Pianist Fazil Say brengt Tsjaikovski naar Venetië

Volgens Claude Debussy is de aantrekkingskracht van een virtuoos instrumentalist vergelijkbaar met die van een circusartiest. In de dagelijkse concertpraktijk wordt die visie zelden bekrachtigd, maar het exuberante debuut dat de jonge Turkse pianist Fazil Say (33) maakte bij het Koninklijk Concertgebouworkest, bracht het citaat even in herinnering. Tsjaikovski's Eerste pianoconcert kreeg hier een zo opmerkelijke uitvoering dat vertrouwde noten wezensvreemd leken; alsof de Hermitage opdoemde aan het Piazza San Marco.

Het is de maand van de debuten bij het Concertgebouworkest. Later deze week is de beurt aan dirigent Manfred Honeck, volgende week aan de zeer jonge dirigent Daniel Harding (28), ooit begonnen als protégé van Simon Rattle. Ook Antonio Pappano, sinds vorig seizoen muzikaal directeur van het Londense Royal Opera House Covent Garden, stond vrijdag voor het eerst voor het Concertgebouworkest. Pappano benaderde Tsjaikovski's Eerste pianoconcert met de hem typerende mix van drama, pathos en verzorging. Met diepgravende armgebaren en luide snuiven realiseerde hij met het orkest een welhaast mediterraan bloeiende Tsjaikovski – sfeervol, maar zonder meer eigenaardig.

Tegen die achtergrond soleerde pianist Say met poëzie, futurisme en handballet. Akkoorden werkte hij af met enigmatisch meanderende vingergebaren in het luchtledige, het door Pappano inderdaad zéér snel genomen Prestissimo klonk opeens ronduit jazzy. Zo reikte Tsjaikovski over de eeuwen heen de hand aan Gershwin. Say beloonde het verwonderde publiek met zijn eigen compositie Black Earth als een exotische toegift waarin aangeplukte vleugelsnaren in Turkse stijl de aardigste vondst bleken.

Stilistisch coherenter en daardoor ook aanmerkelijk veel indrukwekkender en aangrijpender klonk Sjostakovitsj' Tiende symfonie. Hoe tragisch de muziek ook werd, Pappano bleef óók een melodicus, en liet de melodieën waar mogelijk mooi vloeien. Dat deed niets af aan de impact van de schrille climaxen in het eerste deel en maakte de momenten van breekbare klankschoonheid die daardoorheen prikten tot ontroerende hoogtepunten.

Rauw, rafelig en in extreem felle kleuren ontwikkelde het orkest het portret van Stalin dat Sjostakovitsj schetste in het tweede deel. Pappano's kracht schuilt bovenal in de breedte van zijn theatrale uitdrukkingsvaardigheid, die zich in het slotdeel uitsplitste in een afwisseling van heldere polyfonie en kermisachtige uitbundigheid.

Pianist Fazil Say is deze week met het Residentie Orkest onder Jaap van Zweden én Tsjaikovski's Eerste pianoconcert op tournee naar de Gran Canaria. Op 11 en 12 februari is hij opnieuw in het Concertgebouw te beluisteren in recitals met violist Maxim Vengerov.

Concert: Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Antonio Pappano. Gehoord: 9/1 Concertgebouw, Amsterdam. Radio 4: 22/2, 14.15 uur (AVRO).