Webcongres: Als minderheid zijn niet-rokers destijds nooit beschermd

De sigaret in de ban: opéénvolgende kabinetten hebben de Tabakswet zo aangescherpt dat de `chief whip op ieders lip' sinds 1 januari tot de verleden tijd behoort. Tot vreugde van de niet-rokers, bleek uit een peiling onder de leden van het webcongres.

Vanaf 1 januari 2004 heeft iedere werknemer recht op een rookvrije werkplek. In kantoorlokalen, gangen, hallen, trappenhuizen, toiletten, keukens, kantines, kopieerruimtes en vergaderzalen mag na 1 januari niet meer worden gerookt.

Op de Nederlandse stations deed de `pafpaal' zijn intrede. Werkgevers zijn er volgens de Arbo-wet verantwoordelijk voor dat werknemers worden beschermd tegen tabaksrook. Bedrijven die het rookverbod niet goed handhaven of geen maatregelen voor rookvrije werkplekken treffen, kunnen een boete krijgen van 300 euro. Bij herhaling kan de boete oplopen tot 2.400 euro.

Is dit strenge rookbeleid, legden wij de 150 leden van het Webcongres voor, in strijd met de Nederlandse traditie om bij meerderheidsbesluiten altijd de belangen van de minderheid in acht te nemen? 25 procent van de 83 stemmers was het eens met deze stelling, 68 procent oneens en 7 procent had geen mening. Weliswaar was een meerderheid het oneens met de stelling, uit het overgrote deel van de reacties bleek instemming met het strenge anti-rookbeleid.

,,Ooit waren de niet-rokers in de minderheid en werd er ook niet beschermend opgetreden voor deze groep'', stelt Puck M. de Laat uit Horst vast. ,,Tot voor kort was het juist de niet-roker die nog te vaak het initiatief moest nemen om de rook te vermijden'', aldus Ite op den Orth uit Leersum. ,,Met deze nieuwe maatregel is de keus om te roken een puur individuele keus geworden.''

,,Er wordt wel rekening met rokers gehouden'', meent Stefanie Citroen uit Amsterdam, ,,want de roker kan nog steeds roken, alleen niet meer op plaatsen waar anderen er last van hebben.'' ,,Bedrijven moeten wel binnen een maand maatregelen treffen om een plek voor rokers te maken – met afzuigkap!'', aldus Anke Hamel. ,,In dit geval druisen de belangen van de minderheid in tegen de volksgezondheid'', vindt Pieter Tiller uit Deventer. ,,We kunnen wel de belangen van de minderheid in acht nemen door ruimtes te creëren waar rokers rustig hun gang kunnen gaan.''

Nirith Yaish uit Alphen aan den Rijn stelt dat het gevaar van `meeroken' schromelijk wordt overdreven, en niet in verhouding staat tot de schadelijke stoffen die de westerse mens dagelijks moet verwerken: ,,Om de complete uitstoot van de auto's in Californië in één jaar te produceren, zouden alle rokers van de wereld samen zo'n 5.000 jaar achter elkaar moeten roken.'' ,,Het roken is zó slecht voor de gezondheid van de roker en de mensen in zijn omgeving'', weerlegt Oscar Lopes Cardozo uit Kortenhoef, ,,dat draconische maatregelen gepast zijn om het roken terug te dringen. De schade door roken veroorzaakt beloopt vele malen de door rokers opgebrachte accijnzen.''

,,Wat een hetzerige discussie en polemiek'', meent Maurice Ackermans uit Den Bosch. ,,Het belang van de (grote) minderheid lijkt in dit geval überhaupt niet te tellen. Wij Nederlanders blijven puriteinen en calvinisten. De nationale karaktertrek van het opgestoken vingertje – die ons (ook internationaal) weinig geliefd maakt – geldt ook hier weer.'' ,,Het rigide anti-rookbeleid heeft sektarische trekjes'', vindt ook Frederik Arends uit Leiden.

,,Er zijn nu eenmaal zaken die een gevaar opleveren voor anderen wanneer er op de naleving van regels niet wordt toegezien. Dat roken schadelijk is voor andere mensen, is van alle kanten aangetoond. Wel vind ik (een niet-roker) het anti-rookbeleid erg rigide. Een station werkt als een afzuigkap, dus daar kan best gerookt worden'', is de mening van Ingrit Piet uit Zwolle.

,,De rollen zijn jarenlang omgedraaid geweest'', schrijft Lucien Ridderbroek uit Rotterdam. ,,Eindelijk wordt alles zoals het hoort. Diegene met een slechte, ongezonde en hinderlijke gewoonte is daar nu de dupe van. Is dit nu onterecht? Is het soms rechtvaardiger dat iemand die zelf niet rookt, er al helemaal niet om vraagt, allergisch of astmatisch is, met de slechte, ongezonde en hinderlijke gewoonte van de ander opgescheept zit?''

Het langdurig overleg over bescherming van niet-rokers heeft gefaald, constateert Henk Meyknecht uit Amsterdam: ,,De Nederlandse overheid heeft daarna veel te lang gewacht met duidelijke wetgeving. Ambtenaren en politici zijn altijd zeer pro-actief als het gaat om sociale onderwerpen, maar het lijkt wel dat zodra tabaksaccijns in het geding komt, diezelfde overheid de weg kwijtraakt. De Nederlandse overheid had veel eerder moeten reageren op signalen uit de samenleving met betrekking tot het strenge anti-rookbeleid.''

Hansje Glazenburg vindt dat het anti-rookbeleid wel degelijk rekening houdt met de minderheid van rokers: ,,Het beleid verbiedt namelijk niet het roken, maar het verbiedt het roken op bepaalde plaatsen. Het staat de roker nog steeds vrij om op alle plaatsen in de privé-sfeer (thuis) en in de sociale sfeer (bij vrienden, in uitgaansgelegenheden) te roken. Zelfs in de werkomgeving mag gerookt worden, mits op bepaalde plekken.''

,,Roken is geen `recht' of zelfs maar een belang van de rokers'', meent Piet Buwalda uit Den Haag. ,,Men heeft recht op persoonlijke vrijheid, maar de overheid dient ook deze te beperken als anderen er door worden gehinderd of zelfs geschaad.

,,Dit laatste is bij roken het geval, omdat nu immers vaststaat dat ook passief roken ernstige schade voor de gezondheid kan opleveren. Pogingen om tot vrijwillige beperkingen te komen (,,Dat lossen we samen wel op'') hebben niets opgeleverd. De overheid heeft daarom nu volkomen terecht ingegrepen met een streng anti-rook beleid.''

,,Niemand is graag verslaafd, ook niet aan nicotine'', aldus Anna Graumans uit Amsterdam. ,,Dus rokers zouden blij moeten zijn met de nieuwe regelgeving.''

Het feit dat in café's en dergelijke nog steeds gerookt mag worden toont volgens Nigel Lamb uit Den Haag aan ,,dat de overheid de belangen van een minderheid in acht heeft genomen.''

,,Kent Nederland wel een traditie om bij meerderheidsbesluiten altijd de belangen van de minderheid in acht te nemen?'', vraagt Hennie van IIzerloo uit Hilversum zich af. ,,Ik waag het te betwijfelen. Met name als het om besluiten over veiligheid gaat, lijkt deze traditie niet te bestaan. Het strenge anti-alcohol-verkeersbeleid laat ook geen ruimte voor een drinkende en rijdende minderheid.''