`Ik zweer dat ik niet tegen de islam ben!'

Meer dan tachtig hervormingsgezinde parlementsleden zijn uitgesloten als kandidaat in de Iraanse verkiezingen. Ze zijn zeer boos.

Om zich af te schermen van hun conservatieve collega's hebben de gediskwalificeerde Iraanse hervormingsgezinde parlementariërs zich achter een rij stoelen verschanst. Daar zijn de tapijten uitgerold en de schoenen uitgedaan. Vrouwen zitten gesluierd achteraan op de grond, de mannen, in slechtzittende pakken zonder stropdas, op de voorste rijen. De hervormers zijn boos, meer dan tachtig van hen, onder wie álle prominenten, zijn door de conservatieve Raad van Hoeders van de Grondwet geschrapt als kandidaat in de Iraanse parlementsverkiezingen van 20 februari. Ze hebben geen respect voor de islam of betwisten de almacht van de Opperste Leider, wordt hun verweten. De afgewezenen houden nu al voor de tweede dag op rij een zitdemonstratie in het parlementsgebouw in Teheran.

Met behulp van twee sierzuilen en een glazen plaatje is een soort spreekgestoelte gefabriceerd. Een voor een doen de parlementsleden daar hun beklag over hun afwijzing, vergezeld van een inkijkje in hun persoonlijke, revolutionaire cv's. Het publiek bestaat volledig uit leden van hun fractie.

,,Mijn vader, moeder en ooms waren allemaal revolutionairen!'', brult Ali Asgar Hadizadeh, de allerdikste hervormer, met een zwetend hoofd. In de tijd van de sjah heeft hij vijf jaar in de gevangenis gezeten! Hij is een revolutionair van het eerste uur! Al vier jaar zit hij in het parlement! ,,En nu zou ik tegen de islam zijn? Ik zweer tegenover de grote god dat ik niet tegen de islam ben!''

Hadizadeh roept dat zelfs in de tijd dat de sjah de scepter zwaaide in Iran, het niet gebeurd zou zijn dat 80 zittende parlementariërs uitgesloten zouden worden van een verkiezing. De politici op de kleedjes knikken instemmend.

De 80 parlementsleden zijn lang niet de enigen die door de Hoeders zijn afgewezen. Van de 1.700 gegadigden die zich in Teheran, het belangrijkste kiesdistrict, hadden aangemeld, zijn er 877 afgewezen na toetsing door de Commissies van Toezicht van de Raad van Hoeders. De twaalf leden van deze raad zijn aangesteld om Iran op het juiste islamitische pad te houden. Naast hun recht op veto over kandidaten voor parlement- en presidentsverkiezingen is de raad gemachtigd wetten te blokkeren als ze niet in lijn zijn met hun interpretatie van de islam.

De hervormingsgezinde president Mohammed Khatami, wiens broer ook niet geschikt is geacht om aan de verkiezingen deel te nemen, heeft iedereen opgeroepen rustig te blijven en gebruik te maken van de mogelijkheden die de wet biedt.

,,Dat houdt in dat we in hoger beroep kunnen gaan tegen de beslissing'', zegt Behzad Nabavi, een van de leiders van de Iraanse hervormingsbeweging. [Vervolg IRAN: pagina 5]

IRAN

'Wij houden ons aan de wet'

[Vervolg van pagina 1] ,,Dat duurt twintig dagen'', zegt Nabavi, ook een van de vice-voorzitters van het parlement.

Nabavi onderhandelde in 1980 met de Amerikanen over de vrijlating van de 52 gijzelaars in de ambassade van de Verenigde Staten in Teheran. ,,Ik ben dus wel een revolutionair, ja'', vindt hij. Desondanks is zijn kandidatuur ook afgewezen.

Nabavi wil afwachten wat het hoger beroep zal brengen. ,,Als we de verkiezingen boycotten hebben we straks helemaal niets meer te zeggen.'' Enkele conservatieve parlementsleden schieten langs de stoelenmuur. Ze kijken strak de andere kant op.

Het is een komen en gaan van hoogwaardigheidsbekleders in het hervormershoekje in het parlement. Vice-president en hervormer Mohammad Abtahi komt op een van de stoelen zitten. ,,Het is als een voetbalwedstrijd waarbij de scheidsrechter een team uit het veld stuurt en het andere team uitnodigt om te scoren'', zegt hij. ,,De Opperste Leider vindt de gang van zaken ook helemaal niet leuk'', vertelt Abtahi. ,,Ayatollah Ali Khamenei gaat er wat aan doen'', denkt hij.

Juist de onrechtvaardigheid van de afwijzingen maakt de hervormers woedend. Mensen die al vier jaar in het parlement zitten, kregen te horen dat ze tegen het systeem waren of niet islamitisch genoeg.

Parlementariër Elahieh Koulahie, bril en gewaagde roze hoofddoek, onderstreept dat zij en haar collega's alle mogelijkheden binnen de wet gaan toepassen om toch mee te kunnen doen. ,,De andere kant doet maar wat ze willen, maar wij houden ons aan de wet'', zegt ze.

Om haar heen verdringen geestelijken en andere parlementsleden zich om een tafeltje met thee en koekjes. Het lijkt erop alsof iedereen de zitstaking behoorlijk gezellig vindt. Er wordt gelachen en op schouders geslagen, maar de bloedserieuze Koulahie kan de lol er niet van inzien.

,,Ik hoop dat iedereen zich beseft dat Iran zich in de gevaarlijkste situatie sinds de revolutie van 1979 bevindt'', zegt ze. ,,De Iraanse jongeren hebben wensen en eisen. Ze keren zich af van de politiek. Dat zie ik overal. Als we nu niet naar ze luisteren zijn we ze kwijt. De hervormingen moeten doorgaan.''