Overgewicht

De drie pijlen liggen even stil in de zwetende handpalm, net terug van een precisiebombardement. Dan worden ze weer één voor één opgetild en met een boogje op het bord gegooid. Met een beetje geluk staan ze gebroederlijk met de punt naast elkaar in hetzelfde vakje. Dan zwelt het geluid in het dampende zaaltje aan en knallen de pullen tegen elkaar.

Ladies and gentlemen, let's play darts!

Darts is verslavend, gek, gepassioneerd, hilarisch, eerlijk. Ik loop al dagen met een vraag in mijn hoofd: is darts sport of spel?

Andy Fordham mag zich sinds gisteravond de beste darter van de wereld noemen. Hij won eerder al van favoriet Raymond van Barneveld en versloeg in de finale Mervyn King. De hele familie stond achter het podium bij de beker te glunderen. Andy stamelde erop los. Hij kon het niet geloven, hij wist niet wat hij moest zeggen. Ideale winnaars. Tranen en van niets meer weten, helemaal van de wereld zijn. Toch blijft Fordham een man van de straat. Hij sloeg na de winst flesje na flesje achterover.

Fordham is bijna tweehonderd kilo schoon aan de haak. Aan de pijl hangt, vlak voor vertrek uit de vingers, een arm zo dik als mijn dijbeen. Om zijn buik zit een overhemd dat over de broek hangt. Fordham ademt zwaar tijdens het afhalen van de net gegooide pijltjes, een paar meter verderop, en transpireert vanaf de eerste minuut.

Als het om sport gaat, ben ik van het ouderwetse slag. Goede sport komt uit een goed lichaam met een goede geest.

De zwaarlijvige darters laten de navels van hun vette buiken knipogen naar wereld. Ze zijn de gewone jongens uit de kroeg, ze zijn allemaal gelijk en omhelzen elkaar daarom na ieder duel. Ze pronken met hun lelijkheid, charmeren met simpele opmerkingen. Hollandse Barney geeft toe lekker te gooien met de smaak van Bacardi-cola in de mond, Fordham belooft na zijn winst iedereen gratis bier uit de tap van zijn eigen café.

Goeie kerels, leuk spelletje, denk ik. Spannend spelletje, dat ook. Maar sport? Met die buiken, dat drinken?

Er staat ooit een darter op die beseft dat je met een getraind, gespierd lichaam beter gooit dan met overgewicht. Professionele sportschutters willen ook in goede conditie zijn, het liefst met een zo laag mogelijke hartslag. Ze maken gebruik van de rust tussen twee hartslagen door omdat dan je handen het minst bewegen. Hoe hoog zal de hartslag van Fordham opgelopen zijn in de finale? Naar de honderdvijftig, honderdzestig? Voor het gooien van een paar pijltjes. Dat kun je van goed fatsoen toch niet aan je eigen hart verkopen. Dan neem je jezelf en je sport niet helemaal serieus. Fordham vond dat hij goed gooide. Vond ik ook, maar hij kan beter. De Britse darter wordt kampioen met zijn geest, zijn concentratie. Daar red je het als sporter niet mee in een finale honderd meter sprint of in een klimtijdrit. Daarom is darts een spel. Een spannend, professioneel spel. Geen sport. Net als sjoelen: spel, geen sport.

Schaatsen, dat is wel een sport. Afgetrainde lijven, onmogelijk snelle rondjes, verfijnde techniek na jarenlange training. Dat alles is overigens geen garantie voor een mooie sportwedstrijd. Tijdens het EK bij de mannen bleef de strijd tussen de deelnemende landen uit. Vier Nederlanders bij de eerste vier, die uitslag durfde ik vooraf al met inkt in te vullen. Dan wordt rondjes schaatsen bijna te speels.

Dan zie ik liever darts. Die kortademige Fordham, gelukkig door niemand op de schouders genomen, doorstond de zinderende finale. Met zoveel overgewicht, zoveel tranen en zoveel ingetogenheid ben je in Lakeside voor iedereen een geweldenaar. En een echte familieman, kreeg hij ook nog als eretitel mee. Dan ben je in dartsland een held. Een held van het mooiste spelletje van de wereld.