De kroongetuige

Voor wat hoort wat, zo geldt sinds de oudste tijden. Ook in het strafrecht, noteerde de Nijmeegse hoogleraar strafrecht Buruma in het tijdschrift voor strafrecht. De justitie kent sinds jaar en dag een variëteit aan deals met criminelen. Toch is nu binnen het openbaar ministerie een ongekende rel losgebarsten over de rol van een kroongetuige. Deze zou in ruil voor straffeloosheid en een beloning het doorslaggevend bewijs kunnen leveren over de opdrachtgever achter een complot tegen het leven van de Amsterdamse officier van justitie Plooy. Maar de landelijke top van het openbaar ministerie blokkeert deze doorbraak van een letterlijk levensgrote impasse in belang van de zuiverheid van de rechtspraak. De gedachte dringt zich op waar de OM-top zich zo druk over maakt. De kroongetuige is al tien jaar erkend in het Nederlandse strafrecht. In 1994 accepteerde de Hoge Raad een justitiële tegemoetkoming voor twee criminelen over een zogeheten ripdeal (het inpikken van een partij cocaïne) door twee politiemensen op Sint Maarten. Dit was echter ,,geen vrijbrief'', tekende de annotator van dit arrest in de Nederlandse Jurisprudentie daar direct bij aan. Dat bleek later tijdens de parlementaire enquête over bijzondere opsporingsmethoden door de commissie-Van Traa. Deze sprak zich uit tegen de figuur van de kroongetuige in het Nederlandse strafrecht. De commissie had daarvoor een paar goede redenen.

Een getuigenverklaring tegen beloning heeft een inherente onbetrouwbaarheid, om maar te zwijgen van het risico dat de kroongetuige welbewust een loopje met de waarheid neemt om oude rekeningen te vereffenen. ,,Er is geen grotere stimulans om te liegen dan het vooruitzicht van strafvermindering'', waarschuwde een federaal Amerikaans Hof van beroep in 1987. Het grote gevaar is dat politie en justitie zich encanailleren met de onderwereld, dan wel tegen elkaar worden uitgespeeld. Het begin van dit proces is ,,dat opsporing en justitie verschillende uitgangspunten hanteren wanneer kan worden gesproken over een deal met criminelen'', zoals een evaluatierapport over de commissie-Van Traa signaleerde. Dat dergelijke divergenties tot een ,,glijdende schaal'' leiden, is door de regering erkend. Vroeg of laat is de vraag: wie regisseert wie? ,,Perfiditeit is in het systeem ingebouwd'', aldus criminoloog Bovenkerk, die zich onder meer heeft verdiept in de Italiaanse praktijk van de zogeheten `pentiti'.

Toch erkende de commissie-Van Traa indertijd al dat de kroongetuige als ,,uiterst redmiddel in zaken van georganiseerde criminaliteit of zaken van leven en dood'' niet mag worden uitgesloten. Het complot tegen Plooy lijkt een klassieke illustratie bij deze stelling. Hier is ook nog eens de integriteit van de overheid in het geding. Dat was een belangrijk criterium van de Hoge Raad in de zaak-Sint Maarten. Dus, waarom maakt de OM-top zich zo druk over de deal in de zaak-Plooy? Een reden deze vraag serieus te nemen is het – door de regering overgenomen – criterium van de commissie-Van Traa dat de kroongetuige een uiterst middel dient te blijven. De beslissing over de zogeheten `kluisverklaring' (verzegelde verklaring) die landelijk officier van justitie Teeven heeft binnengehaald is sterk afhankelijk van de concrete omstandigheden. Zo dient er aanvullend bewijs aanwezig te zijn om het risico te verminderen dat de kroongetuige-in-spe een loopje neemt met de justitie. Ook de achtergronden van de betrokken kroongetuige spelen een rol.

Dit soort afwegingen laat zich moeilijk van buiten beoordelen. Als justitie met een kroongetuige in zee gaat, kan de rechtszaak tegen de hoofverdachte enig inzicht in de kwaliteit van de gemaakte afspraken bieden. Maar zelfs dan is het volgens deskundigen moeilijk er een vinger achter te krijgen. De afspraken die afvallen blijven per definitie ondoorzichtig. De buitenwacht moet het stellen met de wetenschap dat het OM voor dit soort gevallen een landelijke toetsingscommissie heeft. De eindbeslissing ligt overigens bij het college van procureurs-generaal. De commissie heeft van 1995 tot vorig jaar 38 aanvragen behandeld. In de eerste vier jaar werd in eenderde van de 28 voorgelegde zaken het groene licht gegeven voor een deal. Daarna zijn nog tien aanvragen gevolgd, maar daarover worden geen mededelingen gedaan.

In de kwestie van het complot tegen Plooy is een extra complicatie in het spel. Landelijk officier van justitie Teeven is geen onbeschreven blad. Hij heeft al eens een omstreden rol gespeeld in een deal met de crimineel Mink K. Dat paste bij zijn gezochte rol als crime fighter: een aanklager die de grenzen oprekt van de ,,magistratelijke'' rol die het openbaar ministerie van oudsher koestert, dicht tegen de onafhankelijke rechter aan. Voorzitter De Wijkerslooth van de OM-top heeft er geen geheim van gemaakt dat hij in het voetspoor van Van Traa c.s. priorititeit geeft aan het magistratelijke aspect. Teeven heeft voor zijn agressieve opvatting over de misdaadbestrijding de politiek opgezocht als voorman van Leefbaar Nederland. Dat bleek geen succes.

Het is op zichzelf verwonderlijk dat Teeven direct na zijn uitgesproken politieke rol in een zo gevoelige positie kon terugkeren. Zijn betrokkenheid bij de kwestie van de kroongetuige draagt bij aan het beeld van een stammenstrijd binnen het OM. Het zou niet de eerste keer zijn dat deze de kop opsteekt en dat leden van de staande magistratuur hun ruzies via de media uitvechten. Het loyaliteitsprobleem dat daaruit spreekt, is een afzonderlijke reden tot zorg.