Maak veelpleger niet volgelvrij

Het is een klassiek dilemma in het recht: de balans tussen het belang van opsporing en het belang van privacy voor burgers. Dit dilemma staat weer in de belangstelling na pleidooien van de Utrechtse korpschef Vogelzang om foto's van veelplegers te publiceren dan wel aan criminelen hun burgerrechten te ontnemen, zoals de Amsterdamse korpschef Kuiper vorige week voorstelde.

De politie heeft altijd (meer) informatie nodig voor opsporing, want om criminelen op te pakken moet je weten wie zij zijn, wat ze doen en waar ze zitten. Aan de andere kant dienen onschuldigen beschermd te worden tegen politieoptreden. Als elke burger een verdachte zou zijn in de ogen van de politie, zou Nederland al snel een politiestaat worden. Het is dus niet vreemd dat de bevoegdheden van de politie begrensd zijn. Een onschuldige wil niet voortdurend lastiggevallen worden voor preventief fouilleren of huiszoeking.

Toch lijkt het belang van opsporing tegenwoordig steeds meer terrein te winnen ten opzichte van het belang van privacy. Inmiddels zijn maatregelen als het preventief fouilleren en de algemene identificatieplicht ingevoerd. Zulke maatregelen komen voort uit de huidige aandacht voor veiligheid. Veel mensen zijn bang op straat en vinden dat er wat moet gebeuren. En hoewel de frustraties van winkeliers die voor de zoveelste keer worden overvallen door dezelfde dader, te begrijpen zijn, is er een aantal argumenten tegen het openbaar maken van gegevens van veelplegers.

Misschien wel het belangrijkste argument tegen het bekendmaken van die gegevens is dat het niet bijdraagt aan de opsporing, omdat zowel winkeliers als politie en justitie al weten wie de veelplegers zijn. De gezichten van de veelplegers zijn reeds bekend, en als zo iemand in de buurt is, wordt extra opgelet of er niets misgaat. Andere mensen, zoals voorbijgangers, zullen deze informatie niet hebben of er weinig mee kunnen doen, want alleen met deze informatie kan een veelpleger niet worden aangehouden. Voor de veelpleger zelf, in de meeste gevallen een drugsverslaafde, zal het bekendmaken van persoonsgegevens niet veel uitmaken: om in zijn behoeften te voorzien zal hij waarschijnlijk toch nieuwe delicten begaan.

Voor die veelplegers die wel nog op het rechte pad te krijgen zijn, zou juist een omgekeerde redenering moeten gelden: als zij hun straf hebben uitgezeten, moeten zij een nieuw begin kunnen maken. Daarom is een tweede argument tegen openbaarmaking dat veelplegers op deze manier niet zo snel een kans krijgen op een nieuw begin, bijvoorbeeld omdat niemand hun een baan wil aanbieden. Bovendien bestaat dan het risico dat zij opnieuw in de criminaliteit vervallen en heeft de openbaarmaking alleen maar averechts gewerkt.

Een derde argument is het risico van `eigenrichting': mensen kunnen het recht in eigen hand nemen en een veelpleger een pak slaag geven. Een pak slaag uitdelen, of nog erger, een lynchpartij beginnen, is ten strengste verboden, omdat dit de rechtsstaat ondermijnt. De enige die straf mag uitdelen is een rechter, juist omdat een rechter objectief geacht wordt en voorkomt dat het publiek zich vergrijpt aan onschuldigen. Zonder rechters zouden we weer terug zijn in de Middeleeuwen.

Een vierde argument is dat gegevens op internet zeer moeilijk verwijderd kunnen worden. Iedereen kan eenvoudig informatie kopiëren en downloaden, waardoor informatie zich gemakkelijk verspreidt. De auteursrechtenorganisatie Buma/Stemra die al jaren het illegaal kopiëren van muziek probeert tegen te gaan, weet hier alles van. Als de gegevens van een veelpleger onjuist zijn of ingetrokken moeten worden, kan dit onmogelijk blijken te zijn, waardoor iemand nooit meer los kan komen van zijn verleden. Eens een dief, altijd een dief.

Het openbaar maken van de gegevens van veelplegers is een slecht plan. Veelplegers zijn, zoals gezegd, veelal drugsverslaafden en zij bekommeren zich allerminst om hun privacy. Het aanpakken van de overlast die zij veroorzaken kan beter door hun drugsproblematiek aan te pakken. Naast behandelen behoort ook bestraffen dan tot de mogelijkheden, zolang het maar gebeurt door rechters en niet door burgers.

Ir. B.H.M. Custers is onderzoeker aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Tilburg en houdt zich bezig met gegevensbescherming en privacy-vraagstukken.