Twee keer twaalf uur op schoot

Over Nieuw-Zeeland wordt vaak verteld dat wie in Nederland begint te graven en maandenlang recht naar beneden doorspit, uiteindelijk in Nieuw-Zeeland terechtkomt. Het is een mooie gedachte, maar helaas is het vermoedelijk niet waar dat Nieuw-Zeeland precies aan de andere kant van de wereld ligt. Wie een wereldbol neemt en Nederland exact boven plaatst en tot Noordpool maakt, ziet dat Nieuw-Zeeland dan niet de Zuidpool vormt. Nu is dit natuurlijk geen echte weerlegging van de bewering dat een rechte tunnel vanuit Nederland naar Nieuw-Zeeland leidt, want de echte wereld is, anders dan een globe, geen bol, maar afgeplat. Misschien ligt het zuidelijkste puntje van Nieuw-Zeeland wél precies tegenover Nederland.

Maar waar Nieuw-Zeeland ook precies ligt, één ding is zeker: vanuit Nederland is het een van de verste bestemmingen die men kan kiezen. Het is nog een paar uur verder vliegen dan Australië. Verwar daarom nooit Australië met Nieuw-Zeeland: voor Nieuw-Zeelanders is Australië veel verder weg dan Duitsland voor de gemiddelde Nederlander.

Het maakt niet uit of je westwaarts of oostwaarts naar Nieuw-Zeeland vliegt: in beide gevallen zijn er twee vluchten van pakweg een uur of twaalf elk voor nodig om Nieuw-Zeeland te bereiken. Wie via Amerika vliegt, maakt meestal een tussenstop in Los Angeles, wie via het oosten gaat, kan kiezen uit Singapore, Kuala Lumpur, Hongkong, Tokio of een andere Aziatische stad.

Twee vluchten van twaalf uur met een tussenstop van vijf à zes uur zijn al verschrikkelijk voor een gezond mens die alleen zichzelf hoeft bezig te houden. Maar met een kind van één jaar moet men zo'n vlucht alleen maken als het echt niet anders kan. Een kind van één is te groot om in een door het vliegtuigpersoneel verstrekt wiegje te liggen en te klein om rustig in een eigen stoel te zitten. Er zit dus niet anders op dan het twee keer twaalf uur op schoot te houden.

Er bestaan boekjes die luchtig doen over het reizen met kinderen en die allerlei tips bevatten over de manieren om je kind rustig te houden. Maar eenmaal in het vliegtuig beland, blijken alle tips waardeloos. Op het meegebrachte speelgoed is het kind gauw uitgekeken in zo'n vreemde vliegtuigomgeving en na drie cadeautjes – geef het kind elk halfuur een klein presentje, is een veelgehoorde tip – smijt het het vierde prulcadeau door het toestel. De enige boekentip die vermoedelijk werkt, is: drogeer het kind zodanig, dat het alleen nog maar wil slapen.

Reken ook niet op het vliegtuigpersoneel, althans niet dat van de KLM. Bij binnenkomst zijn de stewardessen vol aandacht en laten ze weten dat je altijd een beroep op ze kunt doen en dat ze bijvoorbeeld graag bereid zijn om de fles op te warmen in de keuken. Maar wanneer u eenmaal vliegt, reageren ze niet op gebel en als u uiteindelijk zelf maar naar het keukentje gaat om de fles op te warmen, zuchten en steunen ze en zijn ze nauwelijks bereid u uit te leggen hoe de keukenapparatuur werkt.

De KLM-stewardessen hebben dezelfde houding tegenover reizende ouders met kleine kinderen als de meeste mede-passagiers: waarom gaan die mensen in godsnaam zo ver met een klein kind op reis? Vooral Nederlanders laten dit niet alleen met verstoorde blikken merken, maar geven aan andere passagiers luid en duidelijk blijk van hun afkeuring. Het ergste is natuurlijk dat ze gelijk hebben: eigenlijk moet je een kind een vlucht van twee keer twaalf uur niet aandoen. Maar dit inzicht maakt de situatie alleen nog maar erger. Krampachtig probeer je de ergernis van de gelijkhebbers te voorkomen en je kind rustig te houden, maar dit leidt alleen maar tot nog meer spanningen die op hun beurt zorgen voor nog meer onrust. Uiteindelijk monden de spanningen en onrust uit in een kind dat na uren getrappel en gejengel, gewriemel en gehuil zijn eigen ouders aanvalt, hun de haren uittrekt en hun gelaten bekrast.

Natuurlijk kan men zich hiertegen wapenen met een ijshockeymasker. Maar ook met zo'n masker op ontkomt de reizende ouder niet aan de ergste marteling die het vliegtuig kent: de onontkoombare beeldschermen aan boord die voortdurend aangeven wat de resterende reistijd en -afstand zijn. Ook al weet je dat je daar niet op moet letten, je kunt het niet laten om te kijken. Helaas is de uitkomst altijd eender: verbijstering over de trage vordering. Steeds als je denkt dat je nu wel een uur of 900 kilometer geworstel achter de rug hebt, blijkt dit maar vijf minuten te zijn en is de duizelingwekkende afstand naar de eindbestemming nauwelijks kleiner geworden.

Er is maar één ding dat verlichting brengt in deze lange reishel: Chinezen. Chinezen zijn dol op baby's en kleine kinderen, zeker als ze bol en rond zijn. Chinese passagiers achter je ergeren zich niet aan je kind, zo bleek op de terugreis van Nieuw-Zeeland via Hongkong, maar gaan een uurlang kiekeboe met hem spelen. Als je kind is uitgekiekeboed, pakken ze iets uit hun tas en verzinnen daar een spelletje mee. Als je het kind even door het gangpad laat lopen, wordt het overstelpt door alle aandacht van de Chinezen. Iedereen wil hem aanraken en iets grappigs met hem doen, hij gaat van hand tot hand, je hebt er lange tijd geen omkijken meer naar. Er is dan ook maar één goed advies voor het doorstaan van een reis met een klein kind naar Nieuw-Zeeland: reis over Hongkong, liefst met een Chinese vliegtuigmaatschappij.