Milde opvang voor wie meewerkt

Uitgeprocedeerde asielzoekers moeten naar vertrekcentra, spraken het rijk en de gemeenten vrijdag af. Beide partijen zijn positief, maar wat schieten de asielzoekers hiermee op? ,,Dit is een waterbedeffect.''

Circa 62 uitgeprocedeerde asielzoekers vangt de gemeente Utrecht op dit moment op. Het zijn in veel gevallen asielzoekers voor wie terugkeer naar het land van herkomst onmogelijk is. ,,Kinderen van ouders uit twee verschillende landen bijvoorbeeld'', zegt wethouder Hans Spekman (PvdA). ,,Soms komen ze uit landen waar helemaal geen regering is, zoals Sierra Leone of Somalië.''

En omdat de gemeente een `zorgplicht' heeft, weigert ze al een paar jaar om de asielzoekers van wie de asielaanvraag is afgewezen, op straat te zetten. Spekman: ,,Uit cijfers van de gemeente is gebleken dat 94 procent in de illegaliteit belandt. Dat is niet alleen onmenselijk, het geeft ook overlast. Daarom werken wij tot nu toe niet mee aan gedwongen uitzetting.''

Binnenkort komt hieraan waarschijnlijk een einde. Minister Verdonk (VVD, Vreemdelingenzaken) sprak vorige week met de vier grote steden en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) af dat zij voor uitgeprocedeerde asielzoekers speciale vertrekcentra gaat inrichten. De gemeenten beloven deze groep uit hun woning te zetten.

Met dit compromis eindigt een lang slepend conflict tussen de lokale en landelijke overheid. Ondanks zware kritiek van het ministerie van Justitie bieden 170 gemeenten opvang aan naar schatting 3.250 uitgeprocedeerde asielzoekers. Zij doen dat omdat zij geen keuze hebben, zeggen zij. Het rijk bood tot nu toe geen opvang. En uitgeprocedeerde asielzoekers zomaar op straat zetten, weigeren zij.

Het ministerie van Justitie is hier fel op tegen. Asielzoekers van wie de aanvraag voor een verblijfsvergunning wordt afgewezen, moeten direct na 28 dagen maximaal het land uit, zegt het departement. Asielzoekers zijn zélf verantwoordelijk voor hun terugkeer en moeten geen valse hoop krijgen. In december gaf Verdonk op aandringen van de Tweede Kamer wel toe om zogeheten `schrijnende gevallen' voorlopig niet uit te zetten.

De gemeenten verwachten de komende weken een grote toename van het aantal mensen dat noodopvang nodig heeft, omdat de zogeheten pardonregeling van Verdonk per 1 januari is afgelopen. Verdonk moet de Kamer nog berichten hoeveel asielzoekers uiteindelijk dankzij deze uitzonderingsregeling mogen blijven. Bovendien gaat ze echt schrijnende gevallen alsnog een verblijfsstatus geven. Ze heeft al wel laten blijken hiermee niet al te ruimhartig om te zullen springen.

De portefeuillehouder asielzaken van de VNG, burgemeester Bandell van Dordrecht, noemt de ,,in redelijke mate besloten'' vertrekcentra een `humane' oplossing. In de vertrekcentra worden de uitgeprocedeerde asielzoekers voorbereid op hun terugkeer.

Er komen twee soorten centra: asielzoekers die meewerken aan hun terugkeer, komen in een centrum waar het regime niet al te streng zal zijn. Bovendien krijgen zij tijd om hun papieren in orde te maken. Mogelijk, zegt een woordvoerder van de VNG, krijgen zij naast een vliegticket ook een klein bedrag aan zakgeld mee. Werken zij niet mee, dan wacht een strenger vertrekcentrum. Alle dossiers van de uitgeproceerde asielzoekers worden op lokaal niveau bekeken door de gemeenten, de asielcentra en de vreemdelingenpolitie.

Wethouder Paas (CDA) van Groningen is net als de VNG positief, zij het gematigd. Groningen vangt op dit moment meer dan honderd uitgeprocedeerde asielzoekers op. ,,Het is goed dat de rijksoverheid eindelijk haar verantwoordelijkheid neemt. Tot nu toe werden wij voor het blok gezet; uitgeprocedeerde asielzoekers moeten gewoon weg, werd altijd gezegd.'' Nu, zegt Paas, ,,hoeven wij niet meer met het mes op de keel mensen op straat te zetten.''

Maar lost het `herdefiniëren van verantwoordelijkheden' de problemen van de asielzoekers op? Nee, zegt voorzitter Loes Vellema van de vereniging van asieladvocaten. ,,Dit is een waterbedeffect. Asielzoekers die meestal helemaal niet terug kunnen, belanden van de ene noodopvang in de andere.'' Bovendien, zegt zij, het gedwongen vasthouden van asielzoekers die al jaren in Nederland wonen is in strijd met de Vreemdelingenwet. ,,Dat mag alleen tot acht weken. Daarna is dat niet toegestaan.''

De Groningse wethouder Paas geeft toe dat ,,de problemen van asielzoekers niet aan de vergadertafel worden opgelost''. ,,Ik heb de laatste tijd genoeg ingewikkelde verhalen gehoord. Er zijn hier Palestijnen en Somaliërs die terug moeten maar het natuurlijk nauwelijks kunnen.''

Net als de asieladvocaten is ook VluchtelingenWerk Nederland tegen centra waar asielzoekers van de buitenwereld worden afgegrendeld. ,,We zijn blij met de aandacht en begeleiding voor terugkeer van uitgeprodeerde asielzoekers'', aldus een woordvoerder van VluchtelingenWerk. ,,Maar we kunnen niet leven met een situatie waar deze mensen in detentie worden genomen.''

Fijntjes wijzen kerkelijke en vluchtelingenorganisaties op het fiasco van het eerste uitzetcentrum, in Ter Apel. Na twee jaar, in 1998, waren van de 1.300 aangemelde asielzoekers nog maar 53 uitgezet. Een jaar later ging het centrum dicht. Kritiek was er ook op de omstandigheden waaronder de asielzoekers daar werden vastgehouden.

Voorzitter John van Tilborg van de kerkelijke organisatie Inlia zou het een betere oplossing vinden als de mensen die toch al meewerken aan hun uitzetting, in hun huis blijven wachten. ,,Mocht dan blijken dat ze echt niet terugkunnen, dan kunnen zij nog een beroep doen op de zogeheten buitenschuldregeling, waardoor ze alsnog een status in Nederland kunnen krijgen.''