Beklemmende performances van Yael Davids

Een man met zijn hoofd gestoken in een gevuld aquarium. Een meisje opgesloten in een uitgehold matras dat er uitziet als een gewatteerde graftombe. Een jongen liggend op een bed met zijn hoofd in een kussensloop. De performances van Yael Davids zijn zeker niet geschikt voor mensen met aanleg voor claustrofobie. En alsof het gevoel van beklemming nog niet erg genoeg is, bewegen de uitvoerders van deze werken amper. De vissenkomman, het matrasmeisje en de kussensloopjongen ademen – al dan niet door luchtpijpen – en dat is het.

Performance art is het etiket dat veelal op Davids' werk wordt geplakt. Maar met de heftige voorstellingen van de pioniers uit de jaren zeventig heeft de Israëlisch-Nederlandse kunstenares niets. Sinds haar afstuderen in 1994 aan de Rietveld Academie in Amsterdam maakt ze installaties die bijna statisch van aard zijn. Dat is goed te zien in de videoregistraties ervan, die bestaan uit korte loops. Maar het is nog veel duidelijker bij live uitvoeringen.

Davids' werken zijn handelingen zonder begin of eind, waarbij de actie zich beperkt tot minimale bewegingen. Bij haar geen theater, geen drama, geen groot gebaar. Haar installaties zijn decors voor lichaamsfuncties die primair, banaal en tegelijkertijd essentieel zijn. En juist door ze te isoleren worden ze zichtbaar. Het opbollen en leeglopen van het kussensloop, het licht golven van het matras, de lucht die in en uit het aquarium wordt gezogen – de ademhaling bepaalt het ritme van de performance, is de enige indicatie van tijd in verder onbeweeglijke beelden.

Maar Davids wijst er in de catalogus van haar allereerste overzichtstentoonstelling op dat in het Hebreeuws het woord voor adem hetzelfde is als voor `ziel'. Haar beelden zijn bezield in zoverre de ademende figuranten de motor vormen van een mechaniek dat even lineair en logisch is als de minuten wegtikkende wijzers op een klok.

Bezield zoals in veel body art zijn ze echter niet. Het lichaam bepaalt niet zijn omgeving, maar gaat er een symbiose mee aan en verandert in het proces. In de meeste werken worden de lijven, of delen ervan, tot levend standbeeld. Zoals in het hoogst sculpturale Cupboard, waarin vijf mannen en vrouwen in een kast kruipen en een been, dijbeen, arm, hoofd, romp door gaten in de muur steken. Tezamen vormen ze een halfgedraaid, uitgerekt profiel dat associaties oproept met Picasso's kubistische portretten en Matisse's knipselwerken.

De tentoonstelling in Museum De Paviljoens laat zien hoe enorm consequent het oeuvre is dat ze in de afgelopen negen jaar opbouwde. De zestien werken staan zo opgesteld dat ze als een groot geheel kunnen worden ervaren.

De foto van Davids zelf ondersteboven in broek en bloes met schaamhaar dat uit de hals piept, kan worden opgevat als een direct commentaar op de jongen die vastgeritst zit in een fauteuil als in een dwangbuis van conventies. En verderop bieden de meisjesbillen die door een stoelzitting steken, weer een contrapunt.

De acteurs en dansers die de performances uitvoeren worden één met de stoelen, spiegels, tafels en muren. Toch worden ze zelf geen meubilair. Uiterst subtiele bewegingen – de roterende pruik in Face die telkens een andere blik gunt op het gezicht, de minimale dansbewegingen van de ballerina's in Music Box – zorgen voor een zekere dynamiek, hoe kaal en klein die ook is.

Davids gaf haar catalogus niet voor niets de titel No object. Maar ze zit met haar uitgebeende concept van performance wel degelijk op de rand van het leven. De kussensloop of het matras hoeven maar even niet op te bollen en er liggen twee levenloze verstikkingsslachtoffers. Als het ademen in het aquarium stopt, hou je een hoofd op sterk water over. De grens tussen performance en beeldhouwwerk is zo dun als een paar liter longinhoud.

Tentoonstelling: MAPPA: Yael Davids 1994-2003. T/m 29 febr. in Museum De Paviljoens, Odeonstraat 5, Almere. Wo, za, zo 12-17u, do en vr 12-21u. Performances: 25/1 en 29/2 om 15u. Inl. 036 5450400, www.depaviljoens.nl