Verrassend Noorderslag met weinig dance en hiphop

De Zeeuwse popgroep Bløf kreeg zaterdag tijdens het Noorderslagfestival de Popprijs 2003 van Conamus, Buma en Sena uitgereikt. Juryvoorzitter Hans Kosterman roemde de `zelfverzekerde eigenzinnigheid van een band die al ruim tien jaar een rots in de branding in ons roerige popklimaat is gebleken'. Bløf accepteerde de prijs van 10.000 euro en een beeldje onder een bombarderment van bierbekers, precies zoals dat ooit gebeurde toen Marco Borsato de prijs in ontvangst mocht nemen. ,,Een mooie traditie, dat bier'', begon zanger Paskal Jakobsen laconiek aan het optreden van Bløf in de grote zaal van De Oosterpoort.

Zo waardig en degelijk Bløf mag zijn als band die volgens het juryrapport `in 2003 de belangrijkste bijdrage heeft geleverd aan de Nederlandse popmuziek', toch ging er een zekere voorspelbaarheid uit van een prijswinnaar die vorig jaar al een oeuvreprijs (de Gouden Harp) in ontvangst mocht nemen en die eigenlijk al zes jaar op hetzelfde niveau presteert. Eerder ging de Popprijs naar minder voor de hand liggende en daarom ook meer omstreden kandidaten als The Ex, Eboman en Arling & Cameron. In de wandelgangen werd badinerend gefluisterd dat Frans Bauer dit jaar de meest aangewezen kandidaat was geweest.

Naast de vertrouwde, in zoutwaterpoëzie gedrenkte rockbombast van Bløf toonden ook de drie andere bands in de grote zaal hun vermogen om een festivalpubliek te bespelen. Een verrassing in dat opzicht was de explosieve set van tienerrockgroep en hitparadefenomeen Di-rect, die steeds meer op The Who gaan lijken in de manier waarop ze hun sterke, melodieuze songs met veel jeugdige energie de zaal in pompen.

Gitarist Spike is met zijn drieste podiumcapriolen de eerste Nederlandse rockmuzikant die in de buurt van Pete Townshends ontembare molenwiekgitaarstijl kan komen, terwijl hij in al zijn acrobatisch gebuitel geen akkoord misslaat. In deze alternatievere context dan ze doorgaans tussen hun eigen gillende meisjes gewend zijn, sloeg Di-rect bepaald geen modderfiguaar. Sprookjesmetalgroep Within Temptation imponeerde met hun originele kijk op de `gothic'-muziek waarbij ze hun flauwe cover van Kate Bush Running up that hill eigenlijk helemaal niet nodig hebben.

Het trio Peter Pan Speedrock toonde zijn pasverworven internationale klasse met brute hardrock uit de school van Status Quo en Motörhead.

Een opmerkelijke tendens was dat de Noorderslag-organisatie een jaar nadat de Popprijs aan dj Tiësto werd toegekend, nauwelijks aandacht schonk aan dance en, in mindere mate, hiphop. Een parade van veelal stuntelige computerdancemuzikanten was letterlijk weggestopt in het bedompte Marathonzaaltje en het hiphop-aanbod beperkte zich tot korte optredens van de boze schreeuwerds van Opgezwolle en ADHD, een nieuw project van de in een duur trainingspak tussen zijn sjofele mederappers opduikende Brainpower.

Rapper Rude Boy Remmington consolideerde zijn status als Grand Old Man van de Nederlandse hiphop met zijn nieuwe groep League of XO Gentlemen, die een solide indruk maakte met snerpende, naar heavy metal neigende crossoverrock.

Door de bijna ouderwetse nadruk op gitaarrock met opvallend veel ronkende orgels, herinnerde Noorderslag aan de tijd dat rockgroepen in het clubcircuit nog niet vroeg moesten stoppen om plaats te maken voor de zaligmakende deejay. Rockmuziek was er in veel varianten, van gevoelig en dramatisch door This Beautiful Mess tot hoekig en verbeten door het waarschijnlijk na 1978 geboren, maar muzikaal rechtstreeks uit dat gouden newwavejaar weggelopen Oil.

De aan een Idols-carrière ontsnapte Roger Peterson bracht zijn lessen aan de Tilburgse Rock Academie verdienstelijk in praktijk met zijn recht vooruit doorwalsende groep Intwine en ook de geschoolde sopraan Simone Simons van gothic-band Epica liet met wapperende rode haren en hemelse (of was het helse?) sirenezang blijken dat het geen schande is om te hebben doorgeleerd.

Een curiosum was de ergens tussen Pussycat en new age gesitueerde folkpop van het Limburgse engelentrio Treble; drie op hun enorme djembétrommels gezeten maagden met vlasblonde haren die zusterlijk harmonieuze samenzang door de foyer lieten schallen. Live minder geslaagd dan op de plaat bleek de knullige studentenfunk van Benny Sings, een nog nauwelijks aan de bonte avond van de middelbare school ontgroeide amateurbende, die het aflegde tegen de veel gladdere Nedersoul van het geoliede Tashas World.

Een verrassing voor niet-ingewijden was de volstrekt unieke muziek van Stuurbaard Bakkebaard, een drietal voormalige straatmuzikanten dat met contrabas, fanfaretrommel en gekke muzikale attributen een uiterst amusante mengeling van blues, chanson en Tom Waits-achtige gruizigheid bereikte. Als je op straat hebt gespeeld om voorbijgangers een halve euro uit de zak te kloppen, weet je wat er nodig is om een publiek binnen korte tijd te boeien en de aandacht vast te houden.

Stuurbaard Bakkebaard maakte de best denkbare reclame voor live gespeelde popmuziek, want hun cd's bieden nog maar een fletse weerslag van het enorme plezier dat ze bieden met hun volstrekt originele geluid, in de wetenschap dat je geen volleerd accordeonist hoeft te zijn om interessante klanken uit een trekzak te toveren.

Als `zelfverzekerde eigenzinnigheid' een doorslaggevend criterium is voor toekenning van de Popprijs, komt Stuurbaard Bakkebaard volgend jaar beslist in aanmerking.

Tot zo lang moet het Nederlandse clubcircuit het doen met heel veel rockbands die het nog net niet zijn, en een dance-scene die een eigen getto voor zichzelf heeft gecreëerd dat geen vat meer heeft op de Noorderslag als staalkaart van nieuwe ontwikkelingen.

Noorderslag. Gehoord: 9, 10/1 Groningen.