Tien jaar wachten op je geld

Elk jaar spelen er tienduizenden letselschadezaken in Nederland. Een deel wordt in der minne geschikt, de rest wordt voor de rechter uitgevochten. Vaak duurt het jaren voordat slachtoffers geld zien. Voor een deel van de zaken – beroepsziekten – wil de overheid een regeling invoeren.

`Het is afgrijselijk.'' Paul Ulenbelt kan er geen andere omschrijving voor bedenken. ,,Het lijkt wel of elk wapen is toegestaan om maar te voorkomen dat een verzekeraar hoeft te betalen'', aldus de directeur van het Bureau Beroepsziekten van de vakbond FNV. Zijn woorden slaan op de letselschadezaken die het bureau onder behandeling heeft en de problemen die de afdeling heeft met de verzekeraars die de schadevergoeding moeten betalen.

Per jaar doen zich zo'n 60.000 letselschadezaken voor in Nederland. Veel daarvan worden in der minne geschikt, waarna het vaak toch nog een jaar of twee duurt voordat slachtoffers geld krijgen. Bij zaken waar verzekeraar en slachtoffer tegenover elkaar staan is het veel problematischer. Sommige zaken worden uitputtingsslagen die meer dan tien jaar duren.

Letselschadezaken zijn er in soorten en maten. Het kan gaan om een verwonding die niet goed is behandeld in het ziekenhuis waardoor er een vinger moet worden geamputeerd, het kan ook gaan om een beroepsziekte als RSI of een whiplash als gevolg van een aanrijding. Ook bij letsel van tijdelijke aard kan het zijn dat het slachtoffer een poosje niet heeft kunnen werken en dus inkomstenderving kan verhalen. Het kan ook een ernstig geval zijn: een jong kind bijvoorbeeld dat door letsel een leven lang gecompenseerd moeten worden, omdat het nooit zal kunnen werken. De schadevergoeding kan beperkt zijn, maar ook tot grote hoogten stijgen.

In de RSI-zaak die het Bureau Beroepsziekten behandelde (zie kader) bedroeg de schadevergoeding 70.000 euro. Daarmee was het een van de grotere zaken die het FNV-bureau tot nu toe beklonk. Het bureau bestaat sinds 2000 en heeft sindsdien zestig zaken kunnen schikken, terwijl er in honderdtwintig zaken een rechtszaak loopt.

De verzekeraars die Ulenbelt tegenover zich vindt – en bij wie de `dader' dus een WA-verzekering had afgesloten – kunnen op weinig krediet rekenen van de vakbondsman. ,,Het motto van de verzekeraars is: betalen kan altijd nog. Elk zandkorreltje dat in de schaderegelingsmachine kan worden gegooid, wordt gebruikt, er wordt oneindig getraineerd.'' Volgens Ulenbelt had hij al honderdtachtig zaken afgehandeld kunnen hebben als het proces sneller zou verlopen.

Ulenbelt stoort zich er zeer aan dat verzekeraars de stofkam door de dossiers van slachtoffers halen om de aansprakelijkheid te ontlopen. ,,We hadden een RSI-zaak waarbij de persoon in kwestie – die veel tikwerk deed – lang vóór de klachten was begonnen met pianospelen. De verzekering stelde vervolgens dat de klachten door het pianospelen kwamen, niet door het werk.''

De ervaringen van Ulenbelt staan niet op zich. Eind november publiceerde de Stichting de Ombudsman een rapport over letselschaderegelingen. Daarin kregen verzekeraars een flinke uitbrander, onder meer omdat zij veel te traag opereren bij de afhandeling van zaken.

Over die traagheid kan Ronald van Huis veel vertellen. De directeur van de Stichting Ongevallen- en Letselschade is ervaringsdeskundige: in 1989 – Van Huis was toen fysiotherapeut – raakte zijn schouder verbrijzeld na een val met zijn fiets. De val werd door niemand specifiek veroorzaakt en dus was er geen schade te verhalen. Dat was anders toen hij bij een ongeval in 1996 ernstig nekletsel opliep als gevolg van een kop-staartbotsing. Op dat moment was Van Huis al bezig de stichting op te zetten. Hij kon na zijn fietsongeval zijn beroep als fysiotherapeut niet langer uitoefenen, ging gezondheidsrecht studeren en begon met de stichting. Tegenwoordig heeft de stichting een bestuur van vijf mensen en krijgt hij twintig tot dertig telefoontjes per dag van hulpzoekenden. ,,Het is absolute oorlogsvoering. Negen van de tien keer wordt er moedwillig getraineerd om een situatie te creëren waarbij er niet uitgekeerd hoeft te worden'', aldus Van Huis, die zelf nog altijd bezig is om een schadevergoeding te krijgen voor de gevolgen van het ongeval van 1996.

Soms gaat het beter. Zo kreeg de Stichting Ongevallen- en Letselschade onder meer een schadebedrag van ruim 213.000 euro plus omscholing voor een man die tijdens zijn werk met zijn arm in een textielwals terechtkwam en zijn onderarm kwijtraakte.

Zowel Van Huis als Ulenbelt zijn negatief over vrijwel alle verzekeraars. De FNV stelde eind 2003 een rapport op waarin staat in hoeveel gevallen men tot een regeling kwam met de verzekeringsmaatschappijen. Het beste scoorde Delta Lloyd, waarmee in 35 procent van de gevallen tot overeenstemming kon worden gekomen. Achmea Centraal Beheer scoorde het slechtst: in slechts 7 procent van de gevallen die het Bureau Beroepsziekten FNV met dit bedrijf besprak, kwam het tot een regeling.

Volgens het Verbond van Verzekeraars, de vereniging van in Nederland werkzame particuliere verzekeraars, doen de maatschappijen wel degelijk hun best om zo snel mogelijk schadezaken te regelen. ,,Maar de aansprakelijkheid vaststellen is een zeer ingewikkelde zaak en de juridische rechtsgang in Nederland duurt erg lang'', stelt woordvoerder Hennie Zoontjes van het Verbond.

Het is ook lang niet altijd in het belang van het slachtoffer om een zaak snel af te handelen, volgens advocaat John Beer, gespecialiseerd in letselschadezaken. ,,Soms kan schade pas goed ingeschat worden na vele jaren en heeft het slachtoffer er baat bij als er wordt gewacht.'' Dit geldt bijvoorbeeld voor letsel bij kinderen, bij wie pas veel later de volledige implicaties kunnen worden ingeschat, zoals de gevolgen voor het werkzame leven.

Maar ook Beer, tevens voorzitter van de vereniging van slachtofferadvocaten ASP, heeft weinig positiefs te melden over de verzekeraars, al bekijkt hij het pragmatisch. ,,De verzekeraars hebben geen binding met het slachtoffer, het zijn hun klanten niet. Het zijn mensen die zij moeten betalen, waardoor de winst daalt.'' En soms gaat het om veel geld. Zo is Beer betrokken bij een grote zaak die al sinds 1992 speelt. Het betreft een jonge advocaat die als gevolg van een aanrijding een whiplash opliep en voor 50 procent arbeidsongeschikt werd. Hij liep een flinke inkomstenderving op en wil dit verhalen. ,,Het gaat om veel geld en de verzekeraar heeft geprobeerd te stellen dat de klachten niet veroorzaakt zijn door het ongeval'', aldus Beer, die bij de rechter zijn gelijk haalde. In 2000 kwam er overeenstemming over het verband tussen het ongeval en de arbeidsongeschiktheid, maar de advocaat wacht nog altijd op de bijna 900.000 euro.

Niet iedereen schakelt een advocaat in om zijn gelijk te halen. Procederen kan een dure aangelegenheid zijn die vaak jaren duurt en de uitkomst is onzeker. Bovendien zijn mensen vaak getraumatiseerd door een ongeluk en de gevolgen daarvan.

Of het aantal zaken in de toekomst zal af- of toenemen hangt samen met twee ontwikkelingen. Ten eerste door de test met de `no cure, no pay' regeling die in april begint bij letselschadezaken. Volgens Beer kan deze vorm – waarbij cliënten de advocaat pas betalen als er een regeling is overeengekomen – goed zijn omdat veel slachtoffers hun schade nu niet verhalen. ,,Voor veel mensen is dat ondoenlijk. Ze zitten al in een moeilijke situatie en de financiële drempel is te hoog.''

Paul Ulenbelt is tegen de regeling, alhoewel het FNV-bureau wel degelijk volgens een no cure, no pay systeem werkt. ,,Ik vrees dat zaken die onzeker zijn, niet worden aangenomen door advocaten tegen no cure, no pay. Individuele advocaten kunnen de risico's niet dragen en zullen dus economische afwegingen maken. Dat zal niet in het voordeel van de slachtoffers uitpakken.''

Tegelijkertijd is de regering bezig met het opstellen van de Extra Garantieregeling Beroepsrisico (EGB), een voorstel dat momenteel bij de Sociaal-Economische Raad ligt die er binnenkort een advies over zal uitbrengen. De EGB moet een verplichte verzekering worden voor de werkgever die zo de risico's afkoopt van civiele procedures van werknemers die door een beroepsziekte – die moet voorkomen op een nog samen te stellen lijst – of bedrijfsongeval (deels) arbeidsongeschikt worden. De regeling opent nieuwe deuren voor verzekeraars, maar maakt wel duidelijk welk bedrag er bij welke ziekte komt te staan en sluit de deur voor ellenlange procedures over deze specifieke ziektes en ongevallen.

Advocaat Beer zet vraagtekens bij de regeling. ,,Slachtoffers moeten zelf kunnen kiezen of ze een beroep willen doen op een dergelijke verzekering of naar de rechter willen stappen; een normering van de bedragen ligt altijd lager dan de vergoeding van de volledige schade.'' Ulenbelt echter is voorstander van de EGB. ,,Mensen weten dan snel waar ze aan toe zijn waardoor jarenlang gemodder kan worden voorkomen.''