Botanisch verhuisbericht

Op een geheime locatie in Rotterdam groeit een onooglijke, maar zeer zeldzame varensoort. Voor de bouw van een parkeergarage moest het plantje wijken. Een verhuizing met gevolgen.

Ergens in het centrum van Rotterdam groeit een exemplaar van de Noordse streepvaren op een kademuur. We verklappen niet waar, want veel belangstelling kan het plantje niet verdragen. De zeldzame vondst van deze Noordse streepvaren (Asplenium septentrionale in vaktermen) leidde enkele jaren geleden tot enige beroering onder botanici en zelfs tot een klein berichtje in het Wetenschap & Onderwijs-katern van deze krant (10 februari 2001). Het was tenslotte pas voor de tweede keer dat deze varensoort zich spontaan in Nederland meldde.

De eerste keer betrof het een sluismuur in Zwolle, in 1990. Overigens was de soort daarvoor ook al één keer gesignaleerd, maar dat was op een partij uit België aangevoerd steengruis in Maastricht, en dus geen vestiging die het etiket `spontaan' kon krijgen.

Varens hebben de prettige eigenschap zich met behulp van sporen voort te planten. Die sporen zijn zo klein en licht dat ze met luchtstromingen ver over de aardbol kunnen worden verspreid en dus in principe ook overal kunnen terechtkomen. De Noordse streepvaren hoort thuis in rotsige streken op het noordelijk halfrond, van Ierland via Mongolië tot ver in de Verenigde Staten. Kennelijk ziet een ronddwarrelende spore de Nederlandse sluis- en kademuren soms aan voor een geschikte rotswand om zich te vestigen. Zeldzaam blijft het wel.

Kort na het eerste bericht over de vondst werden in Rotterdam plannen gepresenteerd voor de aanleg van een ondergrondse parkeergarage, waarbij – men raadt het al – de desbetreffende kademuur zou moeten verdwijnen. Meestal is zo'n zeldzaamheid dan aanleiding om de bouwplannen op zijn minst een tijdje te frustreren, maar de noordse streepvaren is zo zeldzaam dat hij op geen enkele lijst van bedreigde of beschermde soorten voorkomt. De plant ontbeerde dus juridische status.

Gemeentelijk florist Remko Andeweg suggereerde toen om het onooglijke plantje (het heeft het uiterlijk van een zielig graspolletje) te verplaatsen. Op 17 juni 2003 is dat gebeurd. Daar ging wel het nodige gesputter aan vooraf. Reacties als `is dat alles?' bij de eerste aanblik waren dan nog het minste, want vooral het gebrek aan zandhagedis-achtige juridische allure bleek een lastig punt te zijn.

En dan de techniek nog. De keuze om een heel brok muur los te zagen en met varentje en al te verplaatsen bleek uiteindelijk niet haalbaar. Een ploeg van vijf mensen, medewerkers van een aannemersbedrijf en van twee gemeentelijke diensten, heeft toen met behulp van een breekijzer en een plantenspuit het varentje onder voortdurend benevelen uit zijn muur losgepeuterd en enkele honderden meters verderop weer teruggeplaatst op een vrijwel identiek stuk kademuur. Daartoe is ook de losgekrabde inhoud van de voeg tussen de bakstenen als een soort plantenkluit meeverhuisd.

Vervolgens kwam de hete en droge zomer van 2003. Al die tijd is Andeweg bijna dagelijks in de weer geweest met zijn plantenspuit om het plantje en de omringende bakstenen vochtig te houden. De varen bleef in leven. Intussen zijn de eerste vorstdagen er ook overheen gegaan, en nog altijd houdt de Rotterdamse Asplenium septentrionale het vol. Tot nu toe lijkt de operatie dus geslaagd hoewel, volgens Andeweg, nog wel een jaartje nodig is voordat van een echt succes kan worden gesproken.

Een bijkomend biogeografisch probleem doet zich voor omdat de plant, met de verhuizing naar een nabijgelegen stuk kademuur, in een ander kilometerhok is terechtgekomen. Ons land is ingedeeld in kilometerhokken, vierkantjes met zijden van 1 kilometer die worden gebruikt bij het karteren van planten en dieren. Met behulp van een zescijferige code is ieder hokje te vinden, zo liggen de redactielokalen van deze krant bijvoorbeeld in kilometerhok 37-28-53. Door de verhuizing van de streepvaren van het ene naar het andere hokje moeten de botanische verspreidingskaarten worden aangepast. Voor zover bekend is de Rotterdamse Asplenium de enige plant in Nederland die ooit een verhuisbericht opleverde.