OM staat onder minister Donner

Premier Balkenende heeft tijdens zijn `bliksembezoek' op 7 januari aan Irak aangegeven dat hij geen invloed heeft gehad op de beslissing van het openbaar ministerie om vervolging in te stellen jegens de 43-jarige sergeant-majoor die tijdens een schietincident een Irakees doodde. Het was niet een besluit van de politiek en niet van de militaire bazen, zei Balkenende. ,,Het was een besluit van het OM.'' De premier legde de aanwezige militairen uit dat ,,in onze rechtsstaat'' het openbaar ministerie en de regering ,,eigen verantwoordelijkheden'' hebben. De Nederlandse militairen die werken aan de opbouw van een ,,democratisch Irak'' zouden zich daarvan bewust moeten zijn.

Helaas heeft de premier de Nederlandse militairen onjuist voorgelicht over de staatsrechtelijke positie van het OM. Het OM staat volledig onder de controle en verantwoordelijkheid van de minister van Justitie. Minister Donner is dus volledig verantwoordelijk voor alle fouten die door het OM worden gemaakt en niet de voorzitter van het college van procureurs-generaal, J. de Wijkerslooth. Over deze zaak is lang gediscussieerd in de Tweede Kamer. In 1999 is de Wet op de Rechterlijke Organisatie op dit punt aangescherpt, want daarin staat in art. 127: ,,Onze Minister van Justitie kan algemene en bijzondere aanwijzingen geven betreffende de uitoefening van de taken en bevoegheden van het openbaar ministerie.''

De eis dat het OM onder politieke controle en politieke verantwoordelijkheid werkt, is zowel een democratische als ook een rechtsstatelijke eis.

Rechtsstaat betekent: beperking van overheidsmacht door het recht. Als we art. 127 RO en andere juridische bepalingen niet zouden hebben, zou het OM een staat binnen de staat vormen. Dat is wel wat de top van het OM telkens probeert te realiseren. In een interview met deze krant op 12 juli 2003 heeft J. de Wijkerslooth, de ambtelijke baas van het OM, gezegd dat hij niet weet of de regeling van 1999 ,,zo verstandig is geweest''. En: ,,Je moet het OM ook beschermen.'' De minister zou niet de bevoegdheid moeten hebben opdrachten te geven over de vervolging van een concreet geval. Twee dagen later reageerde Donner in deze krant met de mededeling dat hij de aanwijzingsbevoegdheid niet wilde laten vallen.

De eis dat het OM onder controle en verantwoordelijkheid van de politiek haar werk doet, is ook een eis van democratie. Als in de staat door personen of organen beleid kan worden gevoerd waarvoor geen enkele minister de verantwoordelijkheid draagt, is dat een inbreuk op de democratie. Het OM heeft dus geen ,,eigen verantwoordelijkheden'' die kunnen worden opgevoerd om de minister van Justitie uit de wind te houden.

In tegenstelling tot wat Donner aangaf op 14 juli, vermeldt Trouw van 9 januari dat Donner het ongewenst acht dat de politiek zich mengt in het vervolgingsbeleid. Maar als dat zo zou zijn, waarvoor is dan in 1999 expliciet vastgelegd dat de minister de bevoegdheid heeft tot het geven van algemene en concrete aanwijzingen? In het verleden zijn die aanwijzingen ook gegeven. Zijn Balkenende en Donner zo slecht op de hoogte met de Nederlandse wetgeving op dit terrein? Vanwaar dat zwalkend beleid ten aanzien van het OM?

Het antwoord is ontnuchterend. Als er blunders worden gemaakt door het OM, heeft een minister van Justitie (en ook de premier) er belang bij de politieke verantwoordelijkheid voor het OM te relativeren. Dan wordt het ,,eigen verantwoordelijkheden-verhaal'' opgevoerd. Dan mag J. de Wijkerslooth (namens Donner?) bij Nova het OM-beleid gaan verdedigen in plaats van (wat zou moeten) de minister van Justitie in de Tweede Kamer.

Jeroen Pauw is een aantrekkelijke gesprekspartner voor De Wijkerslooth, omdat Pauw een enorme kennisachterstand heeft. Bovendien kan De Wijkerslooth niet uit zijn functie worden ontheven wanneer zijn antwoorden de redactie van Nova niet bevredigen. Maar Donner moet wel weg wanneer hij niet langer het vertrouwen van de Kamer geniet. In geval van een blunder van het OM hebben de premier, de minister van Justitie en de baas van het OM dus een gemeenschappelijk belang: het optrekken van een rookgordijn om te verdoezelen waar de bevoegheden en verantwoordelijkheden liggen.

De Tweede Kamer zou deze ontsnappingsroute moeten afsnijden. Zij zou moeten eisen dat De Wijkerslooth niet meer verschijnt voor radio en tv om het vervolgingsbeleid te verdedigen. De baas van het OM hoort net zo min op de tv als een secretaris-generaal van een ministerie. Politieke verantwoordelijkheid wordt afgelegd in de Tweede Kamer en door politieke ambtsdragers. Zo hoort dat in een democratie. Misschien kan Balkenende nog even terugvliegen naar Irak om dat eens uit te leggen. Het zou toch vervelend zijn wanneer onze jongens een verkeerd beeld zouden krijgen van beginselen van de democratische rechtsstaat die zij gewapenderhand worden geacht te verdedigen.

Prof. dr. P.B. Cliteur is hoogleraar Encyclopedie van de rechtswetenschap aan de universiteit van Leiden.