggingen, ook financiële, te vragen. Dat laatste is de vinger op de zere plek. Afghanistan kreeg, behalve in woorden, geen prioriteit. Bosnië bijvoorbeeld ontving in de eerste twee jaren na de gevechten 1.400 dollar per inwoner als externe steun, in Kosovo was dat 800 dollar, maar in Afghanistan bleef dat bij ruim 50 dollar.

Zo'n conferentie kost echter voorbereidingstijd en tijd is er niet. Het gaat nu in de allereerste plaats om veiligheid en nog eens veiligheid. Daar is geen conferentie voor nodig. Ruim twee jaar geleden is een internationale stabilisatiemacht, ISAF, in Afghanistan gestationeerd, sinds augustus vorig jaar een NAVO-verantwoordelijkheid. Het gaat om circa 5.500 militairen, maar met beperkt mandaat, aanvankelijk alleen Kabul. President Karzai vraagt al lang en zeer dringend om uitbreiding van de stabilisatiemacht, ook rond Kabul en in de provincies. De VN en de NAVO hebben daartoe uiteindelijk besloten. In de provincies waren er al enkele wederopbouwteams, hoofdzakelijk bemand en geleid door Amerika. De bedoeling is dat er een heel netwerk van deze teams onder ISAF komt. Duitsland levert als eerste nu één zo'n team en wil daarbij steun van Nederland hebben. Vooral met het oog op de komende verkiezingen is nu een snelle uitbreiding van de werkingssfeer van ISAF absoluut noodzakelijk.

De NAVO heeft echter al geruime tijd grote problemen om voldoende militaire bijdragen van de landen te krijgen. Ook hier staat de inspanning die voor Afghanistan wordt geleverd in geen verhouding tot die in Bosnië en Kosovo. Toen de oorlog in Bosnië werd beëindigd, gingen er NAVO-troepen heen om de vrede te bewaren, één militair per 55 inwoners. Na de oorlog in Kosovo bleven daar ook militairen, één per 50 Kosovaren. Maar de NAVO-macht die nu in Afghanistan is, telt één militair per 4.000 Afghanen. Afghanistan kan voor Europese landen wel verderweg liggen, minder belangrijk is het niet.

Afghanistan kan een succes worden, de internationale gemeenschap moet daar dan echter veel overtuigender tegenaan dan tot nu toe. Een wankelmoedige internationale gemeenschap is een stimulans voor de krijgsheren hun kruit droog te houden. Het is niet nodig om op een Bonn-conferentie te wachten. Het gaat nu met de hoogste prioriteit om veiligheid en dat is een NAVO-verantwoordelijkheid. Met veel bravoure aanvaardde de NAVO vorig jaar voor het eerst een taak buiten Europa, maar als er nu niet snel een paar duizend militairen bijkomen, gaat het gegarandeerd mis. Als er geen rechtsorde in Afghanistan komt en de NAVO faalt, is dat een ramp voor de Afghanen, maar het betekent ook het einde van de NAVO, met alle consequenties van dien.

Twee dingen zijn nu urgent, de uitbreiding van de provinciale opbouwteams en versterking van de stabilisatiemacht in en rond Kabul. Aan Nederland is gevraagd deel te nemen aan zo'n team alsmede om vier Apache-helikopters. De reacties waren welwillend, maar er is sindsdien niets gebeurd. Zo gaat kostbare tijd verloren, ten koste van Afghanistan en het bondgenootschap.

J. Schaberg is generaal-majoor b.d. van de landmacht.