Zalm moet eens ophouden met zeuren

Het zou een idiotie zijn als de Europese Commissie de ruzie over het Stabiliteitspact voorlegt aan het Europese Hof, vindt Tom Eijsbouts. Morgen wordt hierover besloten.

Voor Nederland was 1963 niet alleen het jaar van een bitterkoude winter, het was ook het jaar dat Europa door zijn eigen rechter tot `rechtsorde' werd uitgeroepen. Dat was prettig voor een klein land als Nederland, want in een rechtsorde wint degene die gelijk heeft, niet degene die het sterkst is. In 1986 maakte Europa zich op initiatief van het bedrijfsleven tot een handelsorde, een markt. In de markt wint degene die het slimst en ijverigst is; dat was opnieuw goed voor ons. In 1997 kwam de monetaire orde, de muntunie. Ook deze is goed voor de kleine landen, die tuk zijn op (andermans) stabiliteit. In december 2003 mislukte de stap naar de politieke orde, de grondwet. Die politieke orde is onprettig voor kleine landen, want daarin wint niet het gelijk of de ijver, maar het historisch en politiek gewicht.

Nu is het een illusie dat een politieke orde kan worden tegenhouden door haar niet uit te roepen, dus zal de Europese politieke ontwikkeling verder kruipen waar ze niet gaan kan, zoals tot dusver. Een politieke orde gaat uiteindelijk niet om het gelijk (recht), niet om de ijver (markt) en ook niet de stabiliteit (munt), maar om de gezamenlijke organisatie van verantwoordelijkheid. Dit is slikken voor de vakministers en -commissarissen. Munt, markt en recht zullen wat van hun eigen logica moeten inleveren of relativeren.

Toen Zalm zes jaar geleden langs zijn neus weg, maar wel met opzet, zijn twijfel uitsprak of de Italiaanse economie wel toe was aan de muntunie, konden de Italianen (premier Prodi in eigen persoon) een vrije val van de lire alleen nog met veel kunst en vliegwerk voorkomen. Dat was onverantwoordelijk gedrag van Zalm; hij heeft in Italië sindsdien geen vrienden, en in de Commissie één grote vijand. Nu Zalm weer in zijn ijzeren muntlogica doordramt, verliest hij verder vrienden, om te beginnen zijn collega Eichel in Duitsland. Het was zwak van Balkenende dit optreden van zijn vakminister toe te staan en zelfs te steunen in plaats van het te relativeren, zoals van de eerste minister mag worden verwacht.

In de Europese Commissie bestaat hetzelfde probleem. Commissaris Solbes probeert het Europese Hof in te zetten ter verdediging van de Europese munt. Het is kenmerkend voor de politieke zwakte van de Commissie, als voorzitter Prodi iemand als Solbes niet van deze idiotie kan weerhouden. Het is niet alleen juridische en monetaire scherpslijperij, maar ook onverantwoordelijk gedrag. Het stabiliteitspact is geen puur stelsel van plichten en verboden. Er zijn geen automatische juridische strafmaatregelen ingebouwd. Dat de Europese ministers besluiten om tegen Duitsland en Frankrijk geen ferme maatregelen te nemen, is dus niet in strijd met dat pact.

Dat landen het pact overtreden, betekent evenmin het einde ervan. Geen enkele regel verdwijnt zomaar bij een overtreding ervan. Het betekent alleen dat de regel zich ontwikkelt onder druk en onder groeiend inzicht in de werkelijkheid. Volgens de monetaire regels van het EG-verdrag heeft de Commissie slechts een bijrol (aanbeveling, niet initiatief zoals elders) en is beroep op het Hof beperkt (artikel 104 lid 10 EG). Zo is de ruimte geboden voor ontwikkeling van het pact via de politieke praktijk. Daaruit is het ook ontstaan. Veel regels van de Unie bestaan of zijn ontstaan buiten de Verdragen. Dat is een teken van politieke ontwikkeling. Dat de rechter het laatste of meest verhelderende woord zou hebben, zoals in het redactioneel commentaar in deze krant van 8 januari werd gesteld, is daarom ook niet zeker. De gedachte is een erfenis van onze nationale voorliefde voor de Europese rechtsorde. Als politieke instanties hun verantwoordelijkheid nemen, zoals hier, moet de rechter zich afzijdig houden, op straffe van verlies van gezag.

In kritieke politieke afwegingen als deze tellen de grote landen zwaarder. Zij trekken de kar, economisch en politiek. Dat de Duitse SPD-regering weigert zich binnenlands-politiek te laten insluiten of zich onder curatele van Brussel of Luxemburg te laten stellen, is een kwestie van het nemen van eigen verantwoordelijkheid. Een CDU-regering zou niet anders doen. Als Portugal of Nederland zich door hun ijverige omhelzing van monetaire criteria in een economische of kabinetscrisis laten glijden, dan zijn de gevolgen voor Europa gering. Als Duitsland en Frankrijk dit over zich afroepen, is het anders.

De windmolengevechten van Zalm en Solbes zijn uitingen van angst en onbegrip over de politieke evolutie van de Unie. Ze zetten Nederland en de Commissie neer als Europese losers, die zeuren in plaats van mee te spelen.

Prof.mr. W.T. Eijsbouts is hoogleraar Europees constitutioneel recht aan de Universiteit van Amsterdam.