Een dwarsligger die de integratie wil laten slagen

Volgende week komt de parlementaire commissie-Blok met haar rapport over dertig jaar integratie in Nederland. De SP'er Ali Lazrak, van Marokkaanse origine, stapte vorig jaar uit de commissie. ,,We onderzoeken alleen de papieren werkelijkheid'', was zijn verwijt. Nu heeft hij ook ruzie met de SP.

In de zomer van 2001 vertrok Ali Lazrak (55) voor een korte vakantie naar Marokko. ,,Ik ging ervan uit dat hij zijn tijd aan het strand zou doorbrengen'', zegt Driss El Boujoufi, vice-voorzitter van de Unie van Marokkaanse Moslimorganisaties in Nederland (UMMON). ,,Maar niks hoor, Ali ging in Rabat op zoek naar homoseksuele tippelaars. ,,Hoe is het om als homo te leven in Marokko? Hoeveel mannen maken van jullie diensten gebruik? Waarom doen jullie `het' eigenlijk? Hij vroeg hun het hemd van het lijf.'' Aan klandizie hebben de jongens geen gebrek, constateert Lazrak in het verslag dat hij naar aanleiding van zijn reis voor Vrij Nederland maakte. Onder hun `afnemers' bevinden zich artsen, advocaten en intellectuelen.

Wat de publicatie vooral pikant maakte, was de timing – nog geen twee maanden nadat de Rotterdamse imam El-Moumni in het tv-programma Nova zijn gewraakte uitspraak deed dat homoseksualiteit ,,een besmettelijke ziekte'' is. ,,Lazrak wilde laten zien hoe hypocriet zo'n uitspraak is'', denkt Ahmed Aboutaleb, voormalig directeur van het multiculturele instituut Forum, die hem begin jaren tachtig ontmoette, toen beiden in de Haagse welzijnssector actief waren. ,,Marokkanen spreken zich in Nederland tegen homo's uit, maar ook in hun geboorteland is homoseksualiteit geen onbekend verschijnsel. Die dubbele moraal heeft hij op formidabele wijze aan het licht gebracht. En als zo'n verhaal ruzie oplevert, dan is dat maar zo.''

Mensen die het SP-Kamerlid Ali Lazrak goed kennen, noemen het zijn levensmissie: tegels lichten, ontmaskeren. Hij staat te boek als een felle en notoire dwarsligger, zeker wat betreft zijn ideeën over de integratie van minderheden in Nederland. ,,Het is een man met radicale, onorthodoxe standpunten en werkwijzen'', zegt zijn zoon Faroek (23), die economie studeert in Amsterdam. ,,Daarom past hij ook zo prima bij de SP.''

Steeds wanneer zich de afgelopen jaren een brandende multiculturele kwestie aandiende – of het nu ging om hoofddoekjes, importhuwelijken of imams die de moskee voor politieke doeleinden gebruiken – fungeerde Lazrak als breekijzer binnen de islamitische gemeenschap. ,,Hij is niet bang om tegen de stroom in te varen'', zegt El Boujoufi, die Lazrak begin jaren negentig ontmoette toen hij nog Marokkaanse radio-uitzendingen verzorgde voor de NPS. ,,Ali heeft heel wat heilige islamitische huisjes omvergeschopt'', zegt gemeentevoorlichter van Rotterdam Ahmed Mokhtari, die Lazrak in diens radiotijd regelmatig van nieuws voorzag. ,,Hij is wars van regels en opgelegd gedrag. Het is een hele eigenwijze vent.''

Dat Lazrak in september vorig jaar uit de parlementaire commissie-Blok stapte die tot taak heeft het integratiebeleid van de afgelopen decennia te onderzoeken, lijkt niemand te verbazen – al lopen de verklaringen voor zijn opzienbarende daad uiteen. ,,Lazrak moest verantwoordelijkheid dragen voor iets waar hij niet achter stond'', meent Driss El Boujoufi. ,,De conclusie van het vooronderzoek van het Verwey-Jonker Instituut (de integratie is ,,niet geheel en al'' mislukt, red.) stond hem niet aan.'' Aboutaleb: ,,Lazrak is de vleesgeworden integratie. Híj heeft het allemaal meegemaakt, dus niemand hoeft hem wat te vertellen.''

Maar er vallen ook geluiden te beluisteren dat Lazrak als vice-voorzitter van de commissie-Blok door paniek werd bevangen toen duidelijk werd dat zijn uitgangspunt – de integratie van minderheden is volledig mislukt – niet geheel door de onderzoekscommissie zou worden overgenomen. Volgens een lid van de commissie-Blok worstelde hij met de vraag of hij daarvoor de politieke verantwoordelijkheid kon nemen.

Lazrak kwam vaak niet opdagen bij vergaderingen en verhoren, zo klinkt het in de wandelgangen. Hij moest er met de haren worden bijgesleept. Commissielid Ineke van Gent (GroenLinks) ergerde zich vooral aan het feit dat Lazrak naar buiten toe ,,hele grote woorden gebruikte'', maar tijdens de commissiebijeenkomsten ,,nauwelijks zijn mond opendeed''. ,,Alle argumenten die hij in de media te berde bracht – dat de commissie geen gewone burgers wilde horen en dat het Verweij-Jonker Instituut bevooroordeeld zou zijn – had hij als commissielid nooit geuit.'' Lazrak zelf vindt dat hij zijn mening nooit onder stoelen of banken heeft gestoken. Hij beschouwt zijn vertrek als een noodsprong: ,,Het was nu of nooit.'' Van Gent: ,,Ik zie het eerder als een sluwe manier om zijn eigen stoepje schoon te vegen. Hem trof geen blaam, hij had immers het beste voor met de integratie.''

Ali Lazrak werd geboren in een streng religieus middenklassegezin in het Noord-Marokkaanse dorp Azzaouia. Zijn vader was onderwijzer op een lagere school, zijn moeder huisvrouw. Thuis werd er zowel Berbers als Arabisch gesproken. Al op jonge leeftijd had hij een hang naar vrijheid. Toen hij 21 jaar was kreeg hij van zijn vader wat zakgeld, en zwierf hij vijf maanden door Spanje. Eenmaal terug hoorde hij dat het Nederlandse DAF Automobiel in de Marokkaanse vissersplaats Al Houceima gastarbeiders wierf. Hij meldde zich aan en werd op een bus naar Casablanca gezet. Daar aangekomen kreeg hij een envelop met 75 gulden en een vliegticket. Met speciaal gecharterde toestellen van de KLM werden Lazrak en tweehonderd andere gastarbeiders naar Schiphol gevlogen, en van daaruit per bus naar een klooster in het Limburgse Spaubeek vervoerd. In het nabijgelegen Born verfde Lazrak een jaar lang autodeuren met een hogedrukspuit. Hij redde zich die eerste jaren met wat Frans en Spaans.

Van 1972 tot 1975 woonde Lazrak in Zeist. Driss Ifzaren, oud-gemeenteraadslid voor GroenLinks in die plaats, kan zich Lazrak nog goed voor de geest halen. ,,We maakten deel uit van een groep Marokkaanse gastarbeiders die in de omgeving werkten. Het was stevig aanpoten, maar na afloop doken we meestal even een disco of café in.'' Anders dan de meeste van hun collega's hadden Lazrak en Ifzaren geen gezin in Marokko te onderhouden. Ze aten vaak buiten de deur, kochten mooie kleding, sjansten met Nederlandse meiden en verkenden de omgeving op een Puch-brommer. De twee verloren elkaar een paar jaar uit het oog, maar werden begin jaren tachtig herenigd bij de Stichting Regionaal Centrum Buitenlanders (RCB) in Den Haag.

In diezelfde periode kwam Lazrak ook in contact met Abdou Menehbi, medeoprichter van de KWAN, een linkse Marokkaanse belangenorganisatie voor gastarbeiders in Nederland. Samen voerden zij in de jaren zeventig acties tegen de slechte omstandigheden van gastarbeiders in de tuinbouwsector. ,,Toen die acties op niets uitliepen, hebben wij een leegstaande fabriek gekraakt'', vertelt Menehbi. Hij typeert zijn vriend als het prototype activist. ,,Ali sprak goed Nederlands, had flair en was voor de duvel niet bang. Die combinatie van eigenschappen wierp vruchten af.''

In 1975 verhuisde Lazrak naar Amsterdam, waar hij nog altijd een ruime benedenwoning aan een Amsterdamse kade bewoont. Toen hij hoorde dat de toenmalige NOS-radio (nu NPS) een eindredacteur voor haar Marokkaanse redactie zocht, meldde hij zich aan. Binnen een mum van tijd genoot hij grote bekendheid onder de eerste generatie Marokkanen, die hem óf verguisden óf op handen droegen – want ook als radiomaker schuwde Lazrak taboes niet. Ahmed Mokhtari: ,,Ik kan mij nog goed herinneren dat hij ooit een uitzending maakte over seksueel overdraagbare aandoeningen. Aan het begin van het programma waarschuwde hij zijn luisteraars: `Als seks voor u een taboe is, draai dan onmiddellijk de knop om'. Vervolgens nam hij veelvuldig het woord `neuken' in de mond – niet iedereen kon dat even goed waarderen.''

Maar provoceren was geen doel op zichzelf, denkt Rob Heukels, die sinds zeven jaar programmaleider is bij de NPS-radio en Lazrak vier jaar lang van dichtbij heeft meegemaakt. ,,In de jaren tachtig was de angst voor het regime van de Marokkaanse koning Hassan II nog springlevend. De zogenoemde Amicales hielden Marokkaanse onderdanen in het buitenland voor hem in de gaten; ze fungeerden als lange arm van de koning. Met zijn programma probeerde Lazrak daar een tegenwicht aan te bieden. Door Marokkanen vertrouwd te maken met hun nieuwe thuisland, werden ze minder kwetsbaar voor de machinaties van het regime.'' Ahmed Aboutaleb noemt Lazrak ,,een journalist met een missie''.

Bij die missie kan hij soms nietsontziend te werk gaan. Gemeentevoorlichter Ahmed Mokhtari: ,,Als hij vindt dat hij gelijk heeft, walst hij over alles en iedereen heen. Hij vraagt zich zelden af wat voor uitwerking zijn gedrag op anderen heeft.'' Lazraks gebrek aan strategisch inzicht wordt vaak zijn grootste zwakte genoemd, maar zelf lijkt hij daar weinig moeite mee te hebben. ,,Ik doe wat ik denk dat ik moet doen, ongeacht de problemen die daaruit voortvloeien.'' Zijn doel is naar eigen zeggen om de harmonie in de Nederlandse samenleving te vergroten: ,,De kloof tussen allochtonen en autochtonen wordt steeds groter. Dit is ook míjn land, míjn samenleving. Ik kan niet toestaan dat de zaak escaleert.''

In de afgelopen jaren kwam Lazrak regelmatig in botsing met vrienden en collega's. Zo culmineerde zijn bijna twintig jaar lange loopbaan bij de NPS drie jaar geleden in ,,een optelsom van irritaties en verwijten'', herinnert programmaleider Heukels zich. ,,Ali was gaandeweg uitgekeken geraakt op het programma, het nieuwe was er een beetje af. Hij kreeg andere interesses, waar politiek er een van was. Met als gevolg dat het ging schuren binnen de redactie. Ali meldde zich ziek en na een paar maanden vroegen wij hem of hij niet wat anders wilde gaan doen. Het was rond dezelfde tijd dat hij met de SP in gesprek raakte.'' Mede op aandringen van het thuisfront koos hij voor de politiek.

In de jaren negentig was Lazrak enkele jaren slapend lid van de PvdA. Bij Kok voelde hij zich thuis, al kon hij zich niet goed vinden in het integratiebeleid dat diens kabinet voorstond. ,,Het minderhedenbeleid heeft de ontplooiing, participatie en integratie van minderheden eerder geremd dan bevorderd'', schreef Lazrak al in 1996 in een ingezonden stuk in de Volkskrant. Volgens hem stond de verhouding tussen autochtonen en allochtonen – mede door de van overheidswege opgedrongen politieke correctheid – zwaar onder druk. Toen al wees hij de beschuldigende vinger naar het ,,segment wetenschappers, adviseurs en migrantologen dat de fundamenten voor het beleid heeft gelegd en dat er nog steeds gestalte aan geeft''.

Lazraks analyse in de Volkskrant bleef niet onopgemerkt. SP-Kamerlid Agnes Kant benaderde hem zes jaar geleden voor een aantal brainstormsessies over het integratievraagstuk. Kant: ,,Lazrak drong in dat stuk aan op een parlementair onderzoek – een idee dat ook binnen de SP leefde. We hebben een aantal goede gesprekken gevoerd en veelvuldig met elkaar gebeld.'' Lazrak werd gaandeweg een soort adviseur van de SP en Kant stelde voor dat hij zich kandidaat stelde voor de SP bij de parlementsverkiezingen van mei 2002. Hij kreeg de portefeuille integratie en media en werd begin vorig jaar, na zijn herverkiezing in januari, door de SP afgevaardigd in de parlementaire onderzoekscommissie integratie. De (vermeende) belangenverstrengeling tussen wetenschap en politiek waar hij zich zes jaar eerder in de Volkskrant over beklaagde, was voor Lazrak een belangrijke reden om uit de commissie-Blok te stappen. Op basis van eigen onderzoek concludeerde Lazrak dat het Hilda Verwey-Jonker Instituut jarenlang ,,hofleverancier'' was geweest van de kabinetten voor onderzoek en analyse op het gebied van integratie. En nu moest datzelfde instituut het integratiebeleid in kaart brengen.

Dat hij in september vorig jaar uit de commissie stapte, is bij de SP hard aangekomen. Hij heeft de partij hierdoor ,,grote schade berokkend'', is Lazrak met name door partij- en fractievoorzitter Jan Marijnissen herhaaldelijk toegebeten; het onderzoek was immers een initiatief van de SP. Al was maar 15 procent van het gedachtegoed van de partij in het eindrapport terechtgekomen, dan nóg was Marijnissen tevreden geweest.

Alsof het nog niet genoeg was, ontspon zich het afgelopen jaar ook een hoogoplopend conflict over de salarisafdracht van Lazrak. Tot januari vorig jaar stortte hij zijn bruto salaris – 7.159 euro – in de partijkas, zoals de partijregels voorschrijven. Daarvoor kreeg hij, net als andere SP-Kamerleden, 1.900 euro netto terug. Ook ondertekende hij toen hij in de Kamer kwam de afspraak dat als hij uit de partij stapte, zijn Kamerzetel aan de SP zou toevallen. Lazrak:,,Beide afspraken heb ik inmiddels opgezegd.'' Waarom? Geïrriteerd: ,,Omdat ik geen enkele ruimte heb gekregen om te functioneren. Alles moet je van a tot z met de partij – lees: Marijnissen – bespreken. Híj bepaalt de standpunten. Ook heb ik grote moeite met het feit dat hij fractiegenoten op een brute manier terechtwijst. Voor een minder geslaagd kameroptreden krijg je ten overstaan van de andere fractieleden de wind van voren. Je wordt gekleineerd, althans zo voel ik dat.''

Lazrak heeft eerdere overwegingen om een eenmansfractie te beginnen voorlopig in de ijskast gezet. Maar hij weigert vooralsnog om de bulk van zijn salaris aan de partij over te maken, omdat dat volgens hem ,,op basis van vrijwilligheid moet geschieden''. ,,Marijnissen opereert als een soort koppelbaas. Hij beheert mijn financiën. Ik kwam daardoor in een persoonlijke crisis terecht. Wie ben ik? Ik werk zeven dagen in de week en krijg daarvoor een schamele 1.900 euro. Over iedere cent die ik naast mijn onkostenvergoeding uitgeef, moet ik verantwoording afleggen. Dat weiger ik.'' Jan Marijnissen wil hangende de bemiddeling met Lazrak geen commentaar geven.

Volgens Lazraks zoon Faroek valt nog te bezien wie het onderspit gaat delven: zijn vader of SP-leider Jan Marijnissen. ,,Je kunt je afvragen wie erveranderd is, mijn vader of de SP. Ik denk het laatste. De SP schurkt zich steeds meer tegen het establishment aan. Wil het electoraat laten zien: wij zijn niet alleen maar radicaal. Op die manier kan de aanhang worden vergroot. Dat gaan ten koste van de onorthodoxe houding. Die heeft mijn vader behouden.'' Lazrak doet volgens zijn zoon niet onder voor Marijnissen. ,,Beiden zijn sluwe straatvechters. Maar het zou mij niet verbazen als Ali uiteindelijk bovenop komt te liggen.''