Zeldzame stilte die niet meer bestaat

Sark mag dan vooral een lieflijk eiland zijn, het is ook een soort dictatuur. De Seigneur bepaalt wat er gebeurt en iedereen geeft hem jaarlijks een kip.

Rood, groen en geel zijn de stenen op het strand van Sark. Gevlekt, gestreept en gespikkeld, met een enkele schelp erop vastgezogen. Het kanaaleiland Sark, ten zuiden van Engeland, dichtbij de Franse kust, heeft een grillige kust met duizelingwekkende kliffen. Vijf kilometer lang is Sark, en twee kilometer breed. Her en der loopt dwars door de begroeiing van braamstruiken en wilde rozen bovenop de rotsen een pad omlaag naar de zee.

Na een indrukwekkende afdaling eindelijk beneden aangekomen, kun je diverse grotten ontdekken in de rotswand. Daar, in die vanbovenaf gezien onzichtbare ruimtes, schuilden in vroeger tijden piraten en smokkelaars.

Sark spreekt tot de verbeelding. Niet alleen door zijn rijke historie en zijn unieke staatsinrichting, of door het landschap dat afwisselend idyllisch en grimmig is, maar vooral ook doordat er stilte heerst. Zeldzame stilte, die bijna nergens meer bestaat en zeker niet zo dichtbij Nederland. De stilte van de golfslag, van wat krijsende meeuwen hoog in de lucht of een mekkerende schapenmeute op een glooiende wei. Af en toe wordt de stilte onderstreept door een dof gepruttel. Het is een van Sarks boeren. Hij pruttelt voorbij op zijn tractor. Op Sark zijn geen auto's, geen motoren, geen brommers. Alleen tractors zijn er toegestaan, en vooral niet te veel. Zelfs de ziekenwagen van Sark hangt aan een tractor. Echte zieken moeten per boot de wijk nemen naar Guernsey, op zo'n 50 minuten varen. Net als criminelen trouwens, waarvoor weliswaar een eigen bank in de Anglicaanse St. Peters-kerk gereserveerd is, met geborduurde gekruiste sleutels op het kussen, maar die ten hoogste twee etmalen mogen verblijven in de cel van Sark. Die cel is een oud schuurtje met een rond dak ergens in een tuin, pal naast een terras.

Behalve tractoren zijn er koetsen op Sark. Aandoenlijk harige, van oorspong Ierse paarden trekken ze voort. De wegen zijn niet geasfalteerd en ze lijken ingesleten in het landschap, aan weerszijden hangen af en toe bloeiende takken over de randen, om dan weer plaats te maken voor de zee.

Sark valt vanuit een koets, vanaf de rug van een paard, op een mountainbike of, nog het best, gewoon wandelend, in een paar dagen te verkennen. Om het eiland echt van alle kanten te zien, kun je ook nog een boottocht om het eiland heen maken, waarbij verteld wordt over de kuifaalscholvers, de papegaaiduikers en de vele andere vogelsoorten die op de rotsen leven. Om van alle indrukken te bekomen zijn er veel `tea gardens' op Sark, de een nog romantischer dan de ander verstopt in het groen, waar de `clotted cream' dik is en de cake zelfgebakken, doordrenkt met citroen of bekroond met een dikke laag chocoladeglazuur. Sandwiches met kreeft en krab zijn er ook te krijgen. Nergens is plastic rommel te bekennen op Sark, zelfs niet in de vorm van een glijbaan of een schommel. Wel hangt er af en toe een touw uit een boom, speciaal voor kinderen, om lekker aan te zwiepen.

Ook 's avonds wordt in de restaurants over het algemeen heel goed eten geserveerd. Een mobiele telefoon naast je bord heeft op Sark geen zin, die doet het daar toch niet, een zaklantaarn wel. Er is geen straatverlichting, net zomin als er pinautomaten zijn. Wel is er een ongekend heldere sterrenhemel, als je geluk hebt. Het weer op Sark doet Schots aan: If you don't like it, come back in two minutes.

Sark mag dan vooral een lieflijk eiland zijn, het is ook een soort dictatuur, met een feodaal stelsel. De zeshonderd inwoners leven onder het bewind van de `Seigneur', Michael Beaumont. Hij woont in de Seigneurie, zijn voorvaderlijk landhuis, met een prachtige bloementuin die voor iedereen openstaat en een grote duiventil. Hij is de enige op het eiland die duiven mag houden.

Met een `parlement', de `Chief Pleas' (voor het eerst bijeen op 5 november 1579), waarin veertig landheren en twaalf gekozen volksvertegenwoordigers zitting hebben, bestuurt de Seigneur Sark. De te betalen belastingen worden door hem persoonlijk jaarlijks ingeschat. Hij gaat bij de bewoners langs om te kijken hoe de velden en het vee erbij staan. Hij heeft recht op een dertiende deel van de opbrengsten – daar leeft hij van – en op een levende kip per boer. Inkomstenbelasting bestaat op Sark niet, daarom zijn duizenden buitenlandse bedrijven er in naam gevestigd.

Sark was al in de prehistorie bewoond. De Romeinen noemden het Sarmia en verbleven er twee eeuwen. Later leefden er monniken, Noormannen, piraten en afwisselend Fransen en Engelsen, totdat Sark in de zestiende eeuw definitief gekoloniseerd werd door Groot-Brittannië. In 1565 werd de eerste Seigneur, familie van de huidige, benoemd. De Seigneur pacht Sark nog altijd volgens de destijds gemaakte afspraken, hij betaalt jaarlijks een pond en negenenzeventig pence aan de Britse Kroon. Als Engeland oorlog voert of bedreigd wordt, moet Sark in principe veertig gewapende mannen hebben klaarstaan. Eens in de vijf jaar bezoekt de Queen Sark. Dan staat het hele eiland op zijn kop.

De `Chief Pleas' komt drie keer per jaar samen en vergadert over het eiland. Bijvoorbeeld over de vraag of het nog nodig is dat vrouwen in het parlement hoeden dragen of over de bouw van een nieuwe school voor de kinderen tot 15 jaar. In 1977 werd besloten scheidingen die buiten het eiland waren uitgesproken, te erkennen. Op Sark zelf kunnen echtparen nog altijd niet scheiden. De doodstraf bestaat er ook nog, zeer tegen de zin van de EU en de VN.

In de wintermaanden is Sark guur en nat. De bewoners leven voornamelijk van het toerisme dat in de lente weer op gang komt. Toch zijn er op Sark geen disco's, alleen wat knusse pubs. Geen walmende friettenten, wel gezellige eethuisjes met fish en chips. Geen torenflats met hotels, alleen oude hoeves met houten vloeren in de gastenkamers. Geen attractieparken, wel een door de rotsen gevormd zwembassin dat bij elke golf, met vissen en al, opnieuw volloopt. Sark is stilte. Weldadige stilte.