Lynch: heel netjes en anders

In de categorie `veel gehoorde maar weinig geziene muzikanten' scoort Brian Lynch bijzonder hoog. De New-Yorkse trompettist timmert al meer dan twee decennia aan de weg en staat in het circuit te boek als een technische alleskunner aan wie bebop, straight ahead jazz en vooral salsa wel zijn toevertrouwd. Zijn veelzijdigheid, die hij weet te koppelen aan een messcherpe timing, maakt hem geliefd als sessiemuzikant. Lynch maakte platen met onder anderen Horace Silver, Toshiko Akiyoshi, Art Blakey en zelfs Prince. En met die platen hebben we het hier in Europa moeten doen. Lynch steekt zelden de oceaan over of het moet zijn voor een workshop, zoals vorige week in Groningen. Dankzij de doortastende tenorsaxofonist Ben van der Dungen trad de `musicians musician' op in een eenmalig concert in Rotterdam.

Op het podium van Calypso werd al snel duidelijk waaraan Lynch zijn relatieve onbekendheid te danken heeft. Hij is het tegendeel van alle salsacliché's. Met zijn verstandige kabeltrui en keurig bijgeknipte grijze snorretje zag hij er eerder uit als een belastinginspecteur buiten kantoortijd dan een charismatische macho blazer. Met een afwezige blik op de rand van verveling stond hij tussen Van der Dungens band alsof hij er eigenlijk niks te zoeken had. Bijna terloops bracht hij de trompet naar zijn lippen.

En wat er toen uit de kelk kwam, was al even wars van conventies als zijn verschijning. De neiging om snel-sneller-snelst te spelen, een afwijking die bij veel van zijn latin collega's ingebakken lijkt, is Lynch vreemd. Hij neemt de tijd om complexe, verrassende thema's uit te werken en kiest daarbij liever voor lange melodielijnen dan staccato krachtpatserij. In de ballads en midtempo nummers kwamen zijn zeer dynamische spel en subtiele modulering goed tot hun recht. En alsof hij wilde bewijzen ook thuis te zijn in het meer gangbare salsa-idioom strooide hij er af en toe een kleine dosis schetter en hoge noten doorheen.

Van der Dungen trok zich zichtbaar op aan zijn gast. Na wat snibbige solo's in het begin groeide zijn toon in volheid. En ook de band had wat tijd nodig om op stoom te komen. De ritmesectie klonk degelijk, maar om echt lekker te swingen was het tot diep in de tweede set allemaal iets te stijfjes. Pas bij het slotnummer, een twintig minuten durende versie van La Libertad waarvoor een toevallig aanwezige timbalero uit de zaal werd geplukt, sloeg de vlam in de pan. En bleek Brian Lynch wel degelijk te kunnen grijnzen.

Concert: Brian Lynch Sextet. Gehoord: 11/1 Calypso Rotterdam.