Volleyballers verbazen met rust én dynamiek

De Nederlandse volleyballers hebben de finale bereikt van het olympisch kwalificatietoernooi in Leipzig. Nederland versloeg gisteravond in de uitverkochte, sfeervolle Arena Duitsland met 3-0. De laatste horde op weg naar plaatsing voor de Olympische Spelen in Athene is vanmiddag Rusland, dat gisteravond in een eenzijdige wedstrijd Frankrijk met 3-0 versloeg.

Met Nederland en Rusland staan de beste ploegen van het toernooi in de eindstrijd. Beide teams spelen overtuigend en hebben nog geen set verloren. Die dominantie is ongewoner voor Nederland dan voor de Russen, die in Leipzig vooral indruk maken met hun krachtvolleybal.

Nederland blinkt uit in doelmatigheid en strategisch spel. Waar de Russen de bal met veel geweld tegen de grond slaan, scoren de Nederlanders vooral met hun service, blokkering en sneeky balletjes via het blok van de tegenstander. De Duitser werden er gisteren tureluurs van. Hoe ze de de handen ook zetten, altijd vonden Richard Schuil, Guido Görtzen of Nummerdors vervanger Jeroen Trommel wel een gaatje in het blok of sloegen ze de bal via de handen uit. En als het niet op power kon, werd gekozen voor de tactische bal.

Die volwassen benadering van een wedstrijd heeft het Nederlands team sinds de gouden generatie van Ron Zwerver en Peter Blangé niet meer gekend, hoewel de kwaliteiten van de spelers niet vergelijkbaar zijn. Destijds beschikte Nederland over een unieke lichting volleyballers. Maar de naïviteit van de huidige generatie heeft plaatsgemaakt voor gogme en realiteitszin.

De spelers raken niet meer onder de indruk van een sterke tegenstander en gaan uit van eigen kracht. Ze zijn ook niet meer tevreden met een incidentele mooie prestatie; ze willen na drieëneenhalf jaar een prijs winnen. En die kans doet zich vanmiddag voor. Willen de Russen winnen, dan zullen ze het beste in zichzelf naar boven moeten halen, zo gespitst zijn de Nederlandse volleyballers op een goed resultaat.

Die gezonde agressie werd uitgebreid tentoongespreid tegen Duitsland, dat een minder sterk team heeft maar met de steun van het publiek op de golven van emoties hoopte te winnen. Ook in mentaal opzicht is Nederland gegroeid. Hoe hard de toeschouwers ook schreeuwden en hoezeer de twee speakers ook hun best deden een sfeer van onoverwinnelijkheid in de hal te creëren, de Nederlandse spelers hielden, op enkele kleine incidenten na, het hoofd koel en buitten de atmosfeer in de hal in eigen voordeel uit.

Een verklaring voor de opleving van de nationale ploeg is niet te geven, al speelde het team bij de Europese kampioenschappen, drie maanden geleden in Duitsland ook al goed. Destijds werd op het nippertje de halve finale gemist. Aan de voorbereiding op het olympisch kwalificatietoernooi kan het niet gelegen hebben, want die was kort en rommelig. De meest voor de handen liggende uitleg is, dat alle internationals bij hun club goed spelen en de vorm hebben behouden in het Nederlands team. Cruciaal is bijvoorbeeld dat spelverdeler Nico Freriks dit seizoen de reservebank van het Belgische Maaseik heeft ingeruild voor Omniworld, waar hij wekelijks aan spelen toekomt. Hij is nog te wisselvallig en maakt nog te vaak verkeerde keuzes om in de voetsporen van zijn voorganger Blangé te treden, maar zijn niveau is constant genoeg om waardevol voor het team te zijn.

Op de tribune werd de wedstrijd tegen Duitsland met genoegen gadegeslagen door aanvoerder Reinder Nummerdor. Uitgerekend in een toernooi waar de Nederlandse ploeg boven zichzelf uitstijgt, moest de aanvoerder met een enkelblessure afhaken. In tweeërlei opzichte pijnlijk: fysiek en geestelijk. Nummerdor is sinds 1996, het succesjaar met de gouden medaille bij de Olympische Spelen in Atlanta, met Guido Görtzen en Richard Schuil de aanjagers van een nieuwe generatie, die nog niet bijster succesvol is geweest. Hij kreeg na de Spelen van 2000 in Sydney te maken met een lichting spelers die worden gerekend tot de net-niet-generatie. Dat frustreerde de geboren Elburger. Hij maakte in 1997 nog deel uit van de ploeg die in eigen land Europees kampioen werd en bij de Spelen in Sydney als vijfde eindigde.

Hoewel ploegarts Ton Langenhorst donderdagavond na de diagnose in het ziekenhuis nog een theoretische kans openliet dat Nummerdoor in de finale zou kunnen spelen, was gisteren zonneklaar dat hiervan geen sprake kan zijn. Nummerdor sloot die mogelijkheid gisteren zelf ook uit, al was het maar om geen problemen met de verzekering te krijgen. ,,In het uiterste geval, met een injectie, zou ik morgen misschien een rondje in het achterveld kunnen meedraaien, maar als ik eerlijk ben lijkt me dat niet verstandig. Bovendien zou ik dan problemen met mijn club Ferrara krijgen.''

Als hij terugblikt op het moment waarop hij in de slotfase van de wedstrijd tegen Frankrijk geblesseerd raakte, kan hij niet anders concluderen domme pech te hebben gehad. Nummerdor: ,,Ik sloeg een bal zoals ik dat duizenden keren heb gedaan. Maar nu kwam ik met bij de landing met mijn voet op de bal. Althans, voor mijn gevoel, hoewel dat op de televisie niet te zien was. In eerste instantie dacht ik het ergste, zo hevig was de pijn. Ik ben vaker door mijn enkel gegaan, maar deze keer was het heel heftig. En ik had een branderig gevoel. Volgens de dokter kwam dat omdat een zenuw een opdonder heeft gehad. Gelukkig vertelde hij al vrij snel dat er niets was gebroken, waar ik voor vreesde. Achteraf valt de schade mee en denk ik met een week of twee weer te kunnen spelen.''