`We begrijpen u niet'

Je kunt op dit eiland niet om de kangaroos heen maar de kolonie zee- leeuwen in het zuiden is pas echt adembenemend.

Naar Kangaroo Island ga je niet speciaal voor de kangoeroes. Ze zijn er natuurlijk wel, maar waar niet in Australië. Nog veel meer dan kangoeroes komen schapen op Kangaroo Island voor, enkele honderdduizenden wel, maar die zijn al helemaal geen reden om opgewonden te raken. Nee, attractief op dit eiland, in grootte (155 x 55 kilometer) het derde van Australië, zijn de zeeleeuwen, de pelsrobben, de pinguïns en de echidna. En natuurlijk de koala's, die zo massaal loom in de bomen hangen dat een aantal inmiddels ongevraagd naar de Verenigde Staten is getransporteerd. Bijzonder zijn ook andere natuurverschijnselen, de inheemse plantengroei, zoals eucalyptus, die een groot deel van het eiland bedekt en die merkwaardig gevormde rotsen bij Kirkpatrick's Point, die dan ook Remarkable Rocks heten.

Wanneer wij deze dag met de veerboot vanuit Cape Jervis op Kangaroo Island arriveren, in Penneshaw, klinkt al spoedig het lied dat zich toch al bij voorbaat in onze hersenpan had genesteld: Tie your kangaroo down van Rolf Harris. In Nederland in de jaren '60 fameus geworden dankzij het Cocktail Trio: Kangoeroe Eiland. Aldus goedgemutst – en werkelijk de hele dag met dat lied in het hoofd – vervolgen wij onze tocht.

Wij worden opgewacht door een gids die ons omwegen zal besparen op dit eiland zonder openbaar vervoer en met vooral onverharde wegen. ,,Hello, dear, I'm Martin'', en hij was eerder 29 jaar schapenscheerder. ,,Dat was 28 jaar, 363 dagen en 23 uur te lang'', zegt hij monter. Toen de wolprijs maar bleef dalen, stapte Martin over van schapen naar een ander slag dat behoorlijk aan het bruto eilandproduct bijdraagt: de toeristen.

Dat Kangaroo Island is genoemd naar dat vreemd hoppende dier met een ogenschijnlijk vastgenaaide voorraadzak op de buik, is vermoedelijk een kwestie van schuldbewustzijn. De Engelse ontdekkingsreiziger Matthew Flinders zag in 1802 hoe zijn mannen massaal en gretig hun maag vulden met het vlees van de kangoeroes die ze hadden afgeslacht – en doopte zijn nieuwste ontdekking Kangaroo Island. De overlevering wil dat de naam kangaroo of kangoeroe al eerder bestond dankzij vroegere ontdekkingsreizigers in Australië. Zij begrepen dat ze moeilijk konden blijven spreken van ,,vreemd hoppende dieren met een ogenschijnlijk vastgenaaide voorraadzak op de buik'', en vroegen de autochtone bewoners – de aboriginals – hoe zij die beesten noemden. ,,Kangaroo'', riepen de aboriginals. ,,Wij begrijpen u niet'', bleek dat later te betekenen. Goed beschouwd zijn wij vandaag op Wij Begrijpen U Niet Eiland.

Terwijl op Martins autoradio opnieuw Tie your kangaroo down klinkt, arriveren we bij het beschermde natuurgebied Seal Bay in het zuiden van het eiland teneinde een adembenemende ervaring op te doen. Het moet gezegd: de kolonie Australische zeeleeuwen die hier op het strand verblijft, ís schitterend. Op luttele meters afstand passeren wij de soms forse dieren onder leiding van een deskundige en enthousiaste parkwachter. Enige afstand is geboden; zeeleeuw-mannen kunnen agressief zijn, in het bijzonder als ze drie etmalen zonder onderbreking in zee zijn geweest op jacht naar voedsel en nu willen rusten. Hun humeur is breekbaar. De jonkies daarentegen lijken onvermoeibaar.

Bijzonder aan de fauna van Kangaroo Island is dat buiten de inheemse diersoorten ander wild zoals dingo's, konijnen en vossen er nooit zijn doorgedrongen. Tot verdriet van natuurliefhebbers vormen twintigste- en eenentwintigste-eeuwse katten nu wel een bedreiging. Deze ziektes verspreidende poesjes zijn de ongewenste illegalen van Kangaroo Island. Via de veerboot hebben ze als verstekeling de overtocht vanaf het vasteland gemaakt. Heengaan betekende voor hen ook vermenigvuldigen. Wanneer zo'n kat de geasfalteerde weg oversteekt, zegt Martin: ,,The best cat is a flat cat'', en drukt het gaspedaal aanmerkelijk dieper in. Mis. De licht en nogal nodeloos slingerende weg – er bestaan zekere vermoedens omtrent het alcoholpromillage van de wegenbouwer tijdens het werk – telt genoeg platte katten om ons ervan te overtuigen dat het dikwijls wel raak was.

De betrekkelijke rust voor het inheemse dier heeft zijn voordelen. Ze hebben goed weten stand te houden. Wat waggelt daar opeens langs de berm? De echidna. Soms ook aangeduid als `miereneter', maar niet te verwarren met dat tandeloze beest uit Zuid-Amerika. De echidna is een stekelig, laag-bij-de-gronds en rond dier, dat zo'n 45 centimeter groot kan worden en de zeldzame eigenschap heeft dat het zowel eieren legt als jongen zoogt. Die eieren deponeert de echidna bijvoorbeeld in de reusachtige termietenhopen op het eiland. De eieren blijven zo op temperatuur – en termieten schijnen niet minder te smaken dan mieren. Ook zo'n bijzonder inheems dier op het eiland is de platypus, ofwel het vogelbekdier.

Later spraken wij op het vasteland van Australië een ruim 60-jarigesurvivor, zo iemand die zich met hooguit een fles water de wildernis in had laten sturen onder het motto: zie maar dat je daar levend uitkomt. ,,Toen heb ik elk dier gegeten dat ik tegenkwam en dat ik te pakken kon krijgen. Veel kangoeroes ja. Maar niet de echidna. Uit respect. Want de echidna zie je bijna nooit.'' In bijvoorbeeld de dierentuin van Sydney kunnen belangstellenden het stekeldier overigens op hun gemak bestuderen.

Ook al ga je voor zeeleeuwen en zo, je kunt Kangaroo Island moeilijk aandoen zonder kangoeroes te bezoeken. In Flinders Chase National Park lijken ze ons op te wachten, sommige bijna met uitgestoken hand. Het zijn (tamar) wallaby's, een kleinere soort. Niet vergeten bij een ontmoeting met een wallaby: wetenschappers hebben net genetische verwantschap ontdekt tussen dit buideldier en de mens. Het Australische ministerie van Wetenschap heeft 1,5 miljoen euro uitgetrokken voor genetisch onderzoek.

Terwijl zich op kusten links en rechts kleine blauwachtige pinguïns ophouden, en emoes en possums (buideldiertjes) zich in het binnenland laten passeren, rijden we met Martin naar Admirals Arch, in het zuidwesten van het eiland. Daar loont een steile wandeling in een straffe wind de moeite. We kijken naar tientallen Nieuw-Zeelandse pelsrobben die daar liggen, zwemmen en spelen. Een opgewekt gezelschap, zo te zien woonachtig in de pelsrobbenhemel.

Vandaag slaan we de diepzeevissen rond het eiland over, evenals de tientallen scheepswrakken die in de buurt van de zuidkust op een beter lot hadden gehoopt. De avond is gevallen; het is tijd om met de laatste veerboot terug te varen naar Cape Jervis. Soms, zeggen meer ervaren passagiers, zwemmen er dolfijnen mee. Wij denken anders te horen. Het Cocktail Trio blijkt ook mee terug te varen. Zo'n tocht duurt een uur.