`De illegalen vatten het niet als kunst op'

Kunstenaar Martijn Engelbregt peilde met een nepformulier de bereidheid om illegalen aan te geven. Ja, voor 50 euro per opgebrachte illegaal.

`Bent u illegaal?' Het is een vraag die niet vaak wordt gesteld, zeker niet op een formulier dat je thuis door de bus krijgt. Regoned, een organisatie die door de kunstenaar Martijn Engelbregt werd verzonnen, verspreidde in de laatste week van 2003 precies 200.608 officieel ogende enquêteformulieren over alle Amsterdamse stadsdelen, zogenaamd als onderdeel van een `inventarisatie van illegalen in Nederland'. Vooral de vraag `Wilt u deze (vermoedelijke) illegalen aangeven?' leidde tot verontwaardiging onder de Amsterdammers. Enkele tientallen belden de politie.

Zaterdagmiddag presenteerde Engelbregt (1972) de resultaten van zijn onderzoek in politiek-cultureel centrum De Balie. Daar werd dit weekend onder de noemer `Grenzeloze solidariteit' gediscussieerd over `migratie en de houdbaarheid van het sociale paradijs'.

Een onbedoeld effect was dat illegalen uit hun huis werden gezet door verhuurders. Die vreesden dat de autoriteiten al in aantocht waren, zo vertelde de Ghanese pastor Tom Marfo, die in Amsterdam-Zuidoost hulp biedt aan illegalen. Marfo kreeg na verspreiding van het formulier veel telefoontjes van illegalen die in paniek verkeerden. De pastor nuanceerde zijn verhaal door te stellen dat illegalen altijd in een toestand van paniek leven, maar deze paniek ,,vernietigt de vreedzaamheid en verhouding die ze hebben met hun buren en verhuurders''. ,,De intentie van het project was goed', besloot Marfo, ,,maar niemand kon weten wat die intentie inhield. De illegalen hebben het zeker niet als grap of als kunst opgevat.''

Engelbert somde de resultaten op. Hij ontving 52 formulieren via internet en 74 per post. De meeste waren verscheurd, beklad, oningevuld of met een valse naam ondertekend, bijvoorbeeld `J. P. Balkenende'. Zo bleven er tweeëndertig serieuze inzendingen over, waarvan zestien van mensen die zelf illegaal zijn. Slechts drie inzenders wekten de indruk dat ze serieus bereid waren om illegalen aan te geven. Engelbregt: ,,Wat mij betreft zijn dat er drie te veel.''

,,De reacties zijn onderdeel van het project'', zei Engelbregt, van origine grafisch ontwerper. Met het formulier wilde hij een zo groot mogelijke groep aanspreken, in het bijzonder de legale, autochtone Nederlanders. De vragen op het formulier moesten de mensen dwingen tot nadenken over het beeld dat ze van illegalen hebben en over het uitzetbeleid van de overheid. Het belangrijkste van het project is dus het effect: zelfreflectie. En als het even kan een debat.

Engelbregt werd 458 keer gebeld. Veel mensen belden of schreven om te vertellen dat ze niet bereid waren om mee te doen. ,,Dertien mensen scholden mij uit voor NSB'er, 21 mensen noemden mij een racist, 33 mensen wilden meer informatie over Regoned.'' Drie mensen verklaarden telefonisch dat ze bereid waren om illegalen aan te geven, maar dan wel voor vijftig euro per stuk. Engelbregt: ,,Ik moest vaak uitleggen dat met het formulier geen aangifte kon worden gedaan, dat het alleen een peiling van de aangiftebereidheid betrof.''

Ook JongRechts, de jongerenorganisatie van de Rotterdamse partij NieuwRechts, maakte deze vergissing. JongRechts sprak in de partijkrant waardering uit voor de `creativiteit' van de `Amsterdamse kunstenaars' en noemde een `aangifteformulier' voor illegalen `een uitstekend idee'.

Twee vrouwen in de zaal vonden het project een ,,zieke grap'' en een ,,onsmakelijke vertoning''. De twijfel aan het belang en de effectiviteit ervan leken onder het publiek algemeen. Hoewel Engelbregt meerder keren benadrukte dat het hem om de reacties en de discussie ging, bleven tijdens het debat over het `illegalenformulier' deze vragen terugkeren: wat wil de kunstenaar met dit project? En hoe moeten de resultaten eigenlijk geïnterpreteerd worden, gunstig of niet? Engelbregt concludeerde dat ,,de animo om te reageren heel klein was''.

,,Heb je erover nagedacht om je excuses aan te bieden?'' vroeg een meneer. ,,Nee'', antwoordde de kunstenaar. ,,Je zou excuses moeten aanbieden aan de mensen die zijn geschrokken. Je hebt niet goed nagedacht over de consequenties.'' Iemand in de zaal opperde dat zo weinig Amsterdammers serieus reageerden omdat de media al na vijf dagen berichtten dat het om een kunstproject ging. Een ander wees op het feit dat de envelop samen met reclamefolders verspreid was, en daarom waarschijnlijk genegeerd werd. Het lage aantal retourzendingen wijst dus niet per se op een groot solidariteitsgevoel onder de ontvangers van de enquête.

Was de Regoned-enquête nu kunst, of een als kunst vermomde politieke actie? Was het een ,,autonoom onderzoek'', zoals Engelbregt zei, of een ,,manier om het debat open te gooien'', zoals Balie-directeur Anil Ramdas meende? Misschien wel dat alles tegelijk. Erik Couvee, adjunct-directeur van het Amsterdams Fonds voor de Kunst, vertelde dat er intern discussie was geweest over de vraag of ze het project moesten financieren. Dat gebeurde ten slotte, voor 19.000 euro. (Een stem uit de zaal: ,,Is er nog geld over voor de mensen die uit huis geschopt zijn?'')

Couvee: ,,Een abstracte kwestie wordt met dit project heel concreet gemaakt. Er wordt persoonlijke betrokkenheid gegenereerd. Je kunt het een vorm van kunst of communicatie noemen.'' Een collega van Couvee sprak van een ,,autonoom en gelaagd werk dat meerdere interpretaties toelaat'', een ,,onderzoekend en vernieuwend project'' dat ,,midden in de maatschappij staat''.

De kunstenaar hield zich op de vlakte. Wat al het gekrakeel toevoegt aan zijn project, daar was hij nog niet over uit. ,,Ik moet eerst wat meer afstand hebben.''