Albanezen sterven bij vlucht over zee

Zeker 21 Albanezen zijn in het zuidelijk deel van de Adriatische Zee om het leven gekomen toen de rubberboot waarmee zij clandestien naar Italië wilden als gevolg van kou en slecht weer in de problemen kwam. Zeven opvarenden worden nog vermist. De Albanese regering heeft naar aanleiding van het ongeluk voor vandaag een dag van nationale rouw afgekondigd.

Elf opvarenden werden door de Italiaanse marine opgepikt en teruggestuurd naar Albanië. Twee van hen worden ervan verdacht deel uit te maken van een mensensmokkelbende. Ook twee functionarissen van de haven van het Albanese Vlorë, die bij de smokkel betrokken zouden zijn, zijn aangehouden. De vluchtelingen zouden elk 1.300 euro hebben betaald.

De met twee zware buitenboordmotoren uitgeruste boot kwam vrijdagavond kort na vertrek uit Vlorë in de problemen als gevolg van het slechte weer. Enkele mensen aan boord gebruikten hun mobiele telefoon om in een Albanees tv-programma alarm te slaan. Een Italiaans marineschip vond het vaartuig na twaalf uur zoeken acht kilometer uit de kust. De marine trof in de boot 21 doden aan: achttien mannen en drie vrouwen. De kou was hun fataal geworden. De Italianen sleepten de boot terug naar Vlorë, omdat dat dichterbij was dan een Italiaanse haven.

Gisteren meldden zich familieleden van minstens zeven mogelijke opvarenden, die niet in ziekenhuizen worden ondergebracht noch op de dodenlijst stonden. Zij zeiden ervan overtuigd te zijn dat ook zij aan boord waren.

Italië heeft schepen gestationeerd in de Albanese havenstad Dürres. Die patrouilleren op de Adriatische Zee in een poging illegale immigratie naar Italië te voorkomen. De ramp zal volgens Rome ,,niet van invloed zijn op de samenwerking tussen Italië en Albanië in de strijd tegen illegale immigratie en mensensmokkel''.